STRANGE FRUIT

Here is a fruit for the crows to pluck,

for the rain to gather, for the wind to suck,

for the sun to rot, for a tree to drop,

Here is a strange and bitter crop.

Billie Holiday. Ik heb naar haar geluisterd, het hele pinksterweekeind. Racisme, dat was de eerste uitleg die in me opkwam. Maar het is zo makkelijk geroepen. Het is er, wist ik, het is zelfs het doorslaggevende motief. Maar is het er dan ooit niet geweest? Is het met een of andere toverformule uit te bannen, weg te demonstreren? Bovendien, wie racisme roept, beschuldigt een ras. Een biologische soort. En het ging hier om een sociale groep. Om een kleine groep, zei ik tegen mezelf.

Culturele verwarring, dat was het volgende waar ik aan dacht. De snelle omwentelingen van de laatste tijd, waardoor de mensen gedesoriënteerd waren geraakt. Natuurlijk ontstaat er chaos, als de samenleving van de ene op de andere dag verdubbelt. Natuurlijk ontstaat er paniek, als het ene deel van de bevolking ineens wordt gedwongen zijn rijkdom en welvaart te delen met het andere deel, enkel op grond van het argument dat je het je "eigen volk' verschuldigd bent. Maar dat volk moet nog ontstaan, wat nog wel even zal duren. Trouwens, waarom zou men meer verschuldigd zijn aan de eigen mensen dan aan vreemdelingen?

Het was dus een dubieus argument, die culturele desoriëntatie, waar nog bij kwam dat het een tijdelijkheid suggereerde: het gaat wel over, ze zijn nu even niet goed bij hun hoofd, maar ze komen er wel weer bovenop. Ik had niet het gevoel dat het vanzelf over zou gaan. Daarvoor was ik te zwaarmoedig gestemd. Ik geloofde dat het erger zou worden, al wist ik niet waarom.

Toen kwam ik op de jeugd. Het is toch zeker waar dat jonge mensen het tegenwoordig moeilijker hebben dan vroeger? Vroeger, zeg maar voor de oorlog, bestond die levensfase van de jongere niet, je was of kind of volwassen. Nu moet je de "tienertijd' door, je moet je door een gehele jeugdcultuur bijten, een stuk niemandsland oversteken, een grijze zone tussen afhankelijkheid en zelfstandigheid, tussen roekeloosheid en verantwoordelijkheid, tussen speelsheid en ernst. Je bent tegelijkertijd wel en niet aanspreekbaar, je kunt als tiener even veel kwaad aanrichten als ieder ander, maar om de een of andere reden is het in deze periode vergeeflijker. Je kunt ook heel veel goeds aanrichten, maar dat wordt niet van je verwacht. Je moet lol maken, kattekwaad uithalen. Een initiatie-rite die eindeloos duurt, zo'n jaar of tien, van je vijftiende tot je vijfentwintigste. En hoed je voor het geval dat het economisch slecht gaat. Dan duurt het nog langer voor je met je eigen leven kunt beginnen, voor je de grote wereld in mag stappen. De westerse mythe van de jeugd is hardnekkig. Voor ondernemers is het lucratief, maar voor de jeugdigen zelf is het alleen maar frustrerend. Vooral voor jongens. Ze willen mannen worden, maar worden nog niet geacht het te kunnen bewijzen. Toch verwierp ik deze gedachte. Het was een slecht excuus. Je bent jong, maar daarom nog niet gek.

De falende bestuurders dan maar, en de principeloze politici. Er is toch inderdaad veel gerommeld en gemarchandeerd, de afgelopen tijd, met wetten en regels voor vreemdelingen en buitenlanders? Er zijn zeer verdachte rechtvaardigingen gebruikt, er zijn sentimenten aangewakkerd die niemand meer in de hand had, er is een afschuwelijke stemming gekweekt. Om de eigen onmacht te verdoezelen is de geest uit de fles gehaald. Maar feit blijft dat niemand een uitweg wist. Ook fatsoenlijke en principiële mensen wisten niet hoe ze konden ontsnappen aan het morele dilemma om de armen niet in de steek te laten, en ze toch ook niet toe te laten. Als Europa ooit tot stand komt, moet eerst dit dilemma zijn opgelost: hoe Europeanen willen omgaan met niet-Europeanen. Helaas weten ze tot nu toe niet eens hoe ze met elkaar willen omgaan.

De historische schuld? Maar wat er in de oorlog ook is gebeurd, je kunt latere generaties toch niet laten boeten voor wat eerdere generaties hebben uitgespookt? En schuld is een individuele ervaring. Collectieve schuld, collectieve verantwoordelijkheid, collectieve schaamte en spijt zijn uitvindingen van sociologen. Concrete mensen voelen alleen hun eigen schuld voor wat ze zelf hebben misdaan. En als ze eenmaal het gevoel hebben niets te hebben misdaan, wat bij de naoorlogse generaties zeker het geval is, kan men zeggen wat men wil: de schuld zal niet kunnen worden aangepraat.

Moord, dat was wat overbleef. Het moorden zelf, de drift die eraan vooraf gaat. De gedaanteverwisseling, de verkrampte gelaatsuitdrukking, de samengetrokken mond, de opeengeperste kaken, de woede, de haat, de agressie in de ogen en tenslotte de oerkreet van de moordlust. Vroeger, beweren geleerden, werd er veel vaker gemoord, om kleinere redenen. Het doden was nog een uiting van moed, van mannelijke moed, in ieder geval. Er waren duidelijke codes die vastlegden hoe er moest worden gemoord, als men aanspraak wilde maken op eer en heldhaftigheid. De belangrijkste code was oogcontact, of zoals de Engelsen het zeiden: ""Only to kill when you see the whites of their eyes.''

Lafhartigheid, dat was waar ik heel lang over nadacht. Want deze moorden waren geen uiting van moed. Ze waren wreed en monsterlijk, maar ook banaal, laag en eerloos. Als men de vijand niet in de ogen kan kijken begaat men geen moord in de normale zin, maar iets dat achterbaks en vals is. Het stichten van een brand, het wegrennen, opdat je het schreeuwen van brandende kinderen niet kunt horen. Er zijn weinig dingen die gemener, gewetenlozer en verachtelijker zijn.

Mij overviel een diep gevoel van ontreddering. De nutteloosheid der dingen. Tijdens de pinksterdagen begreep ik plotseling dat het bestaan een kant heeft die ik niet graag onder ogen zie. De betekenisloze kant. Mijn God, je kunt aanwijsbare personen, mensen van vlees en bloed haten en ze willen doden. Desnoods met een messteek in de rug, als je te bang bent voor hun blik. Maar mensen vermoorden vanwege hun kleur, en dan nog omdat ze toevallig daar waren?

Ik moest erkennen dat ik mij vergist had en dat het leven misschien toch geen bestemming of belang heeft. Vragen, verlangens en verwachtingen verdampten, dromen van beschaving verschrompelden, alles leek nietig en vergeefs. Ik zou wel van gedaante hebben willen wisselen, een verkrampt gezicht hebben willen trekken, een oerkreet uiten en een moord plegen. Maar op wie? Erger: waarom? Wat zou een zo'n onredelijke daad uitmaken in de zee van zinloosheid?

Angst, dat is wat ik ten slotte overhield, het benauwende gevoel dat we het al eerder hebben meegemaakt, hier niet zo ver vandaan, en dat het eeuwen van onbeschrijflijk leed heeft gekost voordat de waardigheid was herwonnen. Intussen zong Billie Holiday, met haar stem als een klarinet:

Southern trees bear a strange fruit,

blood on the leaves and blood at the root,

Black body swinging in the Southern breeze,

Strange fruit hanging from the poplar trees.

Pastoral scene of the gallant South,

the bulging eyes and the twisted mouth,

scent of magnolia, sweet and fresh,

and the sudden smell of burning flesh.