Dufaux nieuw Zwitsers wielertalent

ROTTERDAM, 8 JUNI. Na Alex Zülle en Toni Rominger dient zich al weer een talentvolle Zwitserse wielrenner aan. Laurent Dufaux, 24 jaar en ploeggenoot van Zülle bij ONCE, bracht gisteren de Dauphiné Libéré, een Franse etappewedstrijd op zijn naam. Het betekende zijn eerste overwinning in een meerdaagse wedstrijd.

Dufaux begon als vijftienjarige met wielrennen. Hij werd, zoals veel Zwitserse beroepsrenners, opgeleid door Paul Köchli. Toen Helvetia aan het einde van 1992 met de sponsoring van een wielerploeg ophield, stapte Dufaux over naar Spanje. Daar kwam hij zijn landgenoot Zülle tegen.

Zülle maakte dit seizoen indruk met zijn overwinning in Parijs-Nice en de tweede plaats in de eindrangschikking in de Vuelta achter zijn landgenoot Toni Rominger. Dufaux, in de Vuelta als knecht aanwezig, mocht voor zijn eigen kans rijden in de Dauphiné Libéré. Zülle en Breukink deden de ronde van Asturië aan, zodat de jonge Zwitser verlost was van zijn kopmannen. Hij bewees in de bergen goed omhoog te kunnen.

“Ik heb veel te danken aan ploegleider Manolo Saiz. Hij praat veel met ons en stimuleert zijn renners enorm. Zijn begeleiding is perfect”, sprak de renner met bewondering over zijn ploegleider. De Zwitser heeft veel gewerkt aan zijn tijdritten. “Dat was mijn zwakke punt.” Inmiddels kan de klimmer ook in die discipline aardig mee.

Saiz houdt zijn pupil dit jaar weg uit de Tour. Vorig jaar moest hij op weg naar Sestrière opgeven. “Twee grote ronden is voor mij nog te veel.”

In de laatste etappe behield Dufaux gemakkelijk zijn voorsprong van drie minuten op de Colombiaan Rincon. De rit werd gewonnen door de Pool Zamana uit de Amerikaanse Subaru-ploeg. Eddy Bouwmans beëindigde de ronde als twintigste.

In de Ronde van Italië had Claudio Chiappucci stoute plannen. De Italiaan dacht na de zware bergrit van zondag leider Miguel Indurain te kunnen verrassen. In de slotklim van zes kilometer viel de gedrongen Italiaan aan, de Spaanse nummer één riep hem persoonlijk tot de orde. De overwinning ging naar Davide Cassani, die als enige overbleef van een vroeg ontstane kopgroep van vijf.