"De verhouding werd onwerkbaar'; PvdA-fractieleider Wöltgens over het vertrek van Ter Veld

DEN HAAG, 8 JUNI. Het probleem met de afgetreden staatssecretaris Ter Veld van sociale zaken was volgens PvdA-fractievoorzitter Wöltgens dat “als ze na lang dubben tot de oplossing van een probleem was gekomen ze die oplossing naar de fractie toe als de enig mogelijke presenteerde. Die moest men dan maar volgen. Ze had er immers lang over nagedacht, daarbij dikwijls een hele worsteling doorgemaakt. Ze realiseerde zich niet dat de mensen in de fractie dat niet direct konden "nachvollziehen', om het maar eens op z'n Duits te zeggen.”

In haar afwegingen, aldus Wöltgens, “verzuimde ze de reacties mee te nemen van degenen die ze met haar oplossingen confronteerde. En dat moet je in de politiek nu eenmaal altijd wèl doen.” Thijs Wöltgens nipt op zijn werkkamer in het door de Tweede Kamer geannexeerde voormalige ministerie van koloniën af en toe nadenkelijk aan een glas water dat hij heeft meegenomen uit de fractiekamer. Daar hadden hij en partijleider Kok kort tevoren de benoemingen bekend gemaakt van Wallage en In 't Veld tot staatssecretaris van respectievelijk sociale zaken en onderwijs. “Sociale zekerheid is voor onze partij een kernthema en mede daardoor voor de staatssecretaris die dat thema behandelt een moeilijk onderwerp. Maar naarmate een onderwerp minder makkelijk is, is het des te belangrijker dat je een draagvlak creëert voor je oplossingen. Dat liet Elske te vaak na.”

Hoe kon het naar zijn mening gebeuren dat Ter Veld acht jaar in de Tweede Kamer tot tevredenheid van de PvdA-fractie de sociale zekerheid behandelde en als staatssecretaris ineens geen contact meer had met diezelfde fractie? Wöltgens: “Dat heeft, geloof ik, in de eerste plaats te maken met de kloof tussen wat je in de oppositie naar voren kunt brengen en de tegenvallende financiële ruimte die je dan ineens in het kabinet blijkt te hebben. Je wordt dan geregeld geconfronteerd met opmerkingen als "jij was toch vroeger ook zo...'. In de tweede plaats komt dat door het verschil van als het ware commentaar leveren vanuit je positie als Kamerlid en ineens zelf verantwoordelijkheid dragen voor de sociale zekerheid.”

De fractievoorzitter diept vervolgens nog eens zijn stelling uit dat de vervreemding tussen Ter Veld en de PvdA-Kamerfractie niet een zaak is van de laatste tijd, maar een proces is dat “al jaren” loopt. “Ik heb daarover uiteraard geen boekhouding gevoerd, geen zwartboek bijgehouden, maar er zijn zeker enkele tientallen gesprekken gevoerd tussen mij en Elske en tussen fractiewoordvoerders en Elske, waarin dat aspect ter sprake is gekomen. Kamerleden kwamen wel eens bij mij klagen, Elske kwam ook wel bij me eens langs met de klacht dat het moeizaam ging; dan werd er weer met haar gepraat. Na vele gesprekken - het is echt een proces van jaren - kwam de constatering dat de relatie praktisch niet meer herstelbaar was, het liep steeds stroever, de onderlinge verhoudingen werden onwerkbaar. Nou, de rest is bekend.”

In feite werd het punt van de onwerkbaarheid bereikt op de dinsdag voorafgaand aan Pinksteren, vertelt Wöltgens. “In een gesprek op die dag heb ik Elske verteld dat haar positie in de fractie wankel was geworden. We wisten dat er een Elsevier-artikel aan zat te komen, waarin details zouden worden onthuld. Ik heb toen tegen haar gezegd: speel die zaak down, ga daarover niet publiek in discussie, maak de kwestie beheersbaar! Ik heb haar werkelijk bezworen zelf niets in de openbaarheid te zeggen over haar slechte relatie met de fractie. Wij zouden van onze kant daar dan ook niet openlijk verder op ingaan. Heel uitdrukkelijk heb ik gezegd: als we de zaak over en weer niet escaleren, kunnen we daarna verder praten over een oplossing. Wel, het toen volgende NRC-interview, waarin ze dat "ongevraagd' - zo stond het er - toch deed, kwam voor mij echt als een klap. Ik had echt alles geprobeerd omminimum-voorwaarden te scheppen ter voorkoming van een escalatie en nu kwam ze er toch mee. Mijn beroep was geheel genegeerd. Dat gaf mij het gevoel dat het kennelijk niet meer mogelijk was de kwestie samen op te lossen.”

En daarmee was het politieke doodvonnis van staatssecretaris Ter Veld getekend. Een slechte zaak voor de PvdA? Wöltgens: “Ja, logisch. Je wilt zoiets niet. Je weet tevoren precies hoe zoiets vervolgens zal gaan als een staatssecretaris aftreedt: speculaties over ontbindingsverschijnselen van de partij, het underdog-effect, je kunt het precies uittekenen. Maar goed, als het dan onvermijdelijk is geworden, moet je het ook niet laten doorzieken en je maatregelen treffen.”

Verwacht Wöltgens nog meer communicatieproblemen binnen de fractie of tussen de fractie en de PvdA-bewindslieden, onder invloed van de blijvend lage stand van de partij in de peilingen? Het antwoord: “Ach, wat wil je dat ik daarover zeg. Ik hoop het niet en eigenlijk verwacht ik het ook niet, omdat ik denk dat iedereen is doordrongen van het feit dat zo'n ontwikkeling onbeheersbaar kan worden. Ik hoop dus dat iedereen het hoofd koel houdt en zulke gebeurtenissen meehelpt te voorkomen.

“Als er uit de gebeurtenissen van mei 1989 bij de VVD iets te leren is, dan is het toch wel dat als je je door dit soort processen laat overmannen je de verkiezingen ook wel kunt vergeten. Die peilingen laten natuurlijk niemand onberoerd, daar hoef ik niet omheen te draaien. Maar als je uit het dal wilt komen, mag je dergelijke gevoelens niet als een sneeuwbal laten doorrollen en alles kapotmaken.” In mei 1989 viel het CDA/VVD-kabinet Lubbers-De Korte, vooral als gevolg van ontbrekende communicatie binnen de VVD.

Een glimpje hoop voor de toekomst heeft Wöltgens zien opbloeien door de verkiezingsuitslag in Spanje afgelopen zondag, waar de socialistische partij van Felipe Gonzalez ondanks een flink verlies de grootste partij bleef. “Kennelijk zijn er uitzonderingen mogelijk op de regel dat sociaal-democratische partijen ten onder gaan”, zegt hij met een sarcastisch lachje. “We zullen er alles aan doen dat niet bij één uitzondering te laten”, voegt Wöltgens er flink aan toe.