Stuwdam bewijst "aspiraties van de Chinezen'

In de centraal gelegen Chinese provincie Hubei wordt een stuwdam gebouwd, de grootste ter wereld. Een groot aantal mensen zal, of ze willen of niet, moeten verhuizen.

SANDOUPING, 7 JUNI. “Zijn jullie bereid en klaar om te verhuizen”, is de vraag aan een groep dorpelingen in Sandouping, een primitief gehucht midden in de Xiling bergengte in het Yangtze-dal, in het oosten van de centraal gelegen provincie Hubei. Hier wordt de komende tien, twintig jaar de grootste stuwdam ter wereld gebouwd waarvoor het voorbereidende werk al begonnen is.

“Bereid of niet, we zullen wel moeten”, zegt een praatgraag oud vrouwtje op rubberlaarzen in de dorpswinkel. De onverharde dorpsstraten van Sandouping zijn een onbegaanbare modderpoel die zich tot de wijde omgeving uitstrekt. Overal staan vrachtwagentjes en bakfietsen om de eenvoudige meubels en huisraad uit de dorpswoninkjes op te laden. Men moet verkassen naar maagdelijk bergland, 90 meter hoger.

De dorpsluidspreker roept de hele dag propaganda om over de deugden van de dam, opdat het hele volk van het belang ervan voor de huidige en toekomstige generaties is doordrongen en het project zal ondersteunen. Er wordt een boodschap van premier Li Peng, de drijvende kracht achter de dam, voorgelezen. (Li Peng is overigens al anderhalve maand uit het openbare leven verdwenen, officieel wegens een "verkoudheid', maar volgens geruchten na een half mislukte hartoperatie, dan wel om redenen van politieke aard.)

Niettemin luidde Li Pengs verheven boodschap aan de transmigranten van Sandouping: “De succesvolle voltooiing van dit project zal de wereld tonen dat het Chinese volk aspiraties heeft en het talent om goed werk te verrichten.” Op een steenworp afstand zijn vrachtwagens, kranen en bulldozers bezig met het egaliseren van het bouwterrein. Als men het verouderde, kleinschalige materiaal vergelijkt met de moderne mammoet-uitrusting van Mitsubishi, Demag en Caterpillar op het werkeiland voor het nieuwe vliegveld in Hongkong, dan zit daar een halve eeuw tijdsverschil in.

Er is geen bouwweg naar het werkterrein. Al het werkverkeer moet door diepe sporen in de zachte modder ploegen. Het is letterlijk knoeien en modderen op zijn Chinees. De dam zal er uiteindelijk wel komen, maar hij zal zeker niet op de meest efficiënte en ordelijke manier gebouwd worden.

De ontruiming van Sandouping is in februari begonnen met een proefverhuizing van 16 families, 46 personen. Voor eind mei moesten er 1.800 mensen vertrekken. Zij moeten naar een hogere plaats in de bergen, acht kilometer verderop.

Voor de gedwongen verhuizing is een uitgebreid systeem van compensatie afgekondigd dat maandenlang aan de muren aangeplakt heeft gehangen en dat door de bevolking als redelijk werd bevonden. Allereerst krijgt de lokale districtsregering van het district Yichang, de dichtstbijzijnde havenstad aan de Yangtze, een bedrag van 10.000 yuan per te evacueren persoon. Dit bedrag is bedoeld om de overheidskosten van hervestiging te bestrijden, zoals egaliseren en schoonmaken van maagdelijk land.

Verder heeft elk gezin recht op een nieuw huis en individuele compensatie, waarvan het bedrag wordt bepaald door de grootte en kwaliteit van het huis (hout, leem of steen), bijbehorend land en aard van gewassen die erop verbouwd werden. Tot slot krijgt iedereen zijn verhuiskosten vergoed. Een vrouw vertelt dat zij 77 yuan (26 gulden) per vierkante meter voor haar huis had gekregen en 230 yuan per mu (0.0667 ha) voor haar land. Dat was het bedrag voor groententeelt, maar ze had het hogere bedrag voor grond waarop ook fruit groeit willen hebben.

Een jonge man klaagt dat de grond daar boven nog niet klaar is en dat hij eerst naar een tijdelijk onderkomen moet. Wat voor werk doet hij? “Ik werk niet. Ik verkoop fruit. Alleen boeren en arbeiders werken.” Hij stelt zich geheel op het simpele klassiek-Chinese en ook maostische standpunt dat kooplui, hijzelf incluis, parasitair uitschot is, terwijl zij sinds een jaar of twee de meest dynamische klasse van China zijn. Hij ziet er tegenop, want daar boven moet hij of zelf sinaasappelen gaan verbouwen, of ze in een verafgelegen ander dorp gaan kopen.

Tijdens de gesprekken met de dorpelingen is voortdurend een ambtenaar van de districtsregering aanwezig, die aantekeningen maakt en de naam van de mensen vraagt. Iedereen klaagt. Een vrouw zegt dat er geen water en elektriciteit is waar zij heen moet. Een ander klaagt dat de compensatie veel te weinig is.

Na de gesprekken met dorpelingen staat, onder leiding van de ambtenaar, een bezoek op het programma naar het punt waar premier Li Peng eind vorig jaar een gedenkzuil met zijn persoonlijke inscriptie heeft ingehuldigd. Maar het oeverpad daarheen wordt door een grote groep luidruchtige dorpsvrouwen versperd. Ze willen hun woede over de te lage compensatie aan de buitenlanders duidelijk maken. De ambtenaar probeert hen te kalmeren en zegt dat China zo zijn gezicht verliest. Uiteindelijk moeten de Chinezen in de delegatie betalen, een of twee yuan per persoon.

Vlakbij de gedenkzuil zijn souvenir-winkels met foto's van de ceremonie met premier Li Peng. Een teenager toont zijn trots dat de premier daar is geweest, maar een ander neemt mij apart en zegt dat er een felle demonstratie op die dag is geweest, zodanig dat de vrachtwagens en bulldozers zich niet ordelijk konden opstellen. “Dan weet Li Peng toch dat er verzet is”, vraag ik. “Wel nee, Chinese leiders vertellen elkaar toch nooit de waarheid”, antwoordt hij.

De gouverneur die Li Peng vergezelde heeft hem waarschijnlijk verteld dat een extreem klein groepje oproerkraaiers de boeren heeft opgestookt, net zoals Li Peng zelf in 1989 Deng Xiaoping vertelde dat een extreem klein groepje contrarevolutionairen de communistische partij wilde omverwerpen.

De man zegt dat de compensatieregeling op zich goed is, maar dat bij de uitbetaling allerlei vormen van corruptie voorkomen. Tussen het district (xian) en het gehucht (cun) zitten nog twee bestuurslagen, namelijk xiang (gemeente van meerdere grote dorpen) en zhen (groot dorp). Elke laag pakt 500 of 1.000 yuan van die algemene vergoeding van 10.000 yuan. “De individuele compensatie hangt in vele gevallen af van hoe goed je relaties met de partijsecretaris en het dorpshoofd zijn. Als je tot hun kliek behoort meten ze royaal en als je dat niet bent meten ze te weinig”, aldus een wandelaar, die onderwijzer in het naburige hoofddorp is.

De man vervolgt: “Uit dit dorp hoeven maar 4.500 mensen te verhuizen, maar tegen de tijd dat het water echt omhoog gaat worden het er ruim een miljoen, waarvan 30 procent in Hubei en 70 procent in Sichuan. Dat kan niet goed gaan.” Ook over de hervestigingsplaatsen van die meer dan een miljoen mensen bestaat geenszins zekerheid. Twee jaar geleden vertelde de gouverneur van Hubei, Guo Shuyan, mij persoonlijk dat er absoluut geen "verbanningen' naar verafgelegen provincies zoals Gansu en Xinjiang zouden zijn.

Guo is nu tweede man onder Li Peng, belast met de dagelijkse leiding over het damproject. Eind vorig jaar echter meldden de Chinese media dat Kashgar, een orthodox-islamitische oase-stad van Turkssprekende Uyguren in de meest westelijke uithoek van Xinjiang aan de grens met Kirgistan graag honderdduizend transmigranten wilde opnemen.

Buiten de middeleeuwse citadel van Kashgar is een kleine Chinese garnizoensstad en bestuurscentrum, waarvan de Han-Chinese bevolking zich niet comfortabel voelt en graag grotere aantallen "volksgenoten' om zich heen zou willen hebben.

Maar een paar maanden geleden onthulde Li Boning, hoofd van het Economisch Ontwikkelingsbureau voor het damproject dat de staatsraad had besloten dat het evacuatieplan naar Xinjiang niet zou doorgaan. Hij gaf geen reden, maar Pakistaanse bronnen in Peking meldden dat de moslims in Xinjiang fel verzet hadden aangetekend en tijdens demonstraties spandoeken met zich mee hadden gedragen met teksten gericht tegen “de Chinese etnische zuivering van hun thuisland”.

    • Willem van Kemenade