De tijd van het kneuzenbakje is in Groningen voorbij

Oudere werknemers zullen langer moeten werken als de Vut wordt afgeschaft. Maar bekommeren bedrijven zich wel voldoende om oudere werknemers? Tweede deel van een korte serie.

GRONINGEN, 8 JUNI. Oud zijn in Nederland begint steeds jonger. Grootouders werkten tot ze stierven, ouders beulden zich tot hun 65ste af en hun zonen stappen nu op 55-jarige leeftijd uit het arbeidsproces. De gemeente Groningen heeft de grens van de vergrijzing zelfs verder bijgesteld. Sinds twee jaar valt iedere ambtenaar boven de dertig jaar automatisch onder het ouderenbeleid.

Jet Radema is een van de ambtenaren die van het veranderende personeelsbeleid gebruik heeft gemaakt. De 35-jarige secretaresse van het college van B&W wordt binnenkort "relatiebeheerster'. Ze zal de banden tussen het Groningse stadhuis en het bedrijfsleven steviger aanknopen. Radema voelt zich als secretaresse niet te oud, maar is uitgekeken op haar werkzaamheden. En op de automatische piloot de Vut-gerechtigde leeftijd halen, lijkt Radema een verschrikking.

De gemeente Groningen is op het gebied van ouderenbeleid de absolute koploper in Nederland. In andere instellingen komt een dergelijk beleid slechts langzaam van de grond, in het bedrijfsleven is het ouderenbeleid vaak niet meer dan een papieren tijger. Groningen begon in 1989 al met een onderzoek naar de mogelijkheden om oudere werknemers langer in dienst te houden. De discussie over afschaffing van de Vut sudderde toen, maar moest nog in volle hevigheid losbarsten.

Het personeelsbeleid van de gemeente Groningen is gestoeld op human resource; men gaat uit van de kwaliteiten van de werknemer en behandelt hem op individuele wijze. Twee maal per jaar krijgen alle ambtenaren ongeacht taak en leeftijd een gesprek, respectievelijk een functioneringsgesprek en een beoordelingsgesprek. Voor bijna iedere wens probeert de gemeente een oplossing te vinden die past bij de kwaliteiten van de medewerker. Is de wens niet binnen het stadhuis van Groningen te realiseren, dan probeert de afdeling personeelszaken daar buiten te bemiddelen. Met zo'n benadering blijkt de wil om op oudere leeftijd te blijven werken, volgens wethouder A. van de Vondervoort, wel degelijk aanwezig.

Toch is het ouderenbeleid van de noordelijke gemeente niet alleen ontstaan uit liefde voor en meedogen met de 55-plussers. Bittere noodzaak openden de wethouder en haar beleidsmedewerkers in 1989 de ogen. Over tien jaar zou tweederde deel van het personeelsbestand ouder dan veertig jaar zijn. Het gevolg van het aanname-beleid in de jaren zeventig, toen de gemeente Groningen haar takenpakket fors moest uitbreiden en veel jong personeel wierf. Nu telt het stadhuis geen enkele ambtenaar meer onder de 20 jaar. Werknemers tussen de 30 en 39 jaar maken ruim 37 procent van het personeel uit, ambtenaren tussen de 40 en 49 jaar vormen 32 procent. “En die mensen moeten wel creatief blijven meedenken”, aldus Van de Vondervoort.

De wethouder zag zich in 1989 voor meer problemen geplaatst. De arbeidsmarkt zou de komende jaren flink krimpen en bezuinigingen van de rijksoverheid zouden de instroom van nieuw bloed tot het minimum beperken. Ook de doorgevoerde Groningse reorganisatie van 1987 met het doel de bureaucratie in te dammen, stuitte op problemen bij oudere werknemers. Het stadhuis was aan een cultuuromslag toe, besloot de wethouder.

Vier jaar later lijkt de aanpak te hebben gewerkt. Een behoorlijk aantal oudere werknemers is van baan veranderd. Zo werd een buschauffeur kantinebeheerder, een zwembadinstructrice werd archiefmedewerkster en een fitter werd na een cursus boekhouden magazijnbeheerder. Scholing werd voor iedereen toegankelijk. De gemeente Groningen hoefde volgens eigen zeggen nauwelijks extra banen te scheppen om aan de beroepswensen van de oudere werknemers te voldoen.

“Hooguit hebben we een aantal taken in elkaar geschoven om het werk aantrekkelijker te maken”, zegt beleidsmedewerker J. Houwen. Hij doelt hiermee op de nieuwe functie van buurtbeheerder. Onlangs kregen Groningse stratenmakers, ongeacht hun leeftijd, naast het leggen van stenen ook de verantwoordelijkheid over de plantsoenen en het straatmeubilair in "hun' wijk.

Het ouderenbeleid in de gemeente Groningen is het voorbeeld van de papieren tijger die tot leven is gewekt. En hoewel het stadhuis regelmatig bezoek krijgt van nieuwsgierige bedrijven, blijft het vaak alleen bij kijken. De aandacht voor de oudere werknemer in de marktsector ligt nog vele straatlengtes achter. Van de Vondervoort wijt dit in eerste instantie aan het grote verantwoordelijksheidsgevoel van de overheid. Maar de overheid telt meer voordelen boven de marktsector. “Gemeenten hebben een gevarieerder takenpakket. Daardoor kunnen we het personeel verschillende functies aanbieden. Daarnaast is de overheid gestoeld op lange-termijn-denken. Wij hoeven niet iedere dag bang te zijn dat het bedrijf op de fles gaat. En dat geeft meer rust in de organisatie.”

De Groningse ambtenaar profiteert van deze rust. Van de wethouder krijgt hij tien jaar om aan de nieuwe situatie te wennen. Dan moet de "cultuuromslag' in het stadhuis een feit zijn. Beleidsmedewerker Houwen laat de ambtenaren intussen wennen aan "horizontale mobiliteit'. “Mensen moeten begrijpen dat niet iedereen omhoog kàn. Ook scholing zal niet automatisch tot promotie leiden. Je bent geen kneus als je een gelijkwaardige of mindere functie aanvaardt. De tijd van het kneuzenbakje is hier voorgoed voorbij.”