De lijn

Eerste nest: één jong, 15 dagen, 1,7 kg. Tweede nest: twee jongen, 50 dagen, 4,5 en 4,8 kg. Derde nest: één jong, 25 dagen, 3,1 kg. Vierde nest: één jong, 30 dagen, 2,9 kg.

De laatste past niet helemaal, maar de lijn is evident: een steile curve naar het maximumgewicht. Dat komt uit een ei gekropen en begint waanzinnig op te zwellen. Dat leeft daarboven als een opgestopte gans.

Het kleinste jong, te suf om zelf zijn kop op te tillen, had een krop als een voetbal. Boordevol vis, afgeladen met bouwstoffen. Hij voelt obsceen, die krop. Je voelt de raadselachtige chemie van het leven. Vis verandert in vogel.

Vis, watervogels, zoogdieren - het is nauwelijks in de benodigde hoeveelheden aan te slepen. Vandaar dat zeearenden zich doorgaans tot een enkel jong beperken. Met dat ene jong zitten ze in een race tegen de klok. In een halfjaar moet het op ware grootte zijn. Voor de winter moet het over zijn volledige spanwijdte beschikken (tot tweeënhalve meter) en op eigen benen kunnen staan.

En dan nog. Dwars door dat bos aan de Oder is een draad gespannen, een draad die voeding geeft aan een baken voor de scheepvaart. Van de negen arendsjongen van vorig jaar hebben er zich de afgelopen winter drie op die draad doodgevlogen. Men begrijpt in Polen best dat zo'n draad moet worden weggewerkt. Maar voor lang niet alles wat in Polen best begrepen wordt, is geld te vinden.

    • Koos van Zomeren