Amnestie op komst voor luchtverkeersleiders VS

NEW YORK, 7 JUNI. President Clinton is van plan de 11.400 luchtverkeerleiders die sinds 1981 uit alle overheidsfuncties zijn geweerd amnestie te verlenen. Een beslissing daarover wordt gezien als een morele overwinning voor de ontslagenen en goed nieuws voor de Amerikaanse vakbeweging.

“Het laat zien dat de regering-Clinton duidelijk genteresseerd is in het lot van werknemers”, aldus Jeff Beddow van de National Air Traffic Controllers Association (NATCA). “We hebben nog geen garantie dat het besluit doorgaat, maar we gaan er wel van uit.”

Ook de overkoepelende associatie van vakbonden in de Verenigde Staten, de AFL-CIO, ziet het besluit als een mijlpaal. “Dit is niet niks voor de luchtverkeersleiders”, zegt woordvoerder Candice Johnson. “Het ontslag van de elfduizend was een van de ernstigste gebeurtenissen in de vakbondsgeschiedenis van dit land. Daar kwam bovendien bij dat het ontslagenen onmogelijk werd nog ooit een overheidsbaan te krijgen.”

Het ontslag van de luchtverkeersleiders in 1981 door president Reagan kwam na een staking die een groot deel van het luchtverkeer in de VS lamlegde. Alle ontslagenen hadden als overheidswerknemers officieel niet het recht om het werk neer te leggen. Bij hun aantreden hadden ze een eed afgelegd dat ze niet zouden staken.

Het conflict tussen de Professional Air Traffic Controllers Organisation (PATCO) en de Federal Aviation Administration (FAA) ging over betere arbeidsvoorwaarden en een hoger loon. De luchtverkeersleiders verkeerden al meer dan drie jaar in conflict met de Amerikaanse luchtvaartdienst, de FAA. Klachten waren er over het moordende werkritme, de gebrekkige apparatuur en de te lage betaling in vergelijking met buitenlandse collega's. De diensten van de werknemers waren onregelmatig en op de dagen dat ze werkten, was het acht uur op, acht uur af totdat de werkweek van veertig uur voorbij was. In het laatste jaar voor de staking was het in de regel 48 uur per werkweek. De verouderde computers van de luchtverkeersleiders gingen regelmatig "down', wat nooit tot ongelukken heeft geleid maar wel de werkdruk aanzienlijk verhoogde.

De situatie was zodanig dat presidentskandidaat Reagan in 1980 aan de voorzitter van de luchtverkeersleidersbond Robert Poli schreef: “U kunt er gerust op zijn dat ik, als ik president word, alle benodigde stappen zal nemen om de personele bezetting en de werkuren zodanig aan te passen dat een maximum veiligheid voor het publiek gewaarborgd is.” Mede door die belofte gaf de vakbond een Republikeins stemadvies. De vakbond voor luchtverkeersleiders was daarmee de enige bond die Reagan steunde.

Toen de nieuwe president de luchtverkeersleiders een jaar later in de kou liet staan, gingen velen in staking onder het motto: de president houdt zijn belofte niet, waarom zou ik dan mijn belofte moeten houden om niet te gaan staken?

Voor het Amerikaanse publiek werkte het echter anders. Een eed aan de overheid is een eed aan het volk; wie dat aan zijn laars lapt moet bloeden. De beslissing van Reagan kon op brede goedkeuring van het publiek rekenen, en was een morele nekslag voor de vakbeweging. Harvard-hoogleraar Charles C. Heckscher noemde de PATCO-staking later in een boek over de crisis in de Amerikaanse vakbeweging “het moment waarop zij, die uit waren op de vernietiging van de vakbeweging, het slachtoffer in een hoek hadden gedreven waar het kon worden afgemaakt.”

Katherine Newman, hoogleraar antropologie aan de Columbia University in New York, beschreef de achtergronden van de werknemers en de gevolgen van de staking in haar boek Falling from Grace. Uit haar onderzoek bleek dat veel van de luchtverkeersleiders Vietnam-veteranen waren. Van de stakenden had zelfs 85 procent in Vietnam gediend. De veteranen waren afkomstig uit arbeidersmilieus en hadden hun opleiding in het leger gehad. Na omscholing waren ze in de burgerluchtvaart terechtgekomen. Dat zij werden uitgemaakt voor “onpatriottische wetsovertreders”, kwam juist bij die groep hard aan, aldus Newman.

Het voornemen van Clinton noemt zij een "morele overwining', die in haar ogen voor de mannen - slechts drie procent van de luchtverkeersleiders was destijds vrouw - “heel belangrijk” is. “Ik weet zeker dat velen van hen het gevoel hebben dat ze nu iets kunnen afsluiten.” Newman interviewde enkele tientallen stakers van destijds voor haar boek.

Politiek gezien geeft Clinton volgens Newman aan dat hij een vriend is van de vakbeweging. “Hij schept de voorwaarden om straks bij andere zaken op de steun van de bonden te kunnen rekenen”, aldus Newman.

De voormalige leden van de opgeheven PATCO houden nog veelvuldig contact. Ze bellen elkaar op als er vliegtuigen zijn verongelukt en zijn vaak abonnee van het blad Lifeline, dat wordt uitgegeven door Bill Taylor. Hij runt in zijn eentje de organisatie "PATCO Lives!', die het laatste nieuws telefonisch verspreidt. Wie nu zijn nummer draait, hoort een enthousiast verhaal over het geslaagde lobbyen door Congresleden en vakbonden.

Op dit moment zijn er in de VS ongeveer 14.700 luchtverkeersleiders van wie er 11.000 zijn aangesloten bij de NATCA. Van de vroegere stakers zouden volgens een eerste schatting 3000 man aanspraak willen maken op hun oude functie. “Ik denk dat het een reële schatting is, maar een deel van deze mensen zal niet daadwerkelijk weer als luchtverkeersleider gaan werken”, aldus woordvoerder Beddow van de NATCA.

“Uit de gesprekken die ik had, vonden veel luchtverkeersleiders hun baan iets voor jongeren”, aldus Newman. “De druk is groot, men moet snel reageren en er wordt veel van het geheugen gevergd. Sommigen trokken zich terug uit hun baan op hun 45ste.” Newman verwacht dat een deel van de voormalige luchtverkeersleiders werk zal kunnen vinden als chef.

Volgens Beddow van de NATCA is de situatie voor luchtverkeersleiders vandaag de dag zo mogelijk nog slechter dan twaalf jaar geleden. De werkomstandigheden zijn nog steeds slecht, de werknemers zijn gedwongen veel overuren te maken en er is veel meer vliegverkeer.

“Het opnieuw aannemen van de ontslagenen zou een goedkope oplossing zijn van die problemen”, vindt Beddow. “Die mannen hebben veel minder training nodig dan kandidaten die zich nu aanmelden.” De FAA heeft overigens laten weten dat zij niet verwacht dat, gezien de huidige behoefte aan personeel, er meer dan driehonderd man per jaar hoeven worden aangenomen.