Ter Veld heeft ondergang aan eigen beleid te wijten

Ex-staatssecretaris Elske ter Veld heeft de breuk met haar partij aan zichzelf te wijten. Zij heeft zich gedurende twee decennia opgeworpen als de verdedigster van al diegenen in onze samenleving die zwak ziek of misselijk zijn of dat mogelijkerwijs dreigen te worden. Voor hen stond Elske ter Veld pal. Ze begreep dan ook niets van Lou de Graaf, haar vroegere collega vakbondsbestuurder (CNV) en gedurende de jaren tachtig het boegbeeld van de kabinetten-Lubbers die de no-nonsense lijn in de sociale zekerheid uitvoerde.

De Graaf heeft het overigens geweten. Het was roeien in bevroren stroop. Heel belangen-georganiseerd Nederland is over hem heen gevallen. Wat staatssecretaris De Graaf heeft klaargespeeld aan stelselherziening stelt als politieke prestatie in het overlegcarrousel van Nederland heel veel voor. Als je zijn daden echter beschouwt tegen het licht van hetgeen nodig was en is, dan stelt het niets voor.

Dezelfde stroperigheid is nog steeds aanwezig. Het kost ons alleen wat minder, maar de groei in de vraag naar sociale zekerheid is niet gestopt, dus per saldo zijn we er niets mee opgeschoten. Nog steeds onderhoudt iedere werkende een uitkeringstrekker en de collectieve lastendruk is niet gedaald maar gestegen. Zeker indien we de prijsstijgingen meetellen van al die gemeentelijke diensten, waarmee we zijn opgezadeld sedert Lubbers aan de macht is. En de burger kijkt natuurlijk in eerste instantie naar wat hij netto zelf kan besteden. Daar ligt zijn keuzevrijheid en nergens anders.

Ter Veld heeft zich zeer tegen alle snode plannen van De Graaf verzet. Ze kon dit doen in de veilige bedding van de oppositiepartij in de Tweede Kamer die de PvdA toen was. Zij werd daarin van harte gesteund door Joop den Uyl en later door Wim Kok. Ter Veld merkte als Kamerlid al op, dat als er dan toch macht moest zijn in dit land, die het beste maar in haar knuistjes kon berusten. Zij was gek op macht. Welnu ze heeft het geweten.

Bij het aantreden van het vermaledijde kabinet Lubbers-Kok ("het was niks, het is niks en het wordt niks') kreeg Ter Veld de macht. Van dat moment af mocht zij namens het kabinet die honderd miljard gulden aan sociale zekerheidsgelden beheren. Zoiets is niet aan een minister voorbehouden, neen, daar belasten we een staatssecretaris mee. Dan houdt de minister immers zijn handen vrij en kan hij nog eens opmerken dat het zo niet allemaal is bedoeld, dat de soep niet zo heet gegeten wordt als opgediend enzovoorts. Kortom, een comfortabele positie, het afbranden laat je over aan je staatssecretaris.

Steeds weer zijn voor dit soort functies kandidaten te vinden. Hans Simons knapt de rotzooi op voor Hedy d'Ancona en Elske ter Veld deed dit voor minister De Vries. Simons is inmiddels politiek overleden, maar stapt nog vrolijk in Den Haag rond, Ter Veld heeft het veld moeten ruimen.

Ter Veld heeft zichzelf politiek vermoord. Zij mocht de WAO-voorstellen van Lubbers en Kok verdedigen. Ter Veld was daar in haar hart tegen, maar deed het toch. De PvdA werd erdoor gehalveerd en het resultaat is dat de sociale partners het WAO-gat door het kabinet geslagen, gewoon hebben gerepareerd. De staatssecretaris meende het kabinetsvoorstel nog voor haar rekening te kunnen nemen, omdat zij ervoor gezorgd had dat de pijn eerlijk zou worden verdeeld over de oude en de nieuwe WAO-gevallen. De Kamer besloot echter, na het akkoord bij de afhaal-chinees te Bergschenhoek, dat de oude gevallen moesten worden ontzien en dat dit ontzien moest worden opgebracht door de nieuwe gevallen.

Haar eigen PvdA-fractie in de Kamer nam bij deze wijziging van de kabinetsplannen het voortouw. En weer slikte Ter Veld en bleef zitten. Daarna kwamen de jongeren aan de beurt. In plaats van dat zij gewoon zei "een Jeugd-Werk-Garantieplan is een plan dat de jeugd werk garandeert, en dus wordt er door jongeren gewerkt of gestudeerd', zei Ter Veld dat de bijstand voor jongeren diende te worden afgeschaft c.q. fors diende te worden verminderd.

Dit was de druppel die de emmer deed overlopen. Ter Veld moest en zou hangen. Partijleider en vice-premier Kok vond dit sneu voor Ter Veld, maar reden tot solidariteit, tot mee opstappen, was dit alles niet. Kok heeft nog belangrijker zaken te regelen in het landsbelang om zich te offeren voor zijn partij of zo maar voor een staatssecretaris. De PvdA zal ook hier straks bij de verkiezingen de rekening van gepresenteerd krijgen. Ter Veld is door haar collega-politici snel vergeten, maar de kiezer heeft voor dit soort troebele manoeuvres een goed geheugen.

    • Wilhelmus S.P. Fortuyn