Courier te traag voor octopus uit Barcelona in finale Roland Garros; "Hier droomde ik al van toen ik vijf jaar was'

PARIJS, 7 JUNI. Volledig uitgeput zeeg Sergi Bruguera neer op het gravel. Hij lag een halve minuut met gesloten ogen languit op zijn rug. Jim Courier moest het net voorbij en de hele baan over om zijn overwinnaar in de finale van de Open Franse tenniskampioenschappen uit zijn roes te halen. Om hem te feliciteren en overeind te helpen. “Ik dacht even dat ik in de hemel was”, zei Bruguera na afloop.

Weer bij zijn positieven snelde hij door de catacomben van het stadion naar de tribune waar zijn vader, die hem coacht, en de rest van de familie had toegekeken. Knuffelen en kussen. Bij de prijsuitreiking op het centre court kon de Spanjaard in hakkelend Frans nog net een paar zinnen uitbrengen. In de kleedkamer stortte hij in. Uitgedroogd en gesloopt door de emoties van de partij. Drie uur en 59 minuten weerstond hij de warmste dag van de afgelopen twee weken en de machtige klappen van Courier. Net als Courier, die meteen na de laatste bal een literfles water leegdronk en aspirine wegslikte, had Bruguera de laatste set met hoofdpijn gespeeld.

Bruguera was de underdog. Hij had in vier partijen tegen Courier nog geen enkele set gewonnen. Maar Courier, die het toernooi in 1991 en 1992 had gewonnen, verspeelde in de vijfde set een 2-0 voorsprong, verloor vervolgens vijf games op rij en kan zijn droom om het record van Bj⊘rn Borg te evenaren - vier titels op rij - voorlopig vergeten. Bruguera kreeg in het eerste matchpunt nog een weergaloze return te verwerken, maar dwong Courier op het tweede tot een volley die tergend langzaam uitzeilde: 6-4, 2-6, 6-2, 3-6 en 6-3. Met zijn zege verdiende Bruguera ongeveer een miljoen gulden, Courier de helft. Bruguera stijgt op de ranglijst van de elfde plaats naar de vijfde of zesde plaats, voorbij Petr Korda, maar net achter Goran Ivanisevic. Courier blijft tweede achter Pete Sampras.

De specialist op gravel greep gisteren zijn kans in het enige grand-slamtoernooi dat voor hem telt. “Hier droomde ik al van toen ik vijf jaar was. Hier heb ik zeventien jaar voor gevochten. Ik wilde dit toernooi winnen. Dit vind ik het mooiste grand-slam. Je begrijpt wel waarom.” Hij is geboren en getogen op gemalen baksteen. En komt er, net als bijvoorbeeld zijn landgenoten Arrese en Costa, nauwelijks vanaf. Hij mijdt het hardcourtseizoen in Azië, heeft weinig succes op de snelle banen in Amerika. In Spanje liggen, net als in Nederland, voor het merendeel gravelbanen, maar Spanjaarden maken de stap naar andere baansoorten veel minder gemakkelijk dan Nederlanders. Op Wimbledon heeft hij pas twee keer aan gras geroken, won hij één partij. Op het hardcourt van de US Open in New York won hij twee van de vijf partijen.

Met zijn lange armen - en grote voeten, minimaal maat 47 - doopte de Amerikaanse televisie hem tot de octopus met de tentakels uit Barcelona. Hij zou met zijn smalle gezicht en kleine pruilmondje een filmrol als vampier kunnen spelen. Na partijen heeft hij er moeite mee zich bloot te geven. Hij wil nauwelijks iets over zichzelf vertellen, verdedigt hooguit zijn speelstijl. “Tijdens een toernooi heb ik weinig plezier. Ik moet me concentreren. Van achteruit is het veel moeilijker een punt te maken dan aan het net”, stelde hij na een zege in de eerste week.

Op gravel, waarop hij tot gisteren al zeven toernooien had gewonnen, is hij al jaren een geduchte tegenstander, ook voor de toppers die maar moeilijk vat krijgen op zijn diepe en van topspin druipende ballen. Die schieten zover door dat je ver achter de baseline gedrongen wordt, of gedwongen bent de bal met veel beheersing en precies op de juiste plaats te raken. Mark Koevermans en Paul Haarhuis profiteerden in de Davis-Cupwedstrijd van Spanje tegen Nederland van een mentale ineenstorting van Bruguera en versloegen hem allebei door consequent op zijn backhand te blijven spelen. Maar als de Spanjaard zich goed voelt en in vorm is kan hij zijn opponenten huilend naar huis sturen, radeloos over hun gebrek aan beheersing.

Jimmy Connors moest er in 1989 in Rome met 6-1, 6-1 aan geloven, een uitzonderlijk zware nederlaag voor de Amerikaan. Dit jaar raakte Andre Agassi diep onder de indruk van zijn spel na een nederlaag in Barcelona. Zes weken geleden stond hij Lendl slechts drie games toe in twee sets. Lendl had het over de slechtste wedstrijd in zijn carrière. Hij was tegen Bruguera tot zijn verbazing plotseling niet meer in staat geweest met zijn forehand winnende slagen te produceren. Ook Medvedev was de wanhoop nabij na zijn verlies in de halve finale. De snelheid en het verraderlijke effect dat Bruguera in zijn slagen legt, hadden hem kansloos gelaten. “Mijn coördinatie liet me in de steek. Als ik snel praat, kan je dat ook niet foutloos opschrijven. Zo speelde Sergi. Te snel.”

Courier toonde zich een sportief verliezer, ging Bruguera feliciteren en vroeg zich een uur na de partij af of hij zijn topvorm misschien in Rome had achtergelaten, het toernooi waarin hij nog eenvoudig had gewonnen van de Spanjaard. “Vorig jaar sprak ik Frans als een Spaanse koe”, zo herinnerde hij het publiek aan zijn steenkolen-Frans van 1992. “Dit jaar speelde ik tegen een Spaanse koe. Ach nee, dat is niet grappig. Ik moet hem feliciteren.”

Spanjaarden op de tribune en Spaanse journalisten vierden de zege van Bruguera als een bevrijding. Tien jaar lang had het Spaanse tennis het zonder een halve finalist in een grand-slem moeten stellen. Bruguera was de eerste Spanjaard die zo ver kwam sinds Jose Higueras, gisteren op de tribune als coach van Courier. Hij was de eerste Spaanse winnaar van een grand-slamtoernooi sinds Manuel Orantes in 1975 op het gravel van Forest Hill de US Open won. En in Parijs de opvolger van de Spaanse winnaar Andres Gimeno die op Roland Garros in 1972 de sterkste was. “Santana, Gimeno en Orantes zijn mythes in Spanje”, relativeerde Bruguera iedere vergelijking. “Zij hebben zoveel meer gedaan dan ik. Ik mag hooguit tevreden zijn.”