Spoeddebat achteraf, zonder het "slachtoffer'

DEN HAAG, 5 JUNI. Als de Tweede Kamer aanstaande dinsdag op verzoek van de VVD een spoeddebat houdt over het vertrek van staatssecretaris Ter Veld, zal het "slachtoffer' zelf daarbij niet aanwezig zijn. Want als ex-staatssecretaris heeft zij niets meer achter de regeringstafel te zoeken. Er zal slechts òver haar gesproken worden: door de fractieleiders, door premier Lubbers en wellicht door vice-premier en PvdA-leider Kok.

Dat zij er niet meer bij is heeft alles te maken met de aard van het conflict. Staatssecretaris Ter Veld had geen zakelijk probleem met de Tweede Kamer, maar slechts een verstoorde persoonlijke relatie met haar eigen partij, de PvdA. Zodra een bewindspersoon niet meer het vertrouwen geniet van de geestverwante fractie is het voorbij, aldus het staatsrecht, waarvan wel wordt gezegd dat het in dit soort situaties dagelijks wordt geschreven. De Tweede Kamer hoeft er niet, althans niet vooraf, aan te pas te komen. Wel is het gebruik dat de Tweede Kamer achteraf een debat wijdt aan de politieke gevolgen.

In het rijtje van vertrokken bewindslieden over de afgelopen tien jaar laat het vertrek van Ter Veld zich nog het best vergelijken met het gedwongen opstappen van staatssecretaris G. Brokx (CDA) van volkshuisvesting in het najaar van 1986. Toen was het CDA-fractievoorzitter De Vries - dezelfde die als minister van sociale zaken gisteren met lede ogen zijn staatssecetaris zag opstappen - die Brokx de wacht aanzegde, omdat er in de fractie onvoldoende vertrouwen bestond in zijn verdere functioneren. Voor Brokx restte toen niet meer dan het schrijven van zijn ontslagbrief, hoewel hij de steun had van premier Lubbers.

In het huidige kabinet was het tot gisteren alleen minister G. Braks (CDA) van landbouw die onder druk voortijdig moest opstappen. Nadat de PvdA-fractie hem te verstaan had gegeven onvoldoende vertrouwen in zijn visserijbeleid te hebben, besloot hij te vertrekken. Omdat het hier om een "zakelijk' conflict ging had Braks het best kunnen laten aankomen op een debat in de Tweede Kamer. Daarna, dus na zijn publieke verdediging, had hij dan alsnog de politieke consequenties kunnen trekken uit het feit dat één van de regeringsfracties geen vertrouwen meer had in zijn beleid.

Ongeveer hetzelfde speelde in 1988 tijdens de paspoortaffaire. Daarbij sneuvelden twee bewindslieden: VVD-minister W. van Eekelen van defensie en CDA-staatssecretaris R. van der Linden van buitenlandse zaken. Beiden vertrokken nadat hun eigen fracties het vertrouwen hadden opgezegd, maar voordat zij zich in de Tweede Kamer over hun beleid konden verantwoorden.