Het gelukkig weerzien van de kinderen van Hamelen

Vijf televisieseizoenen heeft het ooit geduurd om de Weg naar Hamelen terug te vinden, om precies te zijn van 22 januari 1972 tot 15 mei 1976. Wie gisteren in de KRO-studio opnieuw op zoek ging, had het binnen vijf minuten voor elkaar: gewoon de wegwijzers naar het restaurant volgen. Daar was een reünie van medewerkers aan de populaire kinderserie Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?

De oplage van cd's en videobanden is beperkt tot vijfhonderd stuks. Informatie: Nederlands Artiestenmuseum, Appingedam. Tel.: 09560 - 29533.

Aanvankelijk leek het een gezelschapsspel, waarbij je moest raden wie (na twintig jaar) wie is. Lidwientje had onherkenbaar korte haren, maar nog steeds de ogen van Loekie Knol. Margreet van Heemskerk liep waardig rond als prinses Madelein van Bambergen, helaas zonder haar geliefde Tor van Sombrië (Wil van Selst) die als leerlingtovenaar altijd zo'n slecht cijfer had voor list. We misten Martin Brozius/Aernout Koffij, in Hamelen poortwachter en sleutelkundige en de goede, dikke Hildebrand Brom was er niet omdat Ab Hofstee inmiddels is overleden. Ambtenaar Ogterop Deux nam in de gedaante van John Lanting als vanouds het heft in handen en begon het kinderkoor Henk van der Velde te dirigeren, toen dat spontaan losbarstte in de openingstune. Vooral de metamorfose van dat koor - Hamelens jeugd, die twintig jaar geleden achter de Rattenvanger aan door de rotswand verdween - was onvoorstelbaar. In plaats van een verzameling brave koppies met abrikooskleurige soepjurken en wijd gepijpte jaren zeventig pantalons wandelden er nu mondaine, zelfbewuste (bijna)dertigers rond met kinderen. Goede herinneringen hebben ze aan hun Hamelen-tijd, al moesten ze al die teksten, waar ze vaak niets van snapten uit hun hoofd kennen en al had "tante' Iet van de Velde hun streng verboden zich met de echte acteurs te bemoeien. Het was heerlijk omdat ze vrij van school kregen en vooral om “een kind in een levend sprookje te zijn”, zoals een van hen het nu uitdrukt.

Iedereen glimt van oor tot oor, bekijkt foto's en roept “ach jee, hoe is het nu met jou?” Toch is het wachten op de échte held van de serie, de mooie jongen met de wapperharen en de smachtende blik: Bertram Bierenbroodspot, wiens belangrijkste taak het was gevoelige liedjes te zingen en verliefd te zijn op Lidwientje. Zijn pak staat er wel, maar Rob de Nijs zelf, zou hij echt komen? En jawel, na twee uur verschijnt "mens' Bierenbroodspot met zonnebril en een geborduurd fluwelen petje achterstevoren op het beroemde hoofd. Hij valt tekstschrijver Harrie Geelen om de hals, schikt zich in de enorme groepsfoto - met op de voorgrond Rita Corita (ooit de bruid van een reus) die Bueno de Mesquita op schoot houdt - en verklaart onder instemmend gejoel dat Hamelen de beste kinderserie is die er in ons land ooit gemaakt werd. Daarover valt natuurlijk te twisten, maar een feit is dat de serie op haar hoogtepunt een kijkdichtheid bereikte van 35 procent en dat er niet alleen kinderen, maar ook drieëneenhalf miljoen volwassenen naar keken. En op de lijst met 85 medewerkers staan veel grote namen: André van den Heuvel, Luc Lutz, Loudi Nijhoff, Johan Schmitz, Henk van Ulsen, Willem Nijholt, Gerard Cox, Hetty Blok, Leen Jongewaard. Alleen Ko van Dijk schijnt een rol geweigerd te hebben...

Toen Hamelens voorganger Oebele in 1971 zeer abrupt tot een eind kwam, zat de KRO met een aantal gecontracteerde acteurs en een compleet kinderkoor. Maar Harrie Geelen, voor geen enkel gat te vangen, liet zijn brein op volle toeren draaien en kwam met een zestiende eeuwse soap, een parodie op het toen eindeloos lopende Peyton Place. "This is the continuing story of Peyton Place' werd "Dit is de nog lang niet afgelopen geschiedenis van Hamelen' en 45 afleveringen lang had het kinderkoor heimwee naar huis, ook al vloog het vloerkleed Kamerbreed de Hamelaars naar de meest exotische streken, waar betoverde prinsen, waternimfen, ijsheksen en ander sprookjesvolk huisden. De intrige was vaak zo ingewikkeld dat Hamelen-componist Joop Stokkermans gisteren opbiechtte er bij elke nieuwe aflevering weer niets van begrepen te hebben, “maar geniaal was het wel!” Typerend was het archasch taalgebruik. “Hoe zal ik de woorden schudden, zodat ze vallen in één enkele zin?” of uitroepen als “Bijloo, een barre dag”. Voor Geelen moest het iets “noodzakelijk knulligs” hebben. “Ik maakte een combinatie van kolder en melancholie. In mijn sprookjesbos mochten geen echte bomen, want daar kon geen kabouter achter vandaan komen.”

Nadat de KRO op herhaald verzoek in 1989 de laatste zes afleveringen herhaald had en duidelijk maakte dat de fans het daarmee moesten doen omdat de rest gewist was, begon de serie tekenen van een cultstatus te vertonen. De onvermoeibaar enthousiaste Arie Moltmaker van het Rob de Nijsmuseum in Appingedam maakte in 1992 een begin met een serie cd-uitgaven van alle 125 liedjes, waarvan gisteren de tweede werd gepresenteerd aan Stokkermans. En toen de bal eenmaal aan het rollen ging, bleken er toch ook nog beelden te bestaan. Na serieus gesnuffel in de NOB-archieven dook er een compilatie van de eerste vijf afleveringen op en Harrie Geelen had vanaf aflevering zes opnamen gemaakt met een prehistorische videorecorder. Na een technische opknapbeurt werden gisteren de eerste twee banden gepresenteerd, waarop in zwart wit, enigszins zwabberend en wazig, maar onmiskenbaar de oertijd van de rattenvangerstad verschijnt. Het is duidelijk: dit blijft de nog lang niet afgelopen geschiedenis van Hamelen.