"Spanje niet ontevreden genoeg'; Premier González hoeft geen coalitie te vormen

MADRID, 7 JUNI. In nog geen drie uur tijd groeide de begrafenisreceptie uit tot een euforisch feest. Om acht uur 's avonds verzamelden zich de eerste bestuurders van de regeringspartij in de zalen van het Palace Hotel, waar sinds het eind van de jaren zeventig al zoveel socialistische verkiezingsoverwinningen zijn gevierd. Dit keer hadden de functionarissen echter sombere gezichten en hielden ze het hoofd al bij voorbaat licht gebogen, geheel voorbereid op de afstraffing door de kiezers die hen van alle kanten was voorspeld. Volgens de enquêtes die eerder op de dag bij de uitgang van de stemlokalen waren gehouden was het nog altijd mogelijk dat de rechtse Partido Popular het grootste aantal zetels in het Huis van Afgevaardigden zou behalen.

De stemming sloeg echter om nadat de minister van binnenlandse zaken omstreeks half elf via de televisie de eerste uitslagen bekendmaakte. Daaruit bleek dat de PSOE van premier González nog altijd een behoorlijke voorsprong had op de conservatieven en in de daaropvolgende uitzendingen werd dit beeld door elke nieuwe tussenstand bevestigd.

In hoog tempo begonnen de prominenten te arriveren: ministers en leden van het hoofdbestuur, "tweede man' en campagneleider Alfonso Guerra, "superrechter' Baltasar Garzón en Nobelprijswinnaar Octavio Paz. Even na half één kwam de premier en lijsttrekker zelf binnen en aanvaardde in een korte toespraak zijn verrassend ruime zege. Het was een overwinning voor heel Spanje, zei González, en hij herhaalde zijn verkiezingsbelofte om de in het verleden gemaakte fouten te herstellen. Het politieke en economische leven van het land heeft nieuwe impulsen nodig, zo vond de minister-president. Hij kondigde aan te streven naar een “sociaal pact” met de vakbeweging ten behoeve van de werkgelegenheid en hintte ook naar hervormingen die een eind moeten maken aan corruptieschandalen van het type dat het aanzien van zijn partij de laatste twee jaar zoveel schade heeft gedaan.

González gedroeg zich als staatsman, zonder grote triomfgebaren, tevreden glimlachend en niet vergetend ook de andere partijen te feliciteren met het behaalde resultaat. Hij verscheen niet samen met Guerra gearmd in het raam van het hotel om de samengestroomde menigte toe te wuiven, zoals in 1982 bij het behalen van de eerste absolute meerderheid. Dat zou een verkeerd signaal hebben gegeven. González schreef immers in mei vervroegde verkiezingen uit nadat het hem niet was gelukt het partijkader onder aanvoering van diezelfde Guerra ertoe te brengen schoon schip te maken en van corruptie verdachte bestuursleden tot vertrek te dwingen. Nu hij voor de vierde keer achtereen zijn partij aan een meerderheid heeft geholpen, meent hij ongetwijfeld over het gezag te beschikken om die grote schoonmaak alsnog door te voeren.

De socialistische notabelen vierden deze nacht echter nog volop feest. In de ene hand het champagneglas, in de andere een rode roos of anjer. Algemeen werd het resultaat toegeschreven aan de hoge opkomst, met bijna 77 procent de hoogste sinds 1982, en de nog altijd niet verdwenen angst dat "rechts' niets te maken heeft met het moderne, Europese liberalisme maar met het Spanje van de dictatuur. In absolute getallen behaalde de PSOE zelfs meer stemmen dan bij de verkiezingen van 1989. “Mensen die toen thuisbleven en linkse kiezers die weliswaar ontevreden met ons zijn maar tegelijk bang dat een stem voor de communisten uiteindelijk rechts in de kaart speelt,” zo omschreef een campagnemedewerker de kiezers die uiteindelijk de balans hadden doen doorslaan ten gunste van de PSOE. “Als we bij zoveel onderlinge problemen en een zo hoge werkloosheid nog winnen, winnen we altijd,” dacht een ander.

Vice-premier Narcis Serra zei bijna met zoveel woorden wat alle aanwezigen vermoedden: met dit resultaat hoeft González niet eens een coalitie te vormen. Het is, aldus Serra, voldoende voor een “solide en stabiele” regering die, eventueel voorzien van enkele onafhankelijke ministers, slechts op hoofdpunten overeenkomsten hoeft te sluiten met andere partijen om voldoende steun te hebben in het parlement. González zelf suggereerde al tijdens de campagne dat hij met een zeteltal van ongeveer 160 dit experiment wel aandurft.

Immense teleurstelling tekende intussen de sfeer in het hoofdkwartier van de Partido Popular, in de verschillende zalen die deze partij had afgehuurd om een historische overwinning te gaan vieren en op straten en pleinen in het centrum van Madrid, waar honderden jongeren klaar stonden om met vlaggen en toeters Aznar te huldigen als de nieuwe minister-president. De manifestaties van de PP hadden veel meer potentiële feestvierders getrokken dan die van de regeringspartij. Woordvoerders van de PP hekelden aan het begin van de avond het schaamteloze optreden van de minister van binnenlandse zaken en kondigden aan hem hiervoor ter verantwoording te zullen roepen. Volgens hun eigen berekeningen stevenden de conservatieven namelijk nog altijd op een zege af.

Aznar zelf maakte met een waardig optreden kort voor half één duidelijk dat hij een sportieve verliezer zou zijn. De lijsttrekker bleek van alle conservatieve politici degene die zijn emoties het best in bedwang had. Hij wenste González geluk, maar wees er ook op dat zijn eigen partij nog nooit zoveel afgevaardigden had bezeten en dat er door het verlies van de absolute meerderheid van de socialisten een nieuw tijdperk aanbrak in de Spaanse politiek. Een tijdperk van meer openheid en dialoog.

Teleurstelling kenmerkte ook de reacties in het kamp van Izquierda Unida (Verenigd Links), de coalitie onder aanvoering van de communisten die slechts één zetel winst boekte en daarmee zeer ver achterbleef bij de verwachtingen. De uitschakeling door een hartaanval van lijsttrekker Julio Anguita, de neiging tot bipartidisme en de onderlinge verdeeldheid tussen orthodoxe communisten en vernieuwers werden als redenen genoemd voor het tegenvallende resultaat. Een langdurig proces van discussies en onderhandelingen moet uitwijzen of het samenwerkingsverband nog wel toekomst heeft.

Hertellingen en de stemmen van in het buitenland verblijvende Spanjaarden kunnen in de komende dagen nog voor geringe wijzigingen zorgen in de na gisteravond bereikte zetelverdeling.

    • H.M. van den Brink