Industriebond: loon inleveren voor vrije tijd

AMSTERDAM, 7 JUNI. Werknemers in de Nederlandse industrie willen meer verlofregelingen en vrije tijd. Een groot deel van hen is bereid hiervoor loon in te leveren. Dit blijkt uit een onderzoek dat de Industriebond FNV vanmiddag heeft gepresenteerd.

Uit het onderzoek onder 411 leden van de FNV-bond en 313 niet-leden blijkt dat het overgrote deel ook meer keuzemogelijkheden in de collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO) wil. Drie van de vier ondervraagden vindt het nodig dat CAO's beter aan persoonlijke wensen tegemoet komen.

Ruim 83 procent van de ondervraagden zegt nu vakantiedagen en ATV-dagen te willen sparen om deze op latere leeftijd aan te wenden. Ze willen gemiddeld elf dagen per jaar sparen. Circa 72 procent geeft vervolgens aan geld te willen sparen om in de toekomst vroeger te stoppen met werken of tussendoor met verlof te gaan. Een deel van de werknemers in de industrie wil dus èn vrije tijd èn geld sparen om later minder te werken.

Opvallend is dat vrouwen en mannen in de industrie en schoonmaaksector hun spaargeld en opgepotte dagen anders aanwenden. Als prioriteit geven mannen aan vroeger te willen stoppen met werken. De huidige leeftijd voor vervroegd uittreden (Vut) is hen in de meeste gevallen nog te hoog.

Vrije tijd en geld sparen, zodat een werknemer verlof kan nemen als de kinderen of andere famieleden ziek worden, scoort bij de vrouwen het hoogst. Bij de mannen staat dit punt pas op de vierde plaats. Verder hechten mannen aan sparen voor een aanvullende verzekering bij arbeidsongeschiktheid en voelen beide seksen veel voor sparen voor een hoger pensioen.

De Industriebond FNV zegt in het arbeidsvoorwaardenbeleid meer prioriteit te zullen geven aan verlof bij ziekte. Uit het onderzoek blijkt immers dat 81 procent van de ondervraagden vindt dat er een regeling voor calimiteitenverlof in de CAO moet komen. Ook langdurig verlof als de kinderen ziek worden, staat hoog op de verlanglijst. De werknemers realiseren zich dat deze regelingen geld kosten. Een derde deel is bereid één tot twee procent van hun loon in te leveren, een evengroot deel wil zelfs twee tot drie procent van het salaris inleveren.