Financiers en deskundigen verkeken zich op innovatie; Het fiasco van de slimme gasmeter; "De afrekening met de fiscus hangt als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd'

Ettelijke miljoenen guldens zijn in het project gepompt, niet de geringste technische deskundigen kwamen eraan te pas. Toch liep de ontwikkeling van de "intelligente gasmeter' in het zicht van de finish op een fiasco uit.

ROTTERDAM, 8 JUNI. In oktober 1991 werd de "intelligente gasmeter' Manhattan-10 die voor eens en altijd een einde zou maken aan het onnauwkeurig meten van het aardgasverbruik, nog als primeur op de vakbeurs Gas Tech in de Amsterdamse RAI gepresenteerd. Voor dit veelbelovende produkt zou een markt van miljoenen exemplaren - en mogelijk nog veel meer in het buitenland - worden opengelegd. Want de Manhattan zou de ouderwetse, onnauwkeurige balgmeters die nu nog in de meterkasten van woningen en bedrijven hangen, gaan vervangen.

ier Rabobank had vertrouwen in de uitvinding, haar dochter Ondernemend Vermogen Nederland verstrekte samen met een reeks andere aandeelhouders het jonge bedrijfje Energie Meet Systemen (EMS) in Hoofddorp risico-kapitaal en het ministerie van economische zaken verleende technologiesubsidies tot een totaal van 258.000 gulden. Ook nieuwe aandeelhouders zagen brood in de uitvinding, want begin 1991 werden 200 aandelen met een nominale waarde van 1.000 gulden verkocht voor maar liefst 30.000 gulden per stuk. In april vorig jaar lanceerde EMS nog met succes een onderhandse lening die op dat moment ruim in de kapitaalbehoefte voorzag: een achtergestelde, converteerbare obligatielening van ruim 2,1 miljoen gulden.

Achteraf hebben de deelnemers daar flink spijt van, want de emissie kwam net voordat het IJkwezen een verzoek om goedkeuring van de nieuwe gasmeter afwees, wegens technische onvolkomenheden. Binnen enkele maanden bleek EMS nog meer geld nodig te hebben voor verbeteringen aan het ontwerp, maar de aandeelhouders waren niet bereid dieper in de beurs te tasten. De eerste exemplaren van de Manhattan-10 waren al erg duur om een plaats op de markt te verwerven, maar zonder stempel van het IJkwezen zou dat zeker onmogelijk zijn. Na een wisseling van het management, door de commissarissen afgedwongen, kwam EMS in september vorig jaar in surséance van betaling terecht en volgde in december het faillissement toen uit extern onderzoek bleek dat het onverantwoord was om door te gaan.

Uitvinder en eerste EMS-directeur Albert Kramer zit gedesillusioneerd en werkloos thuis. Niet alleen is hij drie ton van zijn privé-spaarcenten kwijt, maar ook de octrooien die op zijn geesteskind waren verstrekt, want de eigendom daarvan had hij overgedragen aan EMS. Curator mr. A.J. Tekstra van advocatenkantoor Pot & Jonker in Haarlem heeft zelfs een juridische procedure bij de rechtbank in Amsterdam tegen hem aangespannen. Kramer wordt persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de schulden van EMS jegens leveranciers en de bank van 1,5 tot 2 miljoen gulden. Het totale tekort in het faillissement beloopt ongeveer 6 miljoen. Behalve het verlies aan subsidiegeld heeft de overheid een veel grotere schade, omdat twee participatiemaatschappijen samen 3 miljoen gulden in EMS stopten. Hun verliezen worden voor de helft door de fiscus gedragen.

Kramer zegt zelf in 1991 circa 2,6 miljoen gulden te hebben verdiend op de verkoop van 90 aandelen EMS. Die opbrengst stopte hij voor een deel in de privé-onderneming Kramer Beheer BV en leende vervolgens geld bij de bank om aan de vermogensbelasting te ontsnappen, ten behoeve van een salaris, verzekeringen en pensioenopbouw. EMS verschafte hem een "managementfee' van 150.000 gulden per jaar, maar dat ging grotendeels op aan kosten en vennootschapsbelasting, zegt Kramer. “Mijn vermogen is nu sterk gedaald en de afrekening met de fiscus hangt als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd.”

De kritiek van curator Tekstra op Kramer is niet mals: hij zou zich aan “onbehoorlijk bestuur” hebben schuldig gemaakt, en aan “wanbeleid”, waarvan “aannemelijk is” dat het “een belangrijke oorzaak van de faillissementen is” (van EMS en twee dochterbedrijfjes). Volgens het verslag van Tekstra voor de rechtbank had Kramer stelselmatig ten onrechte bij leveranciers, aandeelhouders en de bank de indruk gewekt dat zijn meter snel goedkeuring van het IJkwezen zou krijgen en was zijn beslissing om desondanks in juni vorig jaar met de massaproduktie van de Manhattan te beginnen, “onverantwoord”. Zelfs toen de afwijzing van het IJkwezen binnen was, bleef Kramer beweren dat de goedkeuring zou komen.

Kramer, die door kenners een “lastige, eigenwijze man” wordt genoemd, geeft Tekstra weinig kans bij de rechter. “Ik heb het uiterste gedaan om een succes van de Manhattan te maken en dat is in het zicht van de finish mislukt, als een hardloopwedstrijd waarvan je de laatste tien meter niet afmaakt. Er waren onvolkomenheden, maar die hadden we zeker kunnen oplossen met de opbrengsten uit een eerste serie-verkoop van de meter. Onder voorwaarde van de goedkeuring door het IJkwezen hadden wij een order van een aantal energiebedrijven voor de eerste 7.000 meters.” Uit het verslag van de curator blijkt overigens dat het hier niet om een order ging, maar om een optie. Voorwaarden voor omzetting daarvan in een order waren de goedkeuring door het IJkwezen en een bepaalde maximale inkoopprijs. Volgens Tekstra's verslag had de eerste serie-verkoop nooit winstgevend kunnen zijn, want de produktiekosten voor de Manhattan waren te hoog om kopers te vinden.

In tien jaar tijd zouden 4,5 miljoen ouderwetse Nederlandse gasmeters kunnen worden vervangen door de Manhattan, die met zijn "supernauwkeurige' meetgedrag de distributiebedrijven (GEB's) zou verlossen van forse meetverschillen die de conventionele "balgenmeters' registreren, vooral als gevolg van temperatuur- en drukschommelingen. De ouderwetse balgenmeter meet alleen kubieke meters gas, terwijl de Manhattan in staat is het verbruik per tijdseenheid te registeren, waarbij druk- en temperatuurverschillen worden verdisconteerd.

Bovendien bood de Manhattan uitzicht op grote besparingen, want de ingebouwde elektronica maakte het mogelijk de meter op afstand af te lezen, waardoor de meteropnemer overbodig zou worden. Vanuit de kantoren van de distributiebedrijven kan de meter volledig worden geprogrammeerd, en dat bood nog meer voordelen. Notoire wanbetalers zouden bij voorbeeld de boodschap krijgen: als u uw achterstallige rekeningen niet binnen twee weken betaalt, ontvangt u binnenkort alleen nog aardgas tussen 17 en 19 uur om te koken. De Manhattan zou die opdracht uitvoeren. En bij een leidingbreuk, brand of een stroomstoring zou de gastoevoer automatisch worden afgesloten.

Op de vraag hoe het mogelijk is dat een aanvankelijk veelbelovend project zo kan mislukken, wijzen de meeste betrokkenen met een beschuldigende vinger naar uitvinder Kramer. Die gelooft zelf nog steeds heilig in zijn produkt, maar beklaagt zich over gebrek aan medewerking van geldschieters en commissarissen. “De Manhattan biedt een mooi stukje high-tech, al was de werking nog niet honderd procent. Maar zelfs deskundigen van buitenlandse gasbedrijven als Gaz de France keken daar doorheen, die hadden grote belangstelling. Als ondernemer heb ik me echter verkeken op de drang van een aantal beleggers naar rendement binnen een bepaalde periode.”

Een van die beleggers, hij wil niet met zijn naam in de krant, geeft na enige aandringen toe dat zijn instelling, die gespecialiseerd is in het verstrekken van risico-kapitaal, te snel en zonder een deugdelijk technisch onderzoek een belang in EMS heeft genomen. “Daar zijn we zelf verantwoordelijk voor, we hebben er buikpijn aan overgehouden.”

Kramers opvolger bij EMS, de technicus M.J. Lambeek, die vorig jaar door de commissarissen als interimmanager was aangesteld en nu nog bij de afwikkeling van het faillissement is betrokken, zegt dat de Manhattan mislukte door een “slecht technisch ontwerp en het gebruik van verkeerde componenten”. “Men dacht met een niveau van "medium technology' te werken, maar in werkelijkheid was het supermarkttechnologie.” Die wetenschap heeft Lambeek niet alleen van zichzelf, maar ook uit een test van de gasmeter die op zijn verzoek werd uitgevoerd door het Britse expertisebureau P.A. Consulting. Een medewerker van het Gastechnisch instituut in Apeldoorn, dat de Nederlandse distributiebedrijven adviseert, zegt Kramer tijdig te hebben gewaarschuwd dat zijn techniek “niet betrouwbaar genoeg, te ingewikkeld en te duur” was, vooral door toepassing van mechanische bewegende delen in de gasmeter.

    • Theo Westerwoudt