Hoe lang blijven de volleyballers nog enthousiast?

ROTTERDAM, 7 JUNI. Hoe lang is het Nederlands mannenvolleybalteam in staat het enthousiasme te bewaren als de trainings- en wedstrijdinspanningen niet regelmatig worden beloond met overwinningen in de World League? Na de twee nederlagen van 3-1 van afgelopen weekeinde in sportpaleis Ahoy' in Rotterdam tegen Italië dringt die vraag zich op.

“Het wordt tijd dat we weer een keertje winnen”, etaleerde aanvoerder Henk-Jan Held na de eerste nederlaag (6-15, 8-15, 15-13 en 7-15) zaterdag het ongeduld dat bezit neemt van sportmensen die onmiddellijk resultaten willen zien van trainingsinspanningen. Ook zondag kregen Held en zijn team niet hun zin: 15-12, 10-15, 9-15, 5-15.

Hoe lang zal het Nederlands mannenvolleybalteam, dat morgen voor de volgende twee wedstrijden vertrekt naar Zuid-Korea, het enthousiasme moeten koesteren ondanks het ontbreken van klinkende resultaten in de World League? Kort, kan het antwoord luiden. Op z'n minst één overwinning, komend weekeinde in het Chamsil Gymnasium van Seoul, moet mogelijk zijn. Daarvoor is de kwaliteit van de Nederlandse ploeg nu al toereikend. Bij welke conclusie de slechtste wedstrijd tegen het evenwichtig spelende Italië van afgelopen weekeinde als maatstaf kan worden gehanteerd. Dat winnen in uitwedstrijden de ploeg voorlopig makkelijker zal afgaan dan thuis, dringt zich bijvoorbeeld op.

“Alle spelers wilden in de eerste World League-wedstrijd in eigen land een goeie prestatie neerzetten en die intentie werkte verlammend”, vatte coach Joop Alberda het teleurstellende resultaat in die zeer matige wedstrijd samen. De vrijblijvendheid die een team in opleiding zou moeten kenmerken, ontbrak. De ploeg wilde te graag winnen en dat is op basis van een maand scholing niet af te dwingen. Alleen een ingespeelde groep in optimale conditie kan zichzelf met succes zo'n opdracht stellen.

Een team in opleiding levert onevenwichtige prestaties. Te veel factoren die van invloed kunnen zijn op het wedstrijdverloop worden (nog) niet gecontroleerd. Van onverstoorbaarheid is geen sprake, emoties krijgen de overhand.

In de vierde wedstrijd voor de World League - een 3-1 overwinning op China in Hong Kong in het Pinksterweekeinde - meenden een aantal spelers dat daarmee de basis was gelegd voor het oogsten van succes. Afgelopen weekeinde in Rotterdam zou dat worden aangetoond voor eigen publiek. Dat het niveau van Hong Kong opnieuw zou worden gehaald, werd als vanzelfsprekend aangenomen. Maar een sportploeg krijgt het optimale niveau nooit cadeau. Dat was de les van het afgelopen weekeinde, tegen een hoge prijs.

“Ik denk dat we de wisselvalligheid er niet zo snel uit zullen krijgen”, zei coach Alberda. “We zijn nog maar kort bij elkaar en door het vele reizen is er van veel trainen in een vaste frequentie geen sprake. We gaan nu weer een week op reis. Dat betekent dat je niet iedere dag kunt trainen, de trainingen die je krijgt zijn vaak kort. De mogelijkheden voor krachttraining zijn op reis niet altijd aanwezig. Maar ook via de weg van veel spelen zal het niveau evenwichtiger worden. Ik weet waar de tekortkomingen zitten en kan ze wegnemen. Het moeilijkste is dat iedere wedstrijd wordt gespeeld vanuit de behoefte te winnen, maar dat ook alle wedstrijden een functie hebben in de voorbereiding op het belangrijkste doel deze zomer, het Europese kampioenschap in september.”

Zo was het Alberda vrij spoedig duidelijk dat het team waarmee hij de eerste wedstrijd van het afgelopen weekeinde begon het niet zou redden tegen de gemotiveerde Italianen. Naar zijn zeggen koos hij desondanks welbewust voor het gedurende twee sets blijven leunen op dat basisteam. “Als je dat niet doet ben je over vier weken, nog geen steek verder in de teamontwikkeling”, motiveerde hij.

De Italiaanse ploeg daarentegen is vanaf het begin van de World Leaguewedstrijden welbewust bezig met kwalificatie voor de finale en zich bewust dat de strijd voor een plek bij de beste twee van deze groep - ondanks wat succesjes van ploegen als Zuid-Korea, China en Finland - wordt uitgevochten met Nederland en Cuba. Waarbij de ploeg van Joop Alberda nu - na vier wedstrijden tegen de Italianen waarvan er niet één werd gewonnen - moet hopen dat deze ploeg hun winnende reeks voortzetten. Alleen dan kan er nog met kans op succes met Cuba worden gestreden om de tweede finaleplaats. Uiteraard is ook nagenoeg alles winnen van de zwakkere teams in de groep van belang.

Maar het is nog maar de vraag of het verstandig is, het behalen van de finale van de World League fanatiek na te streven. Die finale valt begin augustus in Brazilië en levert een belasting op die voor de Europese deelnemer(s) pieken op het EK kort daarna moeilijk maakt. Italië heeft al gekozen, de ploeg met het hoogste breedteniveau van de internationaal toonaangevende landen wedt op twee paarden. Die keuze is riskant. Vorig jaar won Italië de World League, maar viel buiten de prijzen op de Olympische Spelen. En in 1991 werd de World League eveneens veroverd, maar ging Italië in de finale voor de Europese titel kansloos onderuit tegen de toenmalige Sovjet-Unie.