Stoffig avantgardisme in Roemeense Ubu Roi

Holland Festival. Voorstelling: Ubu Roi met scènes uit Macbeth naar Jarry en Shakespeare door Nationaal Theater Craiova. Regie, kostuums, decor: Silviu Puracete. Gezien: 4/6, Stadsschouwburg, Amsterdam. Nog te zien: aldaar 5/6.

Oosteuropees theater lijkt een onvermijdelijk onderdeel van het Holland Festival. Jaar na jaar tonen Poolse, Tsjechische, Russische of Roemeense theatermakers ons hun van politieke symboliek doortrokken voorstellingen - en behalve onvermijdelijk is die regelmaat ook wonderlijk. Want al past dit theater in de nu van het totalitarisme bevrijde landen van herkomst veelal in een dissidente traditie, die omstandigheid alleen garandeert geen artistieke kwaliteit. Integendeel. De censuur heeft misschien de vindingrijkheid ten aanzien van het gebruik van metaforen en symbolen verscherpt, maar het isolement heeft, om in de sfeer te blijven, tot stagnatie geleid. Dit theater ligt, met andere woorden, hopeloos achterop.

Als om alle vooroordelen te bevestigen is deze keer het Nationaal Theater Craiova uit Boekarest uitgenodigd. In de regie van Silviu Puracete speelt het veelkoppige gezelschap Alfred Jarry's Ubu Roi, doorspekt met enkele scènes uit Shakespeares Macbeth. De groep won er twee jaar geleden de prijs van de kritiek mee op het Festival van Edinburgh.

De kritiek, zo blijkt maar weer eens, vergist zich soms. Ik lees dat regisseur Puracete 43 jaar is en kan dat nauwelijks geloven. Hij regisseert theater van vóór Beckett, misschien heeft hij wel een reconstructie willen maken van de door Jarry zelf geënsceneerde oerversie, uit 1896. Toen brak er direct bij aanvang, bij het eerste, door de titelheld uitgesproken woord reusachtig tumult uit. “Merdre!”, zei Ubu, met een extra "r' die het woord onschuldig moest maken - en hij had de poppen aan het dansen. Puracete lijkt nog steeds op een soortgelijk effect te rekenen.

Jarry's absurdistische stuk over een burger die de koning doodt om zijn plaats in te nemen en een schrikbewind in te stellen heeft wellicht evenzeer parallellen met de geschiedenis van het arme Roemenië als met Shakespeares Macbeth, maar die verwijzingen in de tijd verhinderen niet dat er avant-garde van de allerstoffigste soort vertoond wordt. De voorstelling is een luidruchtige Jan Klaassen-poppenkast, hoogst infantiel, met iedere seconde een nieuwe coup de théâtre, en een ludieke verplaatsing van de handeling naar de foyers tijdens de pauze. Wat een gedoe. Begin jaren zestig, schat ik, zagen we dit soort toneel hier voor het laatst. Het Holland Festival legt zich kennelijk toe op curiosa uit de oude doos.

    • Pieter Kottman