Deceukelier fascineert weer met intens spel

Theater a/d Werf. Voorstelling: Vervalsing zoals ze is, onvervalst van Jan Fabre door Troubleyn. Regie: Jan Fabre. Spel: Els Deceukelier. Gezien: 7/6, Akademietheater, Utrecht.

Al elf jaar lang is de actrice Els Deceukelier de muze van de Belgische beeldend kunstenaar en theatermaker Jan Fabre. Ze was werkzaam in de verpleging toen hij haar vroeg mee te werken aan het acht uur durende stuk Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was, in 1982. Fabre verwierf er internationaal bekendheid mee, en Deceukelier heeft sindsdien aan ieder theaterproject meegewerkt.

Wie Deceukelier ziet, begrijpt onmiddellijk Fabres fascinatie. Los van de indrukwekkende prestaties die zij keer op keer levert, is haar verschijning overrompelend. Het is niet eens zozeer haar uiterlijk - hoogblond haar, recht van haar lijf en leden, grote katte-ogen - dat zoveel effect sorteert, als wel haar gedrag. Ze lijkt, als een dier, gedreven door intutie die natuurlijk en lichamelijk is en niet wortelt in ervaringen, wantrouwen of cerebrale overwegingen. Ze bezit, nee, ze bestaat uit lichamelijke intelligentie. Niets in haar aanwezigheid en gedrag is toevallig of overbodig, maar tegelijkertijd is niets berekend, koket of behaagziek. Ze is aards en vrij van inhibitie maar evenzeer van vulgariteit. Haar grootste kracht is schuldeloosheid en ik verbaas me er telkens weer over dat Deceukelier die al die jaren heeft weten te behouden.

In Vervalsing zoals ze is, onvervalst, na Zij was en zij is, zelfs de tweede solo die Fabre voor haar heeft gemaakt, speelt zij een aan drank, sigaretten en cocane verslaafde vrouw. In de eerste solo was zij een bruid, gebaseerd op Duchamps compositie in glas La Mariée mise à nue par ses célibataires uit 1923, nu is zij, in de gedaante van een schildersmodel in een loshangende kamerjas, liederlijkheid en mateloosheid. Alles is onbeheerst: haar lach- en huilbuien, haar gedachten en de woorden die daaruit voortvloeien, haar gekwetstheid en haar onredelijkheid.

En dat alles speelt Deceukelier met het uiterste aan beheersing, aan concentratie en aan samengebalde energie. Zij draagt een lang, associatief en onbegrijpelijk gedicht voor - en weet de indruk te wekken dat ieder woord van haarzelf is en ter plekke afkomstig uit haar door dope geteisterde geest. Steeds is haar stemming aan verandering onderhevig, grillig als het licht dat door een door storm voortgedreven wolkendek het land weet te bereiken. Onveranderlijk is alleen de intensiteit van Deceukeliers spel, of ze nu fluistert of schreeuwt, hijgt of zingt. Ze is een zeldzaamheid.

    • Pieter Kottman