Agrificatie

"Agrificatie'. U vindt het woord niet in van Dale. Evenmin staat het in de nieuwe boekjes over turbo-taal. Toch is de term "agrificatie' binnen de landbouw al helemaal ingeburgerd en ook in andere kringen kom je het woord steeds vaker tegen. De SER bracht in april een positief rapport uit over "agrificatie'. Het mei-nummer van het blad 19NU - een tweemaandelijkse uitgave van de Stichting PR Land- en Tuinbouw voor burgers - had als thema "agrificatie'. Twee weken geleden zei minister Bukman van Landbouw dat het Kabinet snel een standpunt zal innemen over "agrificatie'. Afgelopen donderdag was er zelfs een "agrificatiedebat' in het congrescentrum in Den Haag onder leiding van Wim Meijer, oud-Commissaris van de Koningin in Drenthe. U begrijpt het. Wanneer je geen mening hebt over agrificatie, tel je niet meer mee. Wanneer je niet eens weet wat de term betekent dreigt een sociaal isolement.

Agrificatie is het gebruik van agrarische grondstoffen voor niet-voedingsdoeleinden. Het aantal toepassingen van groene grondstoffen is enorm groot. U weet ongetwijfeld dat linnen tafellakens van vlas zijn gemaakt. Dat dieselmotoren probleemloos op koolzaadolie lopen is eveneens bekend. Wellicht weet u ook dat er van de fabrieksaardappelen die in de Veenkoloniën worden geteeld onder meer verdikkingsmiddelen wordengemaakt. Dat er melkresten worden gebruikt bij de produktie van beeldbuizen in moderne tv's is waarschijnlijk nieuw voor u.

De toenemende belangstelling voor een duurzame samenleving speelt de landbouw in de kaart. Agrificatie biedt milieuvriendelijke alternatieven voor veel vervuilende produkten. De chemische industrie krijgt steeds meer de wind van voren door de strengere milieueisen. De voorraden aardolie en -gas zijn niet onuitputtelijk en worden schaarser. De agro-industrie ziet dan ook kansen. Groene grondstoffen vervuilen niet en zijn op afroep te produceren. Daarbij komt dat landbouwprodukten door verbetering van de teelt en door een toenemende mechanisatie steeds goedkoper worden.

Een voorbeeld van een nieuw agrificatie-gewas is olifantsgras. De Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu (NOVEM) ziet brood in deze teelt. Olifantsgras wordt ongeveer drie meter hoog en produceert per hectare een enorme hoeveelheid van 70 ton biomassa. Dit plantmateriaal kunnen elektriciteitscentrales verbranden. De kooldioxide-balans van dit produkt is veel gunstiger dan van bij voorbeeld kolen.

Een andere vorm van agrificatie die erg tot de verbeelding spreekt zijn de groene transportbrandstoffen. Uit veel gewassen waaronder graan en suiker kan bio-ethanol gemaakt worden. Met enige aanpassingen kunnen benzineauto's op zuivere bio-ethanol rijden. Wanneer deze stof wordt gemengd met benzine kan iedere auto er op rijden.

Voor wat de groene brandstoffen betreft, is Amerika vooruitstrevend. Gemiddeld wordt in de totale benzine-plas 7% bio-ethanol uit maiskorrels gemengd. In sommige gebieden is het bijmengen in bepaalde tijden van het jaar verplicht.

Zonder aanpassingen kan iedere dieselmotor probleemloos overschakelen op koolzaad-olie. In Oostenrijk is het openbaar vervoer voor een belangrijk deel overgestapt op biodiesel. Zo'n bus blaast geen stinkende roetwalm maar verspreidt een aangenaam frituurluchtje. Ook in milieu-gevoelige gebieden zijn groene brandstoffen ingeburgerd. Op meren varen de boten op biobrandstoffen en in sneeuwmachines wordt evenmin fossiele olie gebruikt.

Om deze produkten ook financieel aantrekkelijk te maken is enige overheidsbemoeienis nodig. Op z'n minst dienen deze brandstoffen vrijgesteld te worden van accijnzen om enigszins te kunnen concurreren. Frankrijk heeft inmiddels voor deze stap gekozen en ook Duitsland staat sympathiek tegenover het bevoordelen van groene brandstoffen ten opzichte van fossiele brandstof. In Brussel ligt bij de ministers van financiën al meer dan een jaar een plan om binnen de EG de accijnzen op biobrandstoffen met 90% te verminderen.

In vergelijking met andere EG-landen is er in Nederland nauwelijks politieke wil om van boeren de nieuwe oliesheiks van het Westen te maken. De minister Alders en Bukman staan niet te springen om geld te steken in groene brandstoffen. Zij wijzen erop dat er ook rapporten bestaan die vraagtekens zetten bij de groter milieuwinst van groene brandstoffen. Toch adviseerde de SER vorige maand dat de overheid snel mogelijkheden moet scheppen voor proefprojecten met agrarische transportbrandstoffen. Met name produkten die de gangbare diesel vervangen zouden grote milieu-voordelen kunnen bieden.

In Nederland wordt nog maar op uiterst kleine schaal geëxperimenteerd. Bij de Groninger busmaatschappij GADO rijden sinds vorig jaar drie bussen op bio-ethanol. Deze proef, waarin de totale kosten worden bekeken, is vorige week echter tijdelijk stopgezet, omdat in de bus voor de tweede maal brand ontstond. Vooralsnog is niet duidelijk of dit aan de alternatieve brandstof te wijten is.

Zelfs wanneer er een grotere vraag naar biobrandstoffen ontstaat zullen de Nederlandse boeren hier nauwelijks van profiteren. Nederland is te klein voor het op grote schaal produceren van bulkprodukten. Ons land zal het meer moeten zoeken in de specialiteiten; "de agrificatie niches'. Een mooi voorbeeld van een gewas dat een grondstof levert met een hoge toegevoegde waarde, is crambe. Het zijn prachtige planten die ruim een meter hoog worden. De fijne vertakte kale steeltjes zitten vol met hele kleine witte bolletjes. Door de plantentelers is deze wilde plant zo veredeld dat een hectare van dit gewas 1000 liter hoogwaardige olie oplevert met een zeer hoog gehalte aan erucazuur. Dit stofje kent zeer veel verschillende toepassingen, waaronder die van antikleefmiddel in plastic folie en verzachter van plastics.

De chemische, kosmetische en farmaceutische industrie stort zich niet zelf op de agrificatie-markt. Daarvoor is een intermediaire industrie nodig; een betrouwbare leverancier van groene halffabrikaten. De boerencoöperatie Cebeco-Handelsraad in Rotterdam met een omzet van vijf miljard wil die rol graag vervullen. Deze coöperatie organiseert en begeleidt de teelten, ontwikkelt de benodigde machines en verwerkt het produkt tot halffabrikaat.

De aardappelzetmeelverwerker Avebe in Veendam is een onderneming die al lang actief is in agrificatie. Het concern dat wereldwijd marktleider is in aardappelzetmeel, verdiept zich ondermeer in de produktie van 100% afbreekbare bioplastics. Een dochter van zuivelreus DMV-Campina, DMV-international in Veghel - bekijkt nonfood-toepassingen van melk en restprodukten van de zuivelbereiding. Ook de suikergiganten CSM en Suikerunie verdiepen zich in agrificatie.

De markt voor biogrondstoffen is nu nog klein, maar het aantal toepassingen lijkt bijna onbegrensd. Daarom is agrificatie een boeiend gespreksonderwerp dat bij een borrel steeds vaker wordt aangesneden. “Hoe denkt u over agrificatie?” Vervolgens hoor je dan toch nog verrassend vaak, “Hoe zegt u, Agriwat?”

    • Frans Visser