Tussen niet en wel bestaan

Mmm, wat vind ik het lekker als mijn telefoon gaat. Het instrument is uitgerust met een discreet trilalarm. Diep in de linker broekzak kan dat een welkome delicatesse opleveren in de eenzaamheid van het bestaan onderweg. Bedenk dat als u zelf eens iemand belt op een mobiel 06-nummer. U zit in die zak.

“Bestaat u wel onderweg?” wilde vorige week een advertentie in deze krant van mij weten. Maar nee, hoewel ik graag mag fantaseren over het tegendeel moest ik toegeven dat ik niet bestond. Het criterium bleek namelijk te zijn of je een draagbaar telefoontoestel op zak had. Inderdaad, ik heb hierboven onwaarheid geschreven, ik doe het nog altijd zonder zo'n erogeen speeltje.

Je bestaat alleen zolang je bereikbaar bent, is de gedachte. Wie een telefoon in zijn auto heeft laten vastschroeven, en daar in de algemene bereikbaarheidspaniek een fax aan heeft toegevoegd, leidt nog altijd niet meer dan een part-time bestaan. Je zit ook wel eens nét in de auto. Een antwoordapparaat of pieper erbij? Of allebei? Helpt onvoldoende. Je moet op ieder moment onmiddellijk beschikbaar zijn want klanten wachten niet. De telefoon moet op zak, anders ben je niet concurrerend. Post? Laat me niet lachen, dat duurt een dag.

Meer in het algemeen besta je alleen voor zover je werkt. Elk dreigend leeg moment moet, liefst van tevoren al, worden gevuld met een renderende bezigheid. Elke bezigheid, renderend of niet, moet zo weinig mogelijk tijd kosten zodat er weer lege momenten ontstaan die gevuld kunnen worden. Ik zwoeg, dus ik ben. Het is dan ook uitsluitend de prijs die me weerhoudt van de aanschaf van een zaktelefoon. De toestellen mogen steeds goedkoper worden, de abonnements- en gesprekskosten blijven belachelijk hoog.

De meeste andere efficiëntieverhogende gadgets heb ik wel. PC, fax, modem en antwoordmachine natuurlijk, hands free telefoon èn een draadloos exemplaar (voor in en om het huis, niet te verwarren met de overal in het land bruikbare zaktelefoon met een eigen nummer), televisie met teletekst, handenvol afstandsbedieningen en een calculator in elke jas.

Voor onderweg verder de vestzakcomputer, ook wel organizer of palmtop genoemd. Een computer ter grootte van een hand. Ik kan u zeggen, zoiets verandert je leven. Ik ging tot aanschaf over om in vliegtuigen en treinen iets anders te kunnen doen dan geestdodende tijdschriften lezen. Als de stewardessen je een beetje met rust laten kun je thuiskomen met een kant en klaar artikel of draaiboek. Wat dat betreft heeft het machientje al goede diensten bewezen. Maar ja, hij kan zoveel méér.

Behalve de tekstverwerker die ik impliciet heb genoemd is er een elektronisch telefoonboekje ingeprogrammeerd. Dat is werkelijk heel handig. Toen mijn eerste papieren adressenboek vol was, was het losbladig geworden terwijl het dat oorspronkelijk niet was. Het stond bol van in onbruik geraakte kennissen en werkrelaties in een maar ten dele alfabetische volgorde, vol doorhalingen en verwijzingen, het was een puinhoop. Ik was gedwongen een nieuw boekje aan te schaffen en de nog wel actuele adressen en nummers daarin over te schrijven. Een heidens karwei, waarbij ik nog fouten maakte ook.

Kort voor de aankoop van mijn zakcomputer was het tweede adressenboekje vol en dreigde dit zich te herhalen. Vandaag de dag voer ik nieuwe telefoonnummers en adressen in in de computer. Ze worden vanzelf alfabetisch gesorteerd, ik kan verwaterde contacten op klinische wijze elimineren en als ik me van iemand alleen de postcode herinner kan ik desnoods het apparaat zijn bestand op dat gegeven laten uitkammen. Lang leve het elektronische telefoonboek.

Een andere ingebouwde feature was de elektronische agenda. Daar rook ik winst. Gewichtsbesparing bijvoorbeeld. Adressenboek en agenda wogen samen bijna een kilo, de computer maar een pondje. De agenda had een voor elk redelijk doel oneindige kalender en dat betekende: nooit meer agenda's kopen.

In de praktijk blijkt de gecomputeriseerde agenda niet handig. Je kunt niet even snel tijdens een telefoongesprek iets noteren. De tijd die het je kost om iets met één hand in te toetsen moet je altijd weer vullen met excuses over die elektronische agenda en dat het dan wat langer duurt. Het beeldscherm is te klein (8 regels maal 40 tekens) om een druk bezette dag te overzien en zelfs te klein voor één fatsoenlijke routebeschrijving. De computer werkt op batterijen, die het hooguit een paar weken volhouden. Dus is er een adapter bij gekomen voor een paar tientjes en zit ik elke keer dat ik thuis of op kantoor arriveer met dat snoertje te klungelen. Dan nog moeten er ongeveer twee keer per jaar verse batterijen in. Dat kost elk half jaar evenveel als een eenvoudige agenda. De adapter weegt een pond, samen met de computer net iets meer dan adressenboek en agenda samen. De geheugenkaartjes (per kilobyte ongeveer 500 keer zo duur als floppies) hebben ook elk jaar een batterijtje nodig, anders verdampen de gegevens.

Een mens kan het risico niet nemen dat het telefoonboek en de agenda door een batterijstoring in de computer of de geheugenkaart spoorloos verdwijnen. Dus zit ik twee keer per maand met weer een ander snoertje te hannesen om van alle meest recente bestanden backups te maken op een schijf van mijn PC. Ik zei het, het verandert je leven. Al had ik me het verschil tussen niet en wel bestaan anders voorgesteld

Het kost tijd en geld, het is onhandig en slecht voor het milieu. Waarom blijf ik dat stuk verdriet gebruiken? Omdat het sexy is, daarom.