Holland Festival valt voor cultstatus van Górecki

Concerten met muziek van Górecki in het Holland Festival: 12/6 (wereldpremière opdracht van Holland Festival) en 17/6 (Tweede symfonie) Beurs van Berlage Amsterdam; 27/6 (Derde symfonie) en 29/6 Concertgebouw Amsterdam.

De Poolse componist Henryk Górecki, het muzikale boegbeeld van het Holland Festival 1993, is in korte tijd uitgegroeid tot een waar fenomeen. Toen twee jaar geleden een cd met recente werken uitkwam (Already It Is Dusk uit 1988, gespeeld door het Kronos Quartet en Lerchenmusik uit 1984 door de London Sinfonietta Soloists), kende ik de componist als de minder succesvolle generatiegenoot van twee andere Polen: Witold Lutoslawski en Krysztof Penderecki. Ik heb de nieuwe cd in deze krant besproken, uitvoering en opnamekwaliteit geprezen, maar vond dat Górecki's muziek zelf "op den duur de neiging [had] ietwat monotoon te worden'. Dat leek me het juiste understatement.

Vorig najaar verscheen er opnieuw een cd van Górecki, deze keer met zijn Derde symfonie uit 1976, met als ondertitel "Symfonia piesni Zalosnych' (Symfonie van klaagzangen). Na het werk beluisterd te hebben leek het me geen bespreking waard omdat aan de vorige Górecki-recensie weinig viel toe te voegen. Niet lang daarna kon men echter her en der lovende besprekingen lezen, ook in Nederland. De Derde symfonie steeg gestaag in verschillende klassieke top-zoveels en wist in Engeland zelfs tegelijkertijd de top van de klassieke èn de populaire hitparade te bereiken. Alleen al in Engeland werden in korte tijd meer dan honderdduizend Górecki-schijfjes verkocht.

Had ik me vergist en een "adembenemend' meesterwerk niet als zodanig herkend? Dan was ik gelukkig niet de enige. Voor velen bleef dit werk van Górecki lange tijd onopgemerkt. Drie keer eerder verscheen er namelijk een opname van de symfonie, ondermeer op de labels KochSchwann en Erato (de laatste als sound-track van de film Police van Maurice Pialat). Toen raakte slechts een enkeling in de ban. Wordt het het tijd voor een herijking van Górecki's hit?

Het eerste deel van de Klaagzangen symfonie, dat maar liefst een klein half uur duurt, heeft een langzaam tempo - net als trouwens de beide andere delen. Sostenuto tranquillo ma cantabile (gedragen en rustig, maar zangerig) voegt de componist er nog aan toe. De muziek begint in de allerdiepste krochten van de strijkersklank. In de eenvoud toont zich de meester, moet Górecki gedacht hebben. De contrabas-melodie is uiterst simpel, ligt goed in het gehoor en wordt, steeds een paar strijkerstreden hoger, canonisch herhaald. Hoe hoger de melodie klimt, hoe Mantovani-achtiger de klank.

Een minuut of tien later lijkt de strooppot gevuld en druipt de zoete smurrie traag over de rand. Na dertien minuten en zes seconden gebeurt er voor het eerst iets verrassends. Er klinkt een aangeslagen toon, een milde pianoklank, een vlieg die op de stroop is neergestreken. En even later begint een sopraan smachtend een uiterst treurige tekst te zingen. Dat duurt relatief kort en daarna wordt de muzikale weg terug afgelegd. Via hetzelfde pad als waarlangs we aanvankelijk naar boven klommen, dalen we nu weer even voorzichtig af.

Het tweede deel (Lento e Largo - Tranquillissimo) is alleen beter dan het eerste, omdat het zeventien minuten korter is. De sfeer is die van het sopraan-intermezzo uit het voorafgaande deel. Veel lange, gedragen tonen van de sopraan en een begeleiding die als een volgzame schaduw iedere beweging van de zangeres kopieert. In het laatste deel tenslotte (Lento - Cantabile-semplice) worden de beide voorgaande delen eenvoudig met elkaar gecombineerd.

Ook na een tweede en met enige pijn en moeite zelfs nog een derde keer luisteren, kon ik niet ontdekken wat er zo bijzonder aan deze muziek zou kunnen zijn.

Met het stijgen van de verkoopcijfers van de cd, groeide alom de nieuwsgierigheid naar de componist. Nog voordat Górecki tijd had om van zijn compositorische arbeid op te schrikken en uit het verre Katowice tevoorschijn te komen, was de mystificatie rond zijn persoon al flink gevorderd. Wie was toch deze merkwaardige man, vroeg men zich af, die in het grootste geheim sensationele klanken aan de wereld had geschonken?

Het antwoord is gewoon in een muziekencyclopedie na te slaan. Henryk Mikolaj Górecki werd in december 1933 geboren in het Poolse Czernica. Hij studeerde van 1956 tot 1960 aan het conservatorium van Katowice bij Boleslaw Szabelski en later bij Olivier Messiaen in Parijs. In de beschrijving van de muziek wijken de encyclopedieën enigszins van elkaar af, afhankelijk van de periode waarin de biografie werd geschreven. De ene meldt dat de componist een sterk gevoel heeft voor constructie, muzikale logica en vormdiscipline en streeft naar een grote expressiviteit, de andere dat Górecki affiniteit heeft met de oude Poolse religieuze muziek en dat veel van zijn werk wordt gekenmerkt door een "vrome eenvoud'.

Er zit een opvallende breuk in het componeren van Górecki. Zijn eerste composities ontstonden in de roes van politieke openheid die de tweede helft van de jaren vijftig in Polen kenmerkte. Sinds 1956 konden de Polen tijdens de jaarlijkse Warschauer Herbst, een festival voor moderne muziek, kennismaken met de verworvenheden van de westerse avant-garde. Ze moeten zich rot geschrokken zijn van de extreme klankwerelden van Boulez, Stockhausen, Messiaen, Nono en al die anderen. Hun invloed kon niet uitblijven. Ook de jonge Henryk Górecki raakte in de ban van het nieuwe geluid. Zijn muziek had, zoals die van vrijwel alle modernen in die tijd, iets Weberniaans in de springerige opbouw, leek de gedachtenwereld van Boulez te volgen in de logische constructie en sloot later aan bij Messiaen en Nono in de fascinatie voor klank en ruimtelijkheid.

Wie alleen Górecki's Derde symfonie kent, zal waarschijnlijk met verbijstering luisteren naar zijn Symfonie nr.1 "1959', die in de Górecki-hausse snel op de markt werd gebracht door Koch-Schwann, de platenmaatschappij waar men zich desperaat afvraagt waarom hún opname van de Derde symfonie nooit zoveel succes had. Toch kondigt zich hier de ongegeneerde expressiedrift van Górecki al aan, alleen wijst die nog in een andere richting. Het werk duurt slechts zeventien minuten en is veel vitaler dan zijn latere symfonie.

Zelf hield Górecki het moderne idioom al gauw voor gezien. Tot twaalf tellen kan iedereen, zegt hij nu met een verwijzing naar het op mathematische notenreeksen gebaseerde serialisme. Hem bracht de avantgarde geen succes en zoals wel meer Oosteuropese componisten zocht hij troost in de volksmuziek, in het betekenisvol citeren van beroemde oude meesters en in een dramatische versobering van zijn eigen stijl.

Die versobering leidde er toe dat verontrustende dissonanten naar de achtergrond verdwenen om plaats te maken voor welluidende, schijnbaar diepzinnige en vooral zorgeloze samenklanken. Soms slaagde Górecki er redelijk in om daarmee een pakkende compositie te schrijven, maar af en toe kwam hij gevaarlijk dicht bij de kitsch, zoals met de Drei Stücke im alten Stil (1963). "Voor Górecki hebben toon en ritme slechts zin, als ze in staat zijn een bijzondere emotionele reactie op te roepen, die een contemplatie, een volledig verzinken in de bespiegelende idee, bevorderen,' aldus een Poolse musicoloog over dit werk.

Die bespiegeling, de verleidelijke eenvoud gecombineerd met het "contemplatieve' karakter van de muziek, heeft Górecki in zijn Symfonie van klaagzangen tot nu toe het meest extreem doorgevoerd. Hierin (en in de sluwe promotiecampagne van de platenmaatschappij) ligt de verklaring voor het ongekende succes van dit werk, al noemt de componist het zelf "een wonder' (de katholieke Górecki zou dat wel eens letterlijk kunnen bedoelen). Dat hij nuchter doet over zijn werk, weigert er filosofische gedachten over te hebben en zelfs beweert nog nooit een religieus werk te hebben geschreven, draagt (wellicht onbedoeld) bij aan de mystificatie. Ook Baghwan pleegde bij voorbeeld graag in paradoxen te spreken.

Het is niet toevallig dat hier de naam van Baghwan valt. In die sfeer hoort de Symfonie van klaagzangen thuis. Het is pseudobalsem voor de ziel, conflictloze muziek voor zoekers naar het onzichtbare tussen hemel en aarde. Górecki's muziek biedt hen de gelegenheid even te vergeten hoe lelijk de wereld ook weer is en zich gedurende drie kwartier te laten reinigen in een quasi-religieus bad.

In het programmaboek van het Holland Festival wordt beweerd dat deze symfonie een van de zeldzame voorbeelden is van "moderne muziek die een groot publiek bereikt'. Een groot publiek is inderdaad bereikt, maar van "modern' (in de gangbare betekenis van het woord) is geen sprake. Ik moet nog zien hoeveel van die honderdduizenden nu ineens belangstelling krijgen voor Messiaen of Berio, of zelfs maar voor Górecki's vroege werk. De Symfonie van klaagzangen is een bui die hopelijk snel zal overwaaien.