Onderzoek justitie naar afluisteren gesprek gevangenis

ROTTERDAM, 7 JUNI. Het ministerie van justitie zal onderzoeken of in een Extra Beveiligde Inrichting (EBI) van de penitentiaire inrichting De Marwei gesprekken tussen advocaten zijn afgeluisterd. Dat zegt een woordvoerder van justitie. Gesprekken tussen advocaten en gedetineerden mogen niet worden afgeluisterd, ook niet in EBI's. Indien dat wel gebeurt, zijn “wettelijke regels geschonden”.

Het onderzoek van Justitie zal zich richten op wat er in de EBI van De Marwei tussen de Amsterdamse advocate mr. B.L.M. Ficq en haar cliënt is voorgevallen.

Volgens Ficq werd vorige week een ontmoeting die zij had met een cliënt in de EBI van De Marwei in Leeuwarden afgeluisterd en opgenomen. Ficq zegt dat zij aan het begin van het onderhoud met haar cliënt bij een penitentiair inrichtingswerker haar onbehagen uitsprak over de ruimte waarin ze haar cliënt te woord moest staan. De betreffende ruimte was een zogeheten "spiegelglas kamer'. Deze ruimtes hebben een intercom waardoor mensen achter de spiegel niet alleen ongezien in de kamer kunnen kijken, maar ook de daar gevoerde gesprekken kunnen volgen en opnemen.

Volgens Ficq maakte zij haar ongerustheid kenbaar dat er mensen achter de spiegel zouden kunnen zitten terwijl zij een onderhoud met haar cliënt had. Daarop zei volgens Ficq de inrichtingswerkster: “Dat is ook zo, en u wordt niet alleen afgeluisterd, maar het gesprek wordt ook opgenomen”. Vervolgens kon ze, naar haar zeggen, niet anders dan een heel oppervlakkig gesprek met haar cliënt voeren.

De adunct-directeur van de gedetineerdenzorg van De Marwei, H. van der Heide, zou haar achteraf gezegd hebben dat er sinds enige maanden gesprekken tussen advocaten en hun cliënten in de EBI worden afgeluisterd. De maatregel zou in overeenstemming zijn met een concept-richtlijn van het departement van justitie. De Marwei was vanochtend niet voor commentaar bereikbaar. Het ministerie ontkent dat er zo'n richtlijn is. Volgens de woordvoerder is Justitie “volkomen ter goeder trouw”.

Ficq zegt niet eerder van collega's soortgelijke verhalen gehoord te hebben. Het is haar wel opgevallen dat zij eerder in De Schie in Rotterdam de ruimte waar zij gewoonlijk met cliënten spreekt moest verlaten toen zij een cliënt uit de EBI kreeg. “Er werd ons gevraagd of we in een andere kamer wilden zitten, dat bleek ook een spiegelglas-kamer te zijn. De cliënt en ik hebben een heel vertrouwelijk gesprek gehad. Ik ben er nu van overtuigd dat dat gesprek ook is opgenomen.” De Schie was evenmin voor commentaar bereikbaar.

De Amsterdamse advocate neemt de zaak hoog op. Ze moet voor een goede rechtsgang haar cliënten kunnen waarborgen dat wat zij zeggen vertrouwelijk is. “Cliënten zeggen altijd dat ze bang zijn te worden afgeluisterd.” Volgens haar mag een gesprek met een gedetineerde niet eens worden geobserveerd door gevangenispersoneel. “Ook als de cliënt zijn emoties toont is dat vertrouwelijk.” Daarom zal ze voorafgaand aan een volgend bezoek aan een cliënt in een EBI schriftelijke garanties vragen aan de gevangenisdirectie dat ze in een normale kamer met haar cliënt mag zitten. “Als ik die bevestiging niet krijg span ik een kort geding aan.”

De waarnemend deken van de Nederlandse Orde van Advocaten, mr. T. de Waard, acht het gebeurde een schending van “een hoofdbeginsel van ons strafrecht”. “Iedere verdachte heeft het recht in vertrouwen te spreken met een advocaat.” Nu dit recht klaarblijkelijk met voeten getreden is zal hij de minister van justitie schriftelijk om opheldering vragen. Bestaat er een concept- richtlijn over het afluisteren van gedetineerden wil hij weten, en zo ja, “kunnen we dan de toezegging krijgen dat dit niet van toepassing is op advocaten.”

De gedetineerde waar mr. Ficq mee wilde spreken werd als vluchtgevaarlijk beschouwd. De advocate sprak hem in verband met een strafzaak aangaande een vluchtpoging met geweld.