O-Europa: wennen aan democratie

BRATISLAVA, JUNI. In het rommelige gebouw aan de Staromestská, in het centrum van Bratislava, is alles te vinden op het gebied van mensenrechten. Helsinki-Watch heeft er een bureau, de Slowaakse afdeling van Charta 77, en ook het Legal Defense Fund, een internationaal fonds dat rechtshulp financiert voor mensen die in de knoop liggen met autoritaire autoriteiten.

In dat gebouw is Zuzana Szatmáry te vinden, dochter van de in Slowakije befaamde laatste hoofdredacteur van het in 1968 opgeheven literaire blad Kulturn Zivot. Zuzana heeft de dissidente fakkel van haar vader overgenomen. Ze is 45, woonde in Denemarken en Engeland, maar kon daar niet aarden “wegens de enorme klassenverschillen”. Haar joods-communistische afkomst heeft haar gevormd: in de oorlog was haar vader partizaan, na 1968 was hij dissident. Nadat Zuzana in de jaren tachtig was teruggekeerd werkte ze als schoonmaakster, maar ook als technisch vertaalster. Nu is ze directeur van vrijwel alle mensenrechtenorganisaties die in Bratislava actief zijn. Maar ze werkt ook als journaliste, als schrijfster, ze doet alles wat het doel - een menselijke maatschappij - maar dichterbij kan brengen.

Hoe vindt Zuzana Szatmáry, geboren Spitzer, de mensenrechtensituatie in Slowakije in vergelijking met, zeg, voor 1989?

“De splitsing van Tsjechoslowakije heeft nieuwe problemen gebracht, waarmee niemand enige ervaring heeft. We hebben hier voor het eerst te maken met het vluchtelingenprobleem en met asielzoekers. Mensen zijn hier nooit gewend geweest elkaar te helpen: ze verkeren zelf in een slechte situatie en hun instelling tegenover vluchtelingen is niet vriendelijk. Een ander probleem is ontstaan doordat mensen na de splitsing plotseling vreemdelingen zijn geworden. De een heeft het Slowaakse, de ander het Tsjechische staatsburgerschap, en in de wetgeving zijn daarvoor niet de noodzakelijke regelingen getroffen. Er zijn mensen die hier al tijden woonden, maar plotseling beschouwd worden als vreemdelingen. Dat probleem bestaat ook in de Tsjechische republiek met de daar wonende Slowaken. Ik spreek dus niet over de mensen die voor een bepaald staatsburgerschap hebben geopteerd, maar over degenen die Tsjechische burgers zijn en hier als Tsjechische burgers willen blijven. Die worden als vreemdelingen beschouwd.”

Hoe worden die gediscrimineerd?

“Wie een verblijfsvergunning wil, die nodig is om een werkvergunning en een identiteitsbewijs te krijgen, ziet zijn aanvraag op dezelfde manier behandeld als die van een Vietnamees of een Pakistani. Twee maanden lang hebben ze geen enkel recht: ze zijn geen Slowaak, ze zijn Tsjech, maar in de Tsjechische republiek hebben ze niets te zoeken. En theoretisch kan gebeuren dat die verblijfsvergunning worden geweigerd. Dat probleem bestaat niet alleen hier, maar ook in Joegoslavië en de Baltische landen. Wij hebben daarom bij de komende VN-mensenrechtenconferentie in Wenen aangedrongen op een internationale overeenkomst dat burgers die na een splitsing "vreemdelingen' zijn geworden volgens een speciale wet behandeld worden, niet op hetzelfde niveau als asielzoekers uit andere landen. Ze moeten dezelfde rechten hebben als de andere burgers - op het gebied van werk, van huisvesting, van gezondheidszorg. Als je geen verblijfsvergunning hebt kun je je bijvoorbeeld niet verzekeren. Je kunt geen rijbewijs krijgen of nummerplaten voor je auto.

“Het grootste probleem is het gebrek aan zelfbewustheid. We missen de fundamentele opvoeding in mensenrechten. Dit land heeft geen enkele ervaring met democratie en de mensen werden altijd door iemand anders geregeerd. Bovendien is er het probleem dat ons regime en onze staat en onze regering nog denken in de termen van de 19de-eeuwse dubbelmonarchie, de verlichte regering die wel voor de wetten zorgt, ook over mensenrechten. Maar het moet andersom: de mensenrechten moeten de politiek en de wetgeving dicteren.”

Gedraagt de regering van de nieuwe Slowaakse republiek zich eigenlijk net zoals de communistische deed?

“De regering zegt inderdaad hoe het allemaal moet. De regering moet doen wat haar gezegd wordt door de mensen. De regering is er voor de burgers, en niet andersom. Maar dat aanvaardt deze regering niet en daarom zijn we in moeilijkheden. Zodra je iets zegt, zeggen zij: "Wat, kritiek? U hindert ons in ons werk!' Het is een overblijfsel uit het verleden, we zijn eeuwenlang niet gewend geweest aan dialoog.”

Hoe ziet u de toestand van de Hongaarse minderheid in Slowakije?

“De zogenoemde "Hongaarse kwestie' heeft veel niveaus. In de eerste plaats: er waren nooit moeilijkheden in gemengde gebieden. Bratislava is nooit een Slowaakse stad geweest, dat is het pas sinds 1968. Het was altijd een mengsel van Hongaren, Duitsers, joden, zigeuners en maar heel weinig Slowaken. En dat ging heel goed. Het enige probleem is dat politici de nationalistische kaart spelen. De grootste vrees onder Slowaken voor Hongaren vind je in streken in het noorden, waar helemaal geen Hongaren wonen! Het is een kunstmatig probleem, dat gedeeltelijk wordt gebruikt als uitlaatklep om andere problemen te bedekken. Je ziet hoe het is gegaan met het verbod dat de regering kortgeleden had afgekondigd op de tweetalige plaatsnaamborden. Nadat gedreigd was dat de zaak in Straatsburg aanhangig gemaakt zou worden is dat verbod plotseling ingetrokken: meneer Meciar vond het kennelijk toch niet zo belangrijk. Het principe waar alles om draait is dus dat de macht van de staat beperkt moet zijn.”

Wat gaat u aan de Raad van Europa adviseren, als het om het Slowaakse lidmaatschap gaat?

“Ik heb het vele malen gezegd: deze regering gedraagt zich als een onopgevoed kind. Als je een kind de hele tijd zegt dat het stout is, dan wordt het ook stout. Als we deze mensen behandelen als slechte mensen, dan worden ze dat ook. Ik ben er voor dat ze niet buitengesloten worden: als je iemand beschaafd wil maken moet je hem ook in een kring van beschaafde mensen brengen. Ik haat veel dingen hier, maar de enige manier is dat dit land wordt geaccepteerd in de democratische gemeenschap. Dit land kan niet op zichzelf staan en als het buiten de deur wordt gehouden zal het aan heel onprettige invloeden blootstaan.”

Wat voor voorstellen zijn er nog meer voor de conferentie in Wenen?

“We hebben een Europees parlement voor kunstenaars voorgesteld. Kunstenaars hebben nergens vertegenwoordigers, we denken dat dat wel zou moeten. Het gaat om de vrijheid van meningsuiting, cultuurrechten. Het zou een politiek lichaam van kunstenaars moeten zijn.”

Wat zijn de meest dringende zaken van het Legal Defense Fund dat u beheert?

“We hebben een sectie voor de rechten van zigeuners, er zijn wat concrete gevallen van mensen die werden ontslagen omdat ze zigeuner zijn, we proberen de werkloosheidsformulieren veranderd te krijgen waarop gevraagd wordt of de aanvrager zigeuner is. Dat is werkelijk een schending van de mensenrechten. Dan zijn er Armeense asielzoekers. Het bewustzijn van onze bureaucratie over wat er in de wereld gebeurt is zeer beperkt. Ze weten niet dat Armenië en Azerbajdzjan in oorlog zijn en die mensen werd dus de status van vluchteling geweigerd. Dan de Afrikaanse studenten waar niemand zich druk om maakt. Na de val van de communistische staat zijn hier studenten achtergebleven, die hebben geen beurs meer, geen huisvesting. Ze zoeken vaak onze hulp omdat er voortdurend aanvallen van skinheads zijn. Ik probeer via de UNESCO geld voor hen te krijgen.”