VERTROKKEN NA AFSCHEID IN STAPJES

Nooit meer zwemmen. Triathlete Thea Sybesma zette zaterdag in Groningen een punt achter een korte, maar imposante loopbaan. Ze won bijna alles wat er te winnen viel. Op de "olympic distance' was ze voor de laatste keer de snelste. De 32-jarige Sybesma is vorige week begonnen met de specialisatie orthopedie in Groningen. Ze ziet geen mogelijkheid het medische werk te combineren met topsport. Het "wetsuit' kan definitief in de kast. Ze hoeft nooit meer om half zes uur 's ochtends het zo vaak verfoeide zwembad in.

De afscheidstoernee begon in Almere, vorig jaar. In de mist, in een spannende wedstrijd, vlak nadat ze besloten had de volgende zomer met topsport te stoppen. “Dat was voor mij misschien wel het mooiste moment in mijn carrière. Almere is nu eenmaal iets speciaals. Toen helemaal. Aan het wereldrecord bewaar ik gek genoeg minder speciale herinneringen. Dat nam niet iedereen serieus.” Op 13 juli 1991 verraste Sybesma de hele triathlon-top met een tijd onder de magische negen uur-grens. In het Duitse Roth legde ze de drie disciplines af in 8 uur, 56 minuten en 29 seconden. Een tijd die inmiddels is verbeterd maar toen voor opschudding en ongeloof zorgde. Zelfs de absolute topper Paula Newby-Fraser was nog nooit zo snel geweest. Had het record-parcours in Roth wel de officiële afmetingen? Sybesma kreeg niet de erkenning die ze verdiende. Bij haar afscheid van de wedstrijdsport wordt ingezien dat Thea Sybesma baanbrekend werk heeft verricht voor het Nederlandse triathlon. Axel Koenders en Gregor Stam hadden in samenwerking met de Avro het fundament gestort. Sybesma zorgde in navolging van pionier Irma Zwartkruis voor de vrouwelijke impulsen. “Ik hoef nu tenminste niemand meer uit te leggen wat triathlon precies is", sprak ze zaterdag bij haar afscheidsrede voor de lokale radio. “Gelukkig stromen er steeds meer talentvolle meisjes door. Vooral Irma Heeren moet het heel ver kunnen schoppen.”

Sybesma stond de laatste jaren op eenzame hoogte in Nederland. In 1991 besloot ze full-time met triathlon verder te gaan. Een persoonlijke sponsor zorgde ervoor dat ze in haar levensonderhoud kon voorzien. Het prijzengeld maakte haar bestaan meer dan modaal. Sybesma ging prijzen winnen. In de hele triathlon, de halve en de kwart: de 'olympic distance'. Een benaming op hoop van zegen, want het is nog steeds niet zeker of triathlon in 1996 de olympische status krijgt. Ook in de duathlon, ook wel run-bike-run genaamd, was ze succesvol. Europees- en wereldkampioene. De duathlon is Sybesma op het lijf geschreven. Zwemmen is immers nooit haar favoriete onderdeel geweest. Elke morgen om half zes in het water. Zo verbeterde ze haar techniek. De discipline heeft ze van huis uit meegekregen. Altijd datgene afmaken waar je aan begonnen bent. Vandaar dat ze toch ook maar de studie medicijnen heeft voltooid, hoewel de laatste loodjes wegens het drukke sportbestaan zwaar wogen. Ze trainde de laatste jaren gemiddeld dertig uur per week. Bij het zien van de eerste televisiebeelden van die rare combinatie-sport, dacht ze: “Dat nooit, daar begin ik niet aan. Daar heb je weer zo'n rage.” Thea Sybesma moest als teenager niets hebben van triathlon. Ze voetbalde bij de V.V. Idskenhuizen op het Friese platteland. Als rechtsbuiten was ze begonnen met de jongens uit het dorp. Ze viel niet eens op, als enige meisje in het veld. Kort haar, spillebenen. Qua uitelijk is ze in twintig jaar tijd weinig veranderd. Ouders van minder talentvolle jongens werden jaloers op dat spichtige meisje dat hun zoons uit het elftal speelde. Eenmaal verbannen naar het meisjesvoetbal, was de lol er gauw af. Teamsport was niks voor haar. Ze ergerde zich voortdurend aan de lakse houding van medespeelsters.

In 1986, ze was toen 25, kwam ze bij toeval in aanraking met de sport die ze een paar jaar daarvoor nog had bestempeld als "typisch Amerikaans'. In het naburige Joure werd een triathlon-wedstrijd georganiseerd. Of Thea zin had om mee te doen? Met een geleende damesfiets won Sybesma haar eerste triathlon. Het virus had haar meteen te pakken. Stopte met voetballen, werd lid van triathlon-vereniging Delta uit Groningen waar ze nog fysiotherapie studeerde. “Weer een nieuwe sport”?, vroeg haar moeder die tussentijds ook nog contributie aan een tennis- en een volleybalclub had betaald.

Zaterdag stond moeder Sybesma langs de lijn, met andere familieleden. De Friese vlag onvermijdelijk tegen de dranghekken geplakt. Onafscheidelijk is haar vriendin en levenspartner Alie Jalving, ooit spelend in hetzelfde voetbalteam. Voor de laatste keer neemt zij de bloemen uit handen van de winnares. De "prima donna', volgens de plaatselijke speaker. Alie begon als "klokster' van de rondetijden, toen Thea Sybesma nog part-time aan sport deed. In april konden ze voor het eerst samen op vakantie. Maar ook toen gingen fiets en loopschoenen mee.

De combinatie lopen-fietsen die volgens Sybesma's begeleider Jos Geijsel veel oefening vergt. “Je gebruikt dezelfde spieren op een geheel verschillende manier.” De meeste triathleten zijn ouder dan de gemiddelde topsporters. Triathlon vergt naast ervaring ook intelligentie. “Je moet je hersens er goed bijhouden. Niet onzeker worden wanneer iemand vooruit is”, meent Geijsel. “Thea heeft de perfecte mentaliteit. En een goede fysieke bouw. Niet te groot, want dan kun je niet goed bergop met fietsen en wordt de marathon een probleem.” Sybesma is 1 meter 73 centimeter lang en weegt 56 kilo. Inspanningsfysioloog Geijsel kwam in 1990 in contact met Sybesma. Hij hoopt dat zijn pupil in organisatorisch verband behouden blijft voor het triathlon. “Ze is toch de ambassadrice van deze sport.” Sybesma zelf houdt de boot voorlopig af. “Ik voel wel dat ik iets terug moet doen voor de sport die mij zo veel plezier heeft gegeven. Misschien ga ik wetenschappelijk onderzoek doen met een buitenlandse triathleet.” Of ze het zal missen? “Ik heb langzaam afgebouwd. Afscheid genomen in stapjes. Dat scheelt misschien. De orthopedie eist nu al alle aandacht op. Dat is ook zo'n mannenwereld. In heel Nederland zijn er slechts zeven orthopedische chirurgen. Daar moet ook maar eens verandering in komen.”