Trouw aan links

SPANJE WIL WEL verandering, maar geen rechtse regering. Dat is de boodschap die de burgers gisteren hebben gezonden tijdens de zesde parlementsverkiezingen sinds het herstel van de democratie en zo heeft premier González die boodschap ook opgevat.

Al tijdens de ongemeen spannende campagneweken gaf hij toe dat zijn regering met name in de laatste kabinetsperiode fouten heeft gemaakt en dat hij bereid was die te erkennen en te corrigeren. Vannacht herhaalde hij die belofte. De arrogantie van de macht, die zich onder meer uitte in illegale financiering van de eigen partij en andere corruptie-affaires, heeft de socialisten een slechte naam bezorgd. Het streven naar zo spoedig mogelijke toetreding tot de Europese unie leidde tot grote onvrede bij werkgevers en -nemers, die zich geconfronteerd zagen met een overgewaardeerde peseta en een tot recordhoogte stijgende werkloosheid.

Maar alle kritiek heeft toch niet opgewogen tegen het risico van een machtswisseling. Via opiniepeilingen joeg de burger zijn regering de stuipen op het lijf, maar in het stemlokaal verlengde hij uiteindelijk het mandaat van González met nog eens vier tot in totaal vijftien jaar.

DE ANGST VOOR RECHTS laat zien dat Spanje in politiek en sociaal opzicht nog altijd anders is dan de rest van Europa. Boeren en kleine zelfstandigen, mensen die door sparen en hard werken een eigen huis en wat grond hebben verworven, stemmen elders doorgaans op een centrum-rechtse partij die hun belooft dat ze mogen houden wat ze hebben. Maar veel Spanjaarden associëren de toegenomen welvaart met ruim een decennium socialisme en sluiten niet uit dat een regering van rechts een terugkeer betekent naar autoritaire tijden. Ondanks de bewonderenswaardige manier waarop José Maria Aznar zijn Partido Popular heeft gemoderniseerd en ondanks zijn beloften om verworven rechten te respecteren hebben de socialisten met succes kunnen inspelen op dit historische sentiment.

De 159 zetels waarover González volgens de voorlopige uitslag beschikt acht hij zelf vermoedelijk voldoende om een kabinet samen te stellen zonder ministers van andere partijen. Geen coalitie dus in eigenlijke zin, maar wel afspraken met de grote regionale partijen van Catalonië en Baskenland over de hoofdlijnen van het beleid. Vooral Jordi Pujol, de machtige president van Catalonië, heeft het waarschijnlijk ook liever zo. Het geeft hem de gelegenheid invloed uit te oefenen zonder dat hij de vrijheid verliest om zijn eigen machtsbasis met kritiek op Madrid te bestendigen.

MEER AANDACHT voor werkgelegenheidsbeleid betekent onvermijdelijk een verwijdering van de economische doelen van Maastricht. Maar dit verschijnsel doet zich ook elders in Europa voor en González zal zijn politiek niet abrupt wijzigen. Verder is het aanblijven van de overtuigde Europeaan González goed nieuws voor wie blijft hopen op een verdieping van de EG. Zelfs de christen-democraat Kohl heeft nauwelijks onder stoelen of banken gestoken dat hij de voorkeur gaf aan de socialisten boven Aznar, al is die in naam een politieke geestverwant van de kanselier. Op korte termijn zal vermoedelijk al een eind komen aan de onzekerheid over de koers van de peseta. Drie devaluaties in acht maanden hebben samen gezorgd voor een waardevermindering van 26 procent en dat is na het verdwijnen van de grootste politieke onzekerheid meer dan genoeg.