"Milieubeleid positief maar onvoldoende'

DEN HAAG, 8 JUNI. Het Nederlandse milieubeleid heeft een aantoonbaar positief effect gehad op de uitstoot van milieubelastende stoffen. Dat neemt niet weg dat vrijwel geen enkele doelstelling uit het Nationaal Milieubeleidsplan Plus (NMP Plus) wordt gehaald.

Dit schrijft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM) in zijn derde Nationale Milieuverkenning. Deze kwam vanmiddag uit en is een evaluatie van de effecten van het NMP Plus. De verkenning dient als basis voor het Nationaal Milieubeleidsplan II, dat dit najaar moet uitkomen. Twee maanden geleden lekte een samenvatting ervan voortijdig uit.

Volgens het RIVM zal de uitstoot van veel milieubelastende stoffen in het jaar 2000 ongeveer de helft lager zijn dan in 1985. Volgens het NMP Plus moest dit echter 80 tot 90 procent lager liggen. Dat de voorspellingen niet worden gehaald, komt door sterkere bevolkingsgroei, meer mobiliteit, weinig effect van maatregelen en onvoldoende maatregelen.

Minister Alders (milieubeheer) sprak vanmiddag van “een trend in de goede richting”, al is volgens hem “niet op alle terreinen deze verandering even zichtbaar”. “Aan deze onderdelen zal in het Nationaal Milieubeleidsplan II extra aandacht moeten worden besteed”, aldus de minister.

De milieubeweging, vertegenwoordigd door de stichting Natuur en Milieu, noemde de evaluatie een “schokkend rapport” dat het falen van het milieubeleid van het kabinet aantoont. Volgens Natuur en Milieu is een “keihard antwoord over de hele linie” nodig. Het ministerie van economische zaken bracht vandaag een eigen "mini-evaluatie' uit. Hieruit blijkt volgens EZ dat bedrijven “zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid voor het milieu en dat zij de doelstellingen van het NMP in grote lijnen blijven steunen”.

Het RIVM meent dat de kosten van het milieubeleid zullen oplopen van ongeveer 9,5 miljard gulden in 1990 tot zo'n 20 miljard in 2000 (2,7 procent van het Bruto Nationaal Produkt). Vooral het verzamelen en verwerken van afval, de bodemsanering en het onderhoud en beheer van rioleringen zijn grote kostenposten. Belangrijke thema's van de derde Nationale Milieuverkenning zijn verder: Het energiegebruik. In plaats van op hetzelfde niveau als in 1989, zal dit in het jaar 2000 5 tot 15 procent boven het niveau van 1990 liggen. Voornaamste reden is de lage energieprijs. De uitstoot van kooldioxyde (CO) stijgt met 5 tot 10 procent, in plaats van met 3 tot 5 procent te dalen. Het wegverkeer. Met name het vrachtverkeer groeit dramatisch. In 2010 zal het met 60 tot 85 procent zijn toegenomen in vergelijking tot 1990. Voor personenauto's geldt dat de maximale groei van 15 procent ten opzichte van 1990, de doelstelling van het NMP Plus, alleen wordt gehaald als er een spitsvignet komt en de parkeertarieven, de accijns en de motorrijtuigenbelasting omhoog gaan. De verzuring. De uitstoot van zwaveldioxyde, stikstofoxyden en ammoniak dalen, maar alleen voor zwaveldioxyde zal de doelstelling van het NMP Plus worden gehaald. De vermesting. Het areaal fosfaatverzadigde gronden neemt nog toe, de uitspoeling van nitraat naar het grondwater neemt af. Door de lange na-ijling zal het op veel plaatsen echter nog decennia duren voordat het diepere grondwater weer voldoet aan de eisen voor drinkwatervoorziening. De belasting van het oppervlaktewater met fosfaat en nitraat neemt minder af dan beoogd. De doelstellingen met betrekking tot het afval worden gehaald, al zijn er problemen te verwachten bij de verwerking van oud papier, kunststofafval, groente- fruit- en tuinafval en fosforzuurgips. Er wordt meer gestort dan voorzien en waarschijnlijk zal de bodemsanering meer kosten dan de 50 miljard gulden waarvan nu nog wordt uitgegaan. De doelstelling met betrekking tot geurhinder wordt niet gehaald, die van geluidhinder wel. Na het jaar 2000 zal de geluidhinder echter weer toenemen. Het beleid om de verdroging terug te dringen heeft kans van slagen.