Bloedbad op plantage in Liberia: 250 doden

MONROVIA, 7 JUNI. Meer dan 250 Liberiaanse vluchtelingen, onder wie veel vrouwen en kinderen, zijn gisteren op een rubberplantage in de buurt van de hoofdstad Monrovia op gruwelijke wijze om het leven gebracht. De vermoedelijke daders zijn leden van de militie van Charles Taylor.

“Zij (de slachtoffers) werden neergeschoten, ze werden verminkt en van sommigen werd de schedel ingeslagen en de keel afgesneden”, aldus Augustine Mahiga, een medewerker van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR na een bezoek aan de plaats van het bloedbad.

Volgens hem lagen er honderden losse lichaamsdelen over het terrein verspreid. Hij zag ook de zwaar verminkte lijkjes van enkele baby's. “De meesten van hen (de doden) hadden veel kogelwonden. Het zijn allemaal burgers die door de oorlog op drift waren geraakt”, aldus Mahiga.

Ooggetuigen van de massamoord, zo zei Mahiga, hadden verklaard dat het bloedbad was aangericht door leden van Taylors militie. Ook militairen van het Liberiaanse leger en medewerkers van de Westafrikaanse interventiemacht ECOMOG in Monrovia bevestigden deze versie. Mahiga gaf echter toe dat hij geen “sluitend bewijs” had van de schuld van Taylors manschappen. Tegen Taylor pleit het feit dat hij twee weken geleden opdracht gaf aan zijn manschappen om een guerrilla-oorlog te ontketenen, waarbij het terroriseren van vluchtelingen hoog op de lijst stond.

Taylor, die zelf contact zocht met de Britse omroep BBC en het Amerikaanse televisie-station CNN, ontkende de beschuldigingen aan zijn adres krachtig. Volgens hem vormden die slechts een excuus voor een offensief van de kant van het Liberiaanse leger en de ECOMOG-eenheden. De militieleider betoogde verder dat een aanval van zijn manschappen onwaarschijnlijk was omdat het gebied betrof dat niet onder zijn controle viel. De plantage, het bezit van het Amerikaanse Firestone en de grootste ter wereld, werd enige tijd geleden bezet door de ECOMOG-eenheden. Deze hebben echter toegegeven het terrein niet geheel meester te zijn.

Niet bekend

Liberia is al enkele jaren in de greep van chaos en anarchie en ruim de helft van de 2,3 miljoen inwoners van het land is van huis en haard verdreven door het aanhoudende geweld. Taylor viel in december 1989 met een groepje opstandelingen Liberia binnen vanuit het buurland Ivoorkust, waarna er een bloedige burgeroorlog uitbrak, die naar schatting aan 60.000 mensen het leven kostte. Zes Westafrikaanse landen stuurden onder leiding van Nigeria een interventiemacht, ECOMOG, om een einde te maken aan de gevechten. (Reuter, AP)