Van zelfcoup via tegencoup naar tegen-tegencoup in Guatemala; Oude machtsstructuren blijven intact

GUATEMALA-STAD, 7 JUNI. Niet alleen de uitkomst van de politieke en constitutionele crisis in Guatemala was verrassend. Het bizarre verloop van de gebeurtenissen - autogolpe ("zelfcoup'), een tegencoup, een paleisrevolutie, en een tegen-tegen-coup - heeft aan het begrip staatsgreep in de huidige Latijns-Amerikaanse context een nieuwe inhoud gegeven. Bij gebrek aan beter - en vooral aan inzicht - werd in Guatemala de afgelopen dagen gesproken van een "post-moderne coup'.

Toen president Jorge Serrano Elás op 25 mei de grondwet opschortte en zichzelf bijna-dictatoriale volmachten gaf, was die onderneming zeker niet bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Had president Alberto Fujimori van Peru in april vorig jaar immers niet ongestraft hetzelfde kunnen doen? Bovendien kon Serrano in zijn eerste en enige week als caudillo aanvankelijk rekenen op de steun van het leger, dat wil zeggen op die van de minister van defensie, generaal José Domingo Garcá Samayoa. Het Guatemalteekse leger was en is een van de belangrijkste factoren in de Guatemalteekse politiek, ook acht jaar nadat het land in naam een democratie is geworden.

Maar Serrano had zich verkeken op twee andere machtsfactoren: de reactie van de zakenlobby (in de vorm van de werkgeversorganisatie CACIF) en die van het buitenland, vooral de Verenigde Staten en andere belangrijke sponsors van het ontwikkelingsland Guatemala. Verrassend genoeg speelde ook de meestal besluiteloze Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) ditmaal een doortastende rol. Een woordvoerder van de CACIF onthulde gisteren dat deze organisatie in samenwerking met politieke partijen, vakbonden en andere burgergroeperingen vanaf de eerste dag van de "zelfcoup' een soort schaduwregering had gevormd, die met succes de gebeurtenissen heeft benvloed.

Het massale verzet tegen de "usurpator' Serrano kreeg ook gestalte in de aanhoudende ongehoorzaamheid van de pers en dagelijkse demonstraties van Guatemalteekse burgers die marcheerden achter Rigoberta Menchú, de Indiaanse winnares van de Nobelprijs voor de vrede.

De invloed van het burgerverzet is moeilijk precies te wegen. Enerzijds bleek de oplossing uiteindelijk toch het resultaat te zijn van politieke deals tussen de van oudsher machtigste groepen in het land: de militairen en de ondernemers. Maar anderzijds heeft het aanhoudende en ongehinderde straatprotest een belangrijk precedent geschapen. Het betekent dat “de kleine democratische ruimte” die Guatemala is, onstabiel zal blijven zolang de grote, tot nu toe politiek gemarginaliseerde, meerderheid van het land niet wordt betrokken bij het democratische proces.

Ook wat betreft de houding van het Guatemalteekse leger kan zowel een negatieve als een positieve analyse worden gemaakt. Negatief, omdat minister van defensie generaal Garcá goedbeschouwd in tien dagen tijd tot viermaal toe steun heeft verleend aan machtsovernames, dan wel deze actief heeft geleid, zonder overigens een militair bestuur te vestigen. Dat kan worden uitgelegd als een onbeholpen poging om de politiek aan de politici over te laten. Na decennia van militaire dictatuur is dat iets waaraan de generaals nog moeten wennen.

De nieuwe president, oud-ombudsman voor de mensenrechten Ramiro de León Carpio, wacht een moeilijke maar dankbare taak. De afgelopen crisis heeft hoopvolle verwachtingen gewekt bij de Guatemalteken: dat er ten slotte een einde komt aan geweld en onderdrukking, aan uitbuiting en achterstelling, kortom dat Guatemala wordt omgevormd tot een moderne democratie waarin elke burger een plekje onder zon krijgt. Er liggen kansen om de onderhandelingen met de guerrillabeweging URNG na 32 jaar bloedige burgeroorlog tot een goed einde te brengen.

Maar hoezeer de Guatemalteken nu ook buiten hun schoenen lopen van trots omdat zij hun tropische Bastille bestormd hebben, de archasche machtsstructuren zijn nog volledig intact. President De León zal uiterst omzichtig moeten opereren en vermoedelijk gedwongen zijn tot veel, wellicht te veel compromissen. Een belangrijke uitdaging die hem wacht is het overreden van de politiek om ernst te maken met de zogeheten autodepuración, het zuiveren van de eigen gelederen van corrupte elementen. Of zoals een generaal dit weekeinde het dilemma schetste: “Wie van ons zonder zonden is, werpe de eerste steen”. Serrano had niet helemaal ongelijk toen hij zei dat zijn land in de greep is van machtige mafia's. Hij vergat alleen in dit verband zichzelf te noemen.

Eén ander feit mag niet onvermeld blijven als duidelijk winstpunt: elf dagen van spanning, intrige, verraad, woede en protest zijn verlopen zonder dat er een druppel bloed is gevloeid. Dat is in het verleden wel anders geweest in Guatemala.

    • Reinoud Roscam Abbing