SPIRITUALITEIT

In het Boekenbijvoegsel van 22 mei jl. stond een recensie van Dirk van Delft van het onder pseudoniem "Jaap Breeveld' geschreven boek, "De risico's van het denken'.

Uit deze recensie kreeg ik sterk de indruk dat Van Delft het boek niet helemaal of helemaal niet gelezen heeft. Zo verwijt hij de auteur - of beter gezegd: auteurs, want het betreft een produkt van het denkwerk van een groep - een ongenuanceerd oordeel over het werk en de persoon van Robert Oppenheimer te vellen en een te geringe bijdrage te leveren aan de in het boek gesignaleerde problemen. Volgens Van Delft blijft men het antwoord op de vraag "Wat te doen?' tegen de inkapseling van wereld door het technische systeem schuldig. Met deze kritiek gaat hij voorbij aan het karakter en de inhoud van het boek zelf. Het betreft namelijk de neerslag van intellectuele arbeid, de doordenking van de relatie tussen wetenschap en techniek en de diepgaande determinatie door het technische systeem, dat de leefbaarheid van de aarde dreigt te vernietigen. De constatering dat het om een systeem gaat, houdt precies in dat er geen keihard oordeel over mensen als Oppenheimer geveld kan worden. Het feit dat het om een intellectuele analyse gaat, betekent dat er geen kant en klare politieke conclusies hoeven worden aangedragen.

Dat wil overigens niet zeggen dat deze er niet zijn! Een conclusie is dat de overheersing door het technische systeem alleen bestreden kan worden door opnieuw spirituele waarden in onze cultuur te introduceren. Het is door de teloorgang van deze waarden dat de mens ten prooi dreigt te vallen aan de eigen overmoed, de "hybris'. Slechts het "heilige' is in staat om de vernieuwingsdrift en het vooruitgangsgeloof van het technische denken te weerstaan en ter discussie te stellen. Of zoals Breeveld c.s. het formuleren: ""De technische veranderingen worden onontkoombaar gentroduceerd en opgenomen zonder dat zij zijn beproefd op levensvatbaarheid op lange termijn. Individueel gemak en ongemak zijn de enige criteria waarmee men de vernieuwing beoordeelt. Men vindt het allemaal best tot aan het moment dat er onvermijdelijk nieuwe ongemakken verschijnen.'' In een notedop de geschiedenis van de opkomst, bloei en ondergang van het automobiel in onze maatschappij. Zoals de Indianen hun ideeën en bevindingen in hun consequenties doordenken voor de zevende generatie in de toekomst, zo zal ook het westerse denken "rekening' moeten leren houden met het (nog) niet bestaande, dat dan gesymboliseerd wordt in het heilige.

Wat Van Delft niet begrepen heeft, is dat het boek niet eindigt met een wetenschappelijk antwoord en aanbevelingen voor de politiek, maar met een opdracht aan ons allen.

    • Allan Varkevisser