De boogballetjes en de trekstoten met de schoenpunt

Dennis Bergkamp, Ned. 3, 20.26-21.23u.

De verbeten trek op zijn gezicht, de irritatie, de pijn en dan toch de zwaarbevochten blijheid als hij eindelijk scoort. Zoveel lichamelijke en geestelijke beheersing, zoveel schoonheid als Dennis Bergkamp opnieuw scoort. Wat een camera allemaal niet vermag weer te geven. Voetbal als kunst, het mag niet veel geschreven worden, anders is het geen kunst meer. Dan zijn de schaar- en kapbewegingen, de boogballetjes en de trekstoten met de schoenpunt van Bergkamp alledaags geworden. Zo alledaags als voetbal.

Het portret dat regisseur Pim Marks van de voetballer heeft gefilmd, duurt lang. Maar nooit te lang, niet zo lang als een voetbalwedstrijd duurt. Het is vooral impressionistisch, want op een andere wijze kunnen de kunsten van Bergkamp niet worden weergegeven. Bergkamp is geen verteller, hij is voetballer. Op vragen van Kees Jansma geeft hij korte antwoorden. Over zijn beslissing naar Internazionale te gaan: “Ik ben geen twijfelkont.” Over zijn verkiezing tot voetballer van het jaar: “Erkenning ja, leuk zo'n feestje, maar ook weer niet. Je voetbalt liever.” Over de persconferentie waarin zijn transfer en die van zijn clubgenoot Wim Jonk naar Italië bekend werd gemaakt. “Na afloop was ik helemaal leeg.”

Hij praat zoals hij voetbalt. Zoals Johan Cruijff zegt: “Het lijkt simpele techniek. Maar het is superieure techniek. In één beweging alles doen.” Emoties uit hij op het veld, die legt hij in zijn spel met de bal. Hij geeft toe dat hij na een wedstrijd moeilijk slaapt. Dat hij kippevel krijgt wanneer de supporters vreugdevuren ontsteken wanneer hij het stadion betreedt. Dat hem als jochie het Wilhelmus wel wat deed als hij naar voetbal op de televisie keek. En dat hij altijd heeft gedroomd op Wembley te scoren, en dat die droom is uitgekomen.

Dennis Bergkamp saai? Pas als mensen uit zijn omgeving hem saai vinden, wordt het een probleem. Hij lacht verlegen. Bergkamp is niet zo arrogant als zijn loopbewegingen doen vermoeden. Hij is niet saai. De confrontaties met zijn trainer Louis van Gaal zijn spannend. Hij is vervangen, vernederd vindt Bergkamp. Hij moet het uitpraten. Van Gaal zegt: “Als je drie wedstrijden worstelt met jezelf, raakt het geduld op.” Maar Bergkamp blijft kritisch: “Ik heb Van Gaal gevraagd of hij het gedaan heeft om te laten zien dat hij mij er uit durft te halen. Hij zegt van niet.” Vergeven doet hij het misschien, “maar het blijft je altijd bij”.

Bergkamp reageert op filmbeelden, hij legt uit wat hij doet, waarom hij het doet. “Ik kijk om me heen naar de ruimte. Dan komt de pass en moet ik in één seconde beslissen.” Sommige acties laten zich niet verklaren. Hoe doe je dat? Zoals in de Kuip tegen Feyenoord: eerst de schaarbeweging waarmee hij doelman De Goey fopt, dan de kapbeweging, dan de "Bergkamp-stift' langs de verdwaasde verdedigers van de kampioenen. Zo doe je dat, moet Bergkamp aan een jongetje van pakweg acht jaar uitleggen. En Dennis zet de punt van zijn schoen onder de bal, wipt hem op en laat de bal roterend door zijn handen gaan. “En dan gaat hij zo over de keeper heen.” Het jongensmondje staat open van verbazing. Dat vindt Bergkamp nou leuk, als kinderen hem herkennen. Het kind in Bergkamp.

Niet de taktiek van het spel, niet privé, alleen een foto van Dennis tussen zijn ouders en af en toe een glimp van zijn vriendin. Niet het leven buiten het veld, waarmee Romario door de media is verdoemd. De voetballer herken je als hij aan de bal is. Dat heeft Pim Marks begrepen. Het achteloze, subtiele tikje waarmee Bergkamp tot slot de aftrap verricht, genomen met de super slow motion camera. Dat zijn historische beelden, dat is voetbal.