De VN en de vrede

TWEEËNTWINTIG IN HET Somalische Mogadishu vermoorde Pakistaanse VN-soldaten hebben de Veiligheidsraad gisteren tot enige bezinning gebracht.

In de geschiedenis van de zogenoemde blauwhelmenoperaties van de Volkerenorganisatie, begonnen in 1956 aan het Suezkanaal, was dit de hoogste tol die op één dag van vredessoldaten werd geëist. De raad reageerde met een verzoek aan de ledenlanden om zware wapens als tanks en gevechtshelikopters en om een spoedig op de afgesproken sterkte brengen van het VN-contingent in Somalië. De verantwoordelijken voor het bloedbad zullen worden opgespoord en berecht, zo is aangekondigd. Kortom, de VN laten hier de fictie los van onpartijdige bemiddelaar. De blauwhelmen zullen zich in voorkomende gevallen niet alleen verdedigen, zij zullen aanvallers afstraffen.

De moordpartij in de straten van Mogadishu en de reactie daarop plaatsen als het ware een uitroepteken achter de resolutie die de V-raad vrijdagavond met betrekking tot Bosnië-Herzegovina had aangenomen. Daarin is immers sprake van een daadkrachtiger optreden van blauwhelmen en eventueel van ondersteunende luchtstrijdkrachten voor het geval de "veilige enclaves' waar de moslimbevolking is samengedrongen, worden aangevallen. Consequenter dan aanvankelijk in het vijf-landenplan het geval was, is in de resolutie de beloofde bescherming in verband gebracht met een latere uitvoering van het Vance-Owenplan hoewel de vraag actueel blijft wie partijen zal terugdringen indien zij blijven weigeren eigener beweging hun niet toekomend grondgebied op te geven.

DE JONGSTE BESLUITEN van de Veiligheidsraad dragen het risico van de mislukking in zich juist omdat zij "met de rug tegen de muur' zijn genomen als antwoord op ontwikkelingen en incidenten waarin het scenario van de traditionele vredesdiplomatie niet had voorzien. Uitgaande van de fictie dat een combinatie van sancties en bemiddeling in voorkomende gevallen uiteindelijk tot vrede moest leiden en dat een symbolisch vredesleger voldoende was om het "vredesproces' te verzekeren, is steeds weer de tactiek van het kleinst gemene veelvoud gevolgd. Weliswaar kon er zo in de V-raad een mate van eensgezindheid worden bereikt, maar die eensgezindheid reikte niet verder dan het minimaal voorstelbare. Het gevolg is geweest dat de VN tot dusver achter de gebeurtenissen hebben moeten aanlopen, zowel in voormalig Joegoslavië als in Somalië. In het laatste land heeft de Amerikaanse interventie dat feit geruime tijd aan het oog onttrokken.

De VN, de permanente leden van de Veiligheidsraad voorop, zullen zich diepgaand moeten beraden over doel, opzet en uitvoering van vredesoperaties. De VN dreigen namelijk op verschillende plaatsen in de wereld in dezelfde positie te geraken als de Organisatie van Afrikaanse Staten in Liberia: bestanddeel te zijn van een bloedige impasse. Slechts als de bestaande fundamentele halfslachtigheid in de conflictbeheersing wordt doorbroken en de Volkerenorganisatie zich als ordeningsmacht boven strijdende partijen weet te plaatsen en te handhaven is er een serieuze kans dat bloedvergieten wordt beëindigd en ten slotte voorkomen.