Kohl wilde na aanslag tegen Turken geen provocaties uitlokken

BONN, 8 JUNI. Kanselier Helmut Kohl is na de aanslag die in Solingen het leven kostte aan twee Turkse vrouwen en drie Turkse kinderen niet naar rouwdiensten en de begrafenis gegaan omdat hij niet wilde worden uitgefloten en daarmee weer nieuwe provocaties uitlokken. Dit zei hij in een vrijdag opgenomen en gisteravond uitgezonden interview met de Duitse satelliet-zender Sat I.

“Ik ben, meer dan wie ook, specialist als politicus die uitgefloten wordt door min of meer mobiele, al dan niet zelfs betaalde protestgroepen”, aldus Kohl, “en ik weet wat dat in gevoelige situaties voor gevolgen kan krijgen”. De redenen voor zijn wegblijven had hij aan de Turkse regering meegedeeld “en die had daarvoor alle begrip”. “Zij weet ook heel goed dat er tegen haar ook een gevecht wordt gevoerd in Duitsland en dat de radicalisering in de Turkse gemeenschap in ons land weinig met Duitse afkeer van buitenlanders te maken heeft”.

“Ik ben drie weken geleden in Turkije op bezoek geweest, ik ben een vriend van dat land en dat weet men daar ook, dat heeft niets te maken met de vraag of ik naar de begrafenis ging of niet, ik heb in dat opzicht van niemand bijles nodig, zeker niet van mensen die anders altijd klaar staan om de regering in Ankara te diffameren terwijl die op weg is om van Turkije na jaren militaire dictatuur een democratie te maken”, aldus Kohl, die onderstreepte dat premier Inüon een prominent lid van de Socialistische Internationale is en “mijn vriend” president Demirel tijdens de dictatuur in de gevangenis zat.

Volgens Kohl is de verhouding tussen Duitsers en de omstreeks 1,6 miljoen grote Turkse gemeenschap in hun land in het algemeen goed. De “misdadige” brandaanslagen en ander “afschuwelijk” geweld van jonge rechtsradicalen tegen Turken hebben naar Kohls mening te maken met “de gevaarlijk toegenomen bereidheid, vooral onder jongeren, tot geweld”. Daarnaast ook met de bredere irritatie in de bevolking “over het onopgeloste probleem van de economische vluchtelingen”.

Kohl bracht in herinnering dat in 1992 circa één miljoen vluchtelingen naar Duitsland zijn gekomen (330.000 uit het vroegere Joegoslavië, 220.000 Aussiedler uit Oost-Europa en zo'n 430.000 asielzoekers), “veel meer dan naar enig Europees land”. De recente wijziging van het Duitse asielrecht noemde hij in dit verband “laat maar gelukkig nog niet te laat”. De kanselier zei dat “een wijs man als president Mitterrand” hem vorige week had verzekerd dat “een daad van jonge barbaren als in Solingen helaas overal in Europa kan gebeuren, ook in Frankrijk”.

Volgens Kohl moet het uit 1913 stammende Duitse nationaliteitsrecht dringend “maar wel verstandig en niet overhaast” worden veranderd. Daarover had hij drie weken geleden in Turkije ook gesproken. Voor toekenning van een zogenoemde dubbele nationaliteit (de Duitse naast de Turkse bijvoorbeeld) voelt hij in het algemeen niet. Wel zou het verkrijgen van de Duitse nationaliteit, maar dan in plaats van de Turkse of een andere oorspronkelijke nationaliteit, moeten worden vergemakkelijkt. “We moeten een oplossing vinden voor die jonge mensen die hier geboren zijn en hier willen blijven”, zei hij.

Kohl bezwoer zijn drie gesprekspartners dat ook op dit gebied naar Europese oplossingen moet worden gezocht. “We móeten de laatste zeven jaar van deze eeuw de Duitse eenwording met de Europese verbinden, anders falen we jegens komende generaties, anders dreigen nationalisme en chauvinisme, boze geesten die we nu op de Balkan aan het werk zien, ook weer naar Midden-Europa terug te keren”, waarschuwde hij.

In Duitsland zijn ook afgelopen nacht weer brandaanslagen op buitenlanders en hun huizen of eigendommen gepleegd. Dat gebeurde in Frankfurt, Oberhausen, Hamburg en Mönchen-Gladbach. In alle gevallen werden de branden tijdig ontdekt en geblust. In Wülfrath (bij Düsseldorf) liepen 14 Turkse mensen thuis lichte rookvergiftigingen op na een brand die volgens de politie niet was gesticht.

    • J.M. Bik