Joods proza

Bzzlletin 205, Israëlische literatuur. Bzztôh, 80 bl.ƒ12,50

Joods proza

Het omslag van het nieuwe Bzzlletin, een ingespannen werkend schrijver in het Hebreeuws, doet denken aan de man die nu, na de Fluwelen Revolutie, in Praag de hoge witte muren van de Pinkas Synagoge minutieus voorziet van de ongeveer tachtigduizend namen van nazislachtoffers; krom zittend en bij het licht van een kaal peertje calligraferend op sobere, hoge witte muren. Het 205de nummer van het tijdschrift van de sterk in het joodse genteresseerde uitgeverij Bzztôh gaat over Israëlische literatuur, openend met achteneenhalve bladzijde over 45 jaar proza. Het aantal potentiële lezers van Hebreeuwse literatuur groeide van een kwart miljoen in 1948 tot tweeëneenhalf miljoen eind jaren tachtig. T.Ellemers-Etzioni verdeelt de joods-Israëlische literatuur in een even dodelijk als duidelijk schema over vier perioden, waarin vooral de slotzinnen nog even naklinken: “Opvallend bij de jonge literatuur is dat er bijna geen invloed van de wereldliteratuur is vast te stellen. Meer dan eens staan Yehoshua en Oz voor de jonge schrijvers model, hetgeen erop wijst dat de Israëlische literatuur op weg is naar een duidelijke, eigen identiteit.”

Afzonderlijke bijdragen kregen David Vogel (1891-1944), A.B.Yehoshua (1936), Shmuel Josef Agnon (1888-1970), Amos Oz (1939), Aharon Appelfeld (1932) en als enige jongere Orly Castel-Bloom (1960). Argumenterend, in de beste joodse traditie, is alleen Ruben Verhasselt, in een stuk over Yehoshua en de joodse literatuur, die als moeilijk aantoonbaar apart genre naast vrouwenliteratuur en "Gerrit Komrij's elegante oplossing voor homoseksuele literatuur' wordt geplaatst. “Is vrouwenliteratuur per definitie door vrouwen geschreven? Het boek Mijn Michael van de man Amos Oz verscheen in het Hongaars in een vrouwenreeks, en toen ik het een vriendin cadeau gaf las ze het en weigerde vervolgens aan te nemen dat Amos Oz een man zou kunnen zijn. (-) Zou zo ook een niet-jood joodse literatuur kunnen schrijven?”

Bzzlletin 205, Israëlische literatuur. Bzztôh, 80 bl.ƒ12,50