"Goede administratie was lang overbodige ballast'; "Slordige omgang met jaarrekeningen typeerde de overheid'; "Pas de laatste tijd komt er meer zicht op wat jaarlijks nodig is'

Veel gemeenten verkeren in financiële problemen. Vaak komt dit doordat ze te weinig rekening hebben gehouden met de kosten van onderhoud van wegen en riolering. Tweede van drie artikelen over gemeentelijke financiën.

ROTTERDAM, 7 JUNI. Door geldgebrek neemt bij gemeentebesturen de belangstelling voor het financieel beheer toe. Zoals in Zoetermeer, een voormalige groeikern, en in Geldermalsen, een plattelandsgemeente na herindeling.

“De slordigheid waarmee wij met jaarrekeningen zijn omgegaan was typerend voor de overheid”, oordeelt wethouder van financiën F.H. Buddenberg in Zoetermeer zonder enige aarzeling. In 1966 werd zijn gemeente door het rijk als groeikern aangewezen. Sinds die tijd is er vrijwel alleen aan bouwen, aan het ontwikkelen van nieuwe projecten gedacht. “Beheer en administratie werden als overbodige ballast beschouwd.”

Het inwonertal van Zoetermeer groeide van 15.000 naar 103.000. Het ambtelijk apparaat kon die ontwikkeling amper bijbenen. Het grondbedrijf kreeg jarenlang geen goedkeurende verklaring van de accountants. Voor het uit de grond stampen van de ene nieuwbouwwijk na de andere kreeg de stad eenmalige uitkeringen van het rijk. Over het beheer van al die nieuwbouw en over het geld dat nodig is als al die wegen, viaducten en rioleringen aan groot onderhoud toe zijn, werd niet gepraat.

“Er was een groot vertrouwen dat de hogere overheid, die de groeikernen wilde, ook voor de gevolgen oog zou hebben”, zegt Buddenberg. Pas eind van de jaren tachtig drong het tot het gemeentebestuur van Zoetermeer door dat dit niet het geval was en dat de financiële positie van de gemeente in de knel kwam.

Samen met andere voormalige groeikernen wordt nu getracht om een lobby te beginnen, opdat het rijk extra geld geeft voor het onderhoud dat tientallen miljoenen guldens zal vergen.

Zoetermeer kreeg tegelijkertijd te maken met de gevolgen van de bezuinigingen van het rijk. De gemeente stelde vast dat de gedachte van de jaren zeventig om wonen van werken te scheiden, en Zoetermeer in hoofdzaak te gebruiken als woonstad voor mensen die in Den Haag werkten, belangrijke financiële nadelen had. De gemeente miste de belastinginkomsten van bedrijfsvestigingen. Zoetermeer probeert nu bedrijven aan te trekken en doet er alles aan om de verhouding tussen wonen en werken meer in evenwicht te brengen.

Wie nog niet begreep dat de bomen niet meer tot in de hemel groeiden ontdekte dat wel in 1990, toen de gemeente voor het eerst een tekort had op de begroting: bijna zeven miljoen gulden, waarin bovendien geen enkele reservering was opgenomen voor het toekomstige groot onderhoud van de nieuwe stad.

Volgens wethouder Buddenberg kreeg de plaatselijke politiek toen grote belangstelling voor de financiën. Hij begon een inhaalslag om de achterstand met jaarrekeningen, waarin de werkelijke financiële gang van zaken na afloop van een begrotingsjaar te zien is, weg te werken. De jaarrekening over 1990 is onlangs vastgesteld, wat betekent dat het nog even duurt voordat Zoetermeer "bij' is. De gemeentelijke organisatie werd ingrijpend veranderd om beter inzicht te krijgen in de financiële gang van zaken. Het ambtelijk apparaat moest met 7,5 miljoen gulden minder per jaar hetzelfde gaan presteren en 150 van de ruim duizend formatieplaatsen moesten verdwijnen. In de welzijnssector werd bezuinigd, subsidies werden kritisch op hun doelmatigheid bekeken. Maar de vraag of het dure zwembad dicht kan omdat wie weinig geld heeft gratis een duik neemt in een nabijgelegen plas, is nog niet definitief beantwoord omdat de oppositie (de Socialistische Partij) daar niet van wil weten.

Zo tracht Zoetermeer zelf de financiële problemen op te lossen en niet als artikel 12-gemeente onder toezicht van het rijk te komen. Maar het grootste probleem is nog niet aangepakt : wat gebeurt er over een jaar of tien als op grote schaal wegen en rioleringen moeten worden vernieuwd waarvoor nooit ook maar met een cent op de begroting rekening is gehouden?

De plattelandsgemeente Geldermalsen, die wel op het punt staat de artikel 12- status te krijgen en een extra rijksbijdrage wegens structurele problemen van 5,4 miljoen gulden per jaar ontvangt, zit met een geheel andere erfenis uit de jaren zeventig. In 1978 ontstond na jarenlange discussies het nieuwe Geldermalsen door samenvoeging van vier gemeenten met totaal elf kerkdorpen. Volgens wethouder van financiën N.H.A. Wessels Boer gaf het rijk in die tijd bij herindeling geen extra vergoeding voor de kosten van die samenvoeging van gemeenten. Van de nieuwe gemeente werd verwacht dat zij efficiënter zou functioneren dan de vier kleinere gemeenten apart hadden gedaan.

Een klein probleem was dat de oude gemeenten voordat zij werden opgeheven wat zorgeloos, volgens Wessels Boer “minder accuraat”, waren bij het onderhoud van wegen en gebouwen. De nieuwe gemeente Geldermalsen begon dus met een achterstand. Maar ernstiger nog was dat het nieuwe Geldermalsen een dusdanige structuur had dat geen gemeentebestuur er ooit financieel mee uit de voeten zou kunnen. Bijna 15 jaar lang probeerde Geldermalsen in een situatie van “verschraalde armoede” de eindjes aan elkaar te knopen. Volgens een recent onderzoek van het ministerie van binnenlandse zaken is de financiële administratie in orde, hoewel ook in deze gemeente aan jaarrekeningen geen hoge prioriteit werd gegeven. In 1991 moest Geldermalsen een inhaalactie beginnen om de jaarrekeningen in orde te maken die sinds 1988 waren blijven liggen.

Geldermalsen heeft alleen al voor het achterstallig onderhoud van de wegen 34,5 miljoen gulden nodig. De artikel 12-status werd aangevraagd om de problemen met steun van het rijk op te lossen. Volgens een sindsdien door Binnenlandse Zaken opgesteld rapport is Geldermalsen een gemeente die zo uitzonderlijk in elkaar zit, dat het gemeentebestuur er nooit rond kan komen van het geld dat het rijk volgens de geldende normen verstrekt. Geldermalsen, met 22.000 inwoners, heeft een oppervlak van ruim tienduizend hectare, terwijl het aangrenzende Culemborg en Tiel beide ruim drieduizend hectare tellen. Geldermalsen heeft dan ook veel wegen (366 kilometer), waarvan 75 procent is geasfalteerd (landelijk is gemiddeld 55 procent van de buitenwegen geasfalteerd) die duurder in onderhoud zijn dan wegen met elementverhardingen. Geldermalsen heeft bovendien een slechte bodemgesteldheid, veel wegen zijn uitzonderlijk smal en er rijdt door de fruitteelt veel zwaar vrachtverkeer over.

Jaar in jaar uit werd in de begroting van Geldermalsen veel minder geld voor het onderhoud van die wegen opgenomen dan noodzakelijk was, waardoor het achterstallige onderhoud opliep. Wessels Boer: “We moesten keuzes maken : zullen we een brandweerwagen vervangen of de weg aanpakken? Het was dan al gauw: laat die weg nog maar even zitten en er werd geen geld voor dat onderhoud gereserveerd.”

De vraag is waarom pas nu is vastgesteld dat Geldermalsen door het grote grondoppervlak een bijzonder karakter heeft, hoewel dat toch al sinds de gemeentelijke herindeling in 1978 het geval was. Volgens Wessels Boer is in 1982 al eens gekeken of de gemeente geen beroep zou moeten doen op artikel 12. “Maar er leek toen weinig aanleiding voor. Het financiële inzicht was in die tijd beperkter, er was nog geen sprake van beheersplannen voor wegen en rioleringen. Pas de laatste tijd hebben we meer zicht op de situatie gekregen en weten we wat we jaarlijks nodig hebben.”