Allerlaatste Vara-matinee was één van vele hoogtepunten; Les Troyens overweldigend

Concert: Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor o.l.v. Edo de Waart m.m.v. o.a. Chris Merritt, Karan Anderson, Ludmila Schemtschuk, Eugenie Grunewald, Gilles Cachemaille, Jan Alofs, Jan Hendrik Rootering, Keith Ikaia-Purdy en Robert Chafin. Gehoord: 5/6 Concertgebouw Amsterdam.

Les Troyens, de dubbel-opera van Hector Berlioz uit 1863 die lang als te omvangrijk werd beschouwd om die achter elkaar in zijn geheel uit te voeren, zou volgens de componist 206 minuten duren, minder dan drieëneenhalf uur. De Troyens in concertvorm die Edo de Waart afgelopen zaterdag tijdens de de Varamatinee in het Holland Festival dirigeerde, zou volgens het programmaboekje zelfs vijf uur muziek opleveren. Maar uiteindelijk duurde het tweedelige werk over de inname van Troje en over het verblijf van de Trojanen in Carthago precies vier uur, met drie pauzes erbij duurde het concert meer dan zes uur. Het publiek had daarna nog tien minuten hartstochtelijke ovationele bijval over voor de artistiek en fysiek uitzonderlijke uitvoering.

Deze enerverende allerlaatste Vara-matinee op de vrije zaterdag - de serie wordt in het volgende seizoen voortgezet als een gezamenlijke produktie van Vara, VPRO en NOS - was daarmee representatief voor de vele hoogtepunten die de Matinee in 32 jaar hebben doen uitgroeien tot een hoofdpijler onder de Amsterdamse muziek- en operatraditie.

Les Troyens is een groots en meeslepend werk en de overweldigende uitvoering onder Edo de Waart deed volledig recht aan alle aspecten daarvan: de kolkende emotionele woelingen, de fors aangezette pompeuze en massale scènes, waarin het Groot Omroepkoor excelleerde, de mysterieuze effecten, zoals de uit de diepten klinkende schim van Hector, de intens vloeiende lyriek, zoals dat prachtige duet tussen Dido en Aeneas, de Beethoveniaans pastorale verbeeldingskracht in de Chasse royale et orage en de grandeur van de tragiek, waarin beide delen eindigen: de verwoesting van Troje en de zelfgekozen dood op de brandstapel van de verlaten Dido, wanneer Aeneas naar Italië is vertrokken om daar Rome te stichten.

Vrijwel alles klonk bijna ideaal: het Radio Filharmonisch Orkest speelde fantastisch, al had misschien een enkele strijkerspassage wat lieflijker of zwoeler gekund, en de zangerscast met zoveel grote stemmen was imposant. Karan Armstrong verving de aangekondigde Sharon Sweet als Cassandra en deed dat goed, zij het ietwat bleek en weinig expressief maar zonder de akelige scherpte waarmee ze vroeger wel zong. Gilles Cachemaille was een heerlijk idiomatisch zingende Chorèbe, Jan Alofs (Pantheus), Keith Ikaia-Purdy (Iopas), Robert Chafin (Hylas) en Jan-Hendrik Rootering (Narbal) voldeden goed tot uitstekend.

Eugenie Grunewald met haar grote en fraai getimbreerde mezzo-stem was een van de sterkste steunpilaren onder het geheel. De Amerikaan Chris Merritt bleek als Aeneas een tenor die beheerste kracht en vervoerende uitstraling kan combineren met een in de hoogte nauwelijks vervlakkende mannelijke glans. De Russische Ludmilla Schemtschuk begon als Dido wat schel en met al te veel vibrato, maar ze diepte vocaal en dramatisch haar rol overtuigend uit en gaf daaraan een indrukwekkende tragische allure.