FNV verwijt de politiek een ramkoers te varen

AMSTERDAM, 8 JUNI. De politiek ligt op een ramkoers die de stabiele arbeidsverhoudingen in Nederland bedreigt. Dit zei FNV-voorzitter J. Stekelenburg vanmorgen bij de opening van een driedaags congres van de vakcentrale over werkgelegenheid, emancipatie en milieu.

Stekelenburg waarschuwde dat de poging van de politiek om de rol van de sociale partners in het maatschappelijk bestel terug te dringen kwalijke gevolgen zal hebben. “Iedere poging om de vakbeweging te marginaliseren levert een vakbeweging en een samenleving op die heel wat harder zullen zijn dan wij in Nederland wenselijk achten”, aldus Stekelenburg.

Hij doelde onder andere op plannen van het kabinet om de adviesplicht van de Sociaal-Economische Raad af te schaffen en van minister De Vries (sociale zaken) om de reikwijdte van CAO's te beperken.

Ook zei de FNV-voorzitter beducht te zijn voor de gevolgen van de lopende Parlementaire Enquete voor de positie van de sociale partners in de uitvoeringsorganisaties van sociale verzekeringen. Het primaat van de politiek staat buiten kijf, aldus Stekelenburg, maar dat mag er niet toe leiden dat maatschappelijke organisaties worden genegeerd. “Het is een illusie dat de politiek leiding zou kunnen geven aan een land, zonder daarvoor hun draagvlak in de samenleving te hebben. Het mandaat dat wordt verworven bij verkiezingen is daarvoor niet toereikend”. Een andere inrichting van het stelsel van sociale zekerheid is wenselijk, aldus de FNV-voorzitter. Hij denkt daarbij aan nauwere samenwerking met de regionale arbeidsvoorziening.

De FNV-voorzitter zei verder weinig te verwachten van het centraal overleg op 18 juni met kabinet en werkgevers over de actuele sociaal-economische problemen en de overleg-economie. “Het kabinet wekt de indruk te zijn uitgeregeerd. Het hangt achterover en neemt veel te weinig initiatief om economisch herstel te bevorderen en werkgelegenheid te stimuleren.”

Stekelenburg kondigde aan in het overleg met kabinet en werkgevers aan te zullen dringen op een gezamenlijk werkgelegenheidsoffensief langs drie wegen: herverdeling van werk door uitbreiding van volwaardige deeltijdbanen, aanwending van uitkeringsgelden voor het scheppen van banen aan de onderkant van de arbeidsmarkt en verhoging van investeringen in de infrastructuur door tijdelijke fiscale stimulansen. In dit verband deed hij een klemmend beroep op de pensioenfondsen, waarin de vakbeweging ook zelf is vertegenwoordigd, hun binnenlandse investeringen op te voeren.