Tegen ex-politieman wegens dubbele moord twintig jaar cel geëist

AMSTERDAM, 5 JUNI. Tegen de van tweevoudige moord verdachte 36-jarige ex-politieman Martin H. is gisteren voor het gerechtshof in Amsterdam in hoger beroep twintig jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf geëist.

H. wordt ervan verdacht in juni 1991 de crimineel K. Bruinsma voor het Hilton hotel in Amsterdam te hebben neergeschoten en in maart 1992 de drughandelaar T. Hijzelendoorn in zijn woning te Wilnis.

De eis waarmee de advocaat generaal A.G. Korvinus haar requisitoir voor het Amsterdamse hof afsloot was conform die van de rechtbanken in Amsterdam en Utrecht waar H. tot respectievelijk acht en twaalf jaar is veroordeeld. H. heeft steeds ontkend dat hij ook maar iets van doen heeft met beide als "liquidaties' omschreven moorden. Tot aan de behandeling van zijn zaak voor het hof hulde H. zich in stilzwijgen, behoudens een enkel uitgesproken “Ik ben onschuldig”.

Van meet af aan is door zijn raadsman J. Boone gesteld dat het werk van de politie in beide zaken “niet aan de minimale eisen van betrouwbaarheid” voldeed. Hij verwees in zijn pleidooi naar een uitspraak van deze strekking van de Amsterdamse rechtbank die het openbaar ministerie niet ontvankelijk verklaarde in de zaak-Bruinsma. Ofschoon het hof in Amsterdam de uitspraak van de rechtbank nietig verklaarde, herhaalde Boone zijn beschuldiging.

Boone legde de nadruk op de vermeende ondeugdelijkheid van de getuigeverklaringen van de handelaar in verdovende middelen Steve Brown. Volgens Boone was een deel van Browns verklaringen “ontsproten aan zijn fantasie” en had Brown er alle belang bij zijn eigen rol bij de moord op Hijzelendoorn te verdoezelen. Steve Brown heeft onlangs voor de televisie verklaard dat hij de Nederlandse Staat en de stad Amsterdam voor miljoenen heeft opgelicht met het jongerenproject "Happy Family'. Misschien, zo stelde Boone, was ook het openbaar ministerie het slachtoffer geworden van de “enorme overtuigingskracht” van Brown.

De voorzitter van het hof, J. Willems, vroeg H. of hij misschien wist wie beide mannen dan wel had doodgeschoten. “Ik vind het geen gekke gedachte dat u weet wie het gedaan heeft”, aldus Willems. “Want de indruk bestaat dat u in het Amsterdamse milieu geen onbekende bent.” H. antwoordde dat hij het niet wist.

Korvinus prees in haar requisitoir de politie: “De politie heeft met grote toewijding aan deze uit opsporingsoverwegingen niet eenvoudige zaak gewerkt, zonder de soms in de schoenen geschoven bijbedoelingen.” Het verweer van H. deed zij af als “op het laatste moment opgehoeste alibi-verhalen.”

Uitspraak op 17 juni.