"Milaan moet weer Europese stad worden'

Elf miljoen Italiaanse kiezers stemmen morgen voor nieuwe gemeentebesturen. Ook in Milaan, symbool van politieke corruptie maar eveneens de stad waar de protestbeweging ertegen begon. De grote politieke schoonmaak begint op lokaal niveau.

MILAAN, 5 JUNI. “We hebben het steeds gezegd: Milaan wordt het Stalingrad van de oude partijen.” Marco Formentini kijkt over zijn vierkante bril de zaal in, en gaat dan verder, met zijn licht-krakende stem: “Twintig jaar lang is de stad geplunderd. De partijen hebben Milaan aan hun satrapen gegeven om haar leeg te roven. De Lega zal van Milaan weer een Europese stad maken, de economische en culturele hoofdstad van Italië.”

In het rode pluche van het Piccolo Teatro luisteren enkele honderden winkeliers en kleine ondernemers aandachtig. Zondag kunnen zij gaan stemmen, samen met elf miljoen andere Italianen, ongeveer een kwart van het electoraat. Het zijn tussentijdse lokale verkiezingen in gemeentes waar het bestuur is bezweken onder de corruptieschandalen, de eerste verkiezingen sinds de smeergeldzaken naar buiten kwamen. Verwacht wordt dat het vonnis voor de regeringspartijen vernietigend zal zijn.

De twee kandidaten van het protest, Formentini van de Lega Nord en Nando Dalla Chiesa van een linkse coalitie, staan ver voor in de opiniepeilingen. Piero Bassetti, voorzitter van de Kamer van Koophandel, praat liever niet over zijn steun onder de christen-democraten. Oud-burgemeester Piero Borghini heeft bij de rechter geprobeerd te voorkomen dat de in diskrediet geraakte socialisten, jarenlang heer en meester in Milaan, zich achter hem schaarden.

“De nieuwe politici missen ervaring, zeker”, zegt een oudere ondernemer voordat het debat in het Piccolo Teatro begint. “Maar beter een nieuwe dan iemand van de oude partijen die de economie en het imago van de stad hebben vernield.” Een mevrouw die samen met haar man een winkel drijft, is het daar niet mee eens. “Ik ben voor Bassetti. Hij is iemand met ervaring en zonder extreme ideeën. Maar tegen Formentini en Dalla Chiesa heeft Bassetti geen kans. De wil om te protesteren is te groot.”

De zaal legt de kandidaten een lange klachtenlijst voor. De afpersing door groepen misdadigers, soms mafiosi, en soms ook door gemeente-ambtenaren. De verkeersproblemen. Het verval in de voorsteden van Milaan. Het doolhof van tientallen verschillende belastingen voor de kleine zelfstandige.

De antwoorden zijn vrijwel gelijkluidend. Gemeenschappelijke noemer is de belofte van meer duidelijkheid op het gemeentehuis, waar in het verleden alles met steekpenningen moest worden geregeld. “Als de regels voor iedereen duidelijk zijn, is er minder kans op corruptie”, zegt het Lega-Kamerlid Formentini, licht pak, joviaal, vlot pratend. “Ondernemers moeten werken binnen de onzekerheid van de markt, maar de regels van de overheid moeten duidelijk zijn”, zegt Dalla Chiesa, in een voor hem ongebruikelijk grijs pak, zorgvuldig zijn woorden zoekend, pratend met zachte stem en vaak op docerende toon - hij is hoogleraar sociologie.

Volgens de opiniepeilingen zullen deze twee over twee weken uitvechten wie de burgemeester van Milaan wordt. Voor het eerst kunnen de Italianen rechtstreeks hun burgemeester kiezen. Dit gebeurt volgens het Franse stelsel: als in de eerste ronde geen van de twaalf kandidaten in Milaan een absolute meerderheid haalt, wordt een nieuwe ronde gehouden tussen de twee kandidaten die het hoogst zijn geëindigd. Het is een van de pogingen om de politiek dichter bij de burgers te brengen en de dominerende rol van het partij-apparaat te verkleinen. En om de bestuurbaarheid te vergroten krijgt de alliantie van de winnende burgemeester minimaal zestig procent van de zetels.

Formentini is vol vertrouwen. De Lega is begonnen met het protest en zal daar nu de vruchten van plukken, zegt hij. Milaan moet het vertrekpunt worden voor een zegetocht in de nationale politiek. De kandidaten uit het centrum spelen volgens hem geen enkele rol. “Die hebben nog niet begrepen dat ze midden in een revolutie zitten, in een verandering van enorme omvang”, aldus Formentini. “Ze zitten in de verkeerde film.”

Hij zegt niet bang te zijn van Dalla Chiesa, die hoewel hij niet met zijn vader kon opschieten, profiteert van het feit dat hij de zoon is van generaal Carlo Alberto Dalla Chiesa, in 1982 vermoord door de mafia. Dalla Chiesa is volgens Formentini ook een exponent van de "oude' partijen. Hij komt weliswaar uit de anti-mafiapartij La Rete, maar wordt gesteund door de ex-communistische Democratische Partij van Links, de communistische hardliners, en de Groene partij.

Formentini zegt dat Dalla Chiesa een oude communistische utopie aanhangt. Diens belofte om de Milanezen gelukkiger te maken leidt tot veel schimpscheuten. “We moeten een burgemeester hebben die niet alleen de drager van het protest is”, zegt Bassetti, afgemeten pratend. “Ik begrijp wel dat mensen de neiging hebben om de tafel om te gooien, basta, maar je kan niet alles uit het verleden afzweren. Ik wil de continuteit van het nog gezonde Milaan.”

Maar met de hechte linkse coalitie achter zich staat Dalla Chiesa voorlopig voor in de opiniepeilingen. Hij belooft niet alleen een politieke revolutie, met een grondige zuivering van alles wat naar corruptie riekt, maar ook een culturele. In een brief aan de kiezers schetst hij zijn Milaan. De mensen zeggen elkaar weer goeiendag, je kan weer eten in eenvoudige goedkope trattoria's (het linkse antwoord op de pizza's van de Lega), de buitenlanders worden niet weggejaagd, en de stad denkt niet alleen aan geld en consumptie.

Een half uur na het debat met de winkeliers staat hij op een ander podium, achter het middeleeuwse Castello. Hier hebben "zijn' partijen een rockfeest georganiseerd. Er wapperen rode vlaggen, en tientallen jongeren hebben een button opgedaan met de tekst: “Ik wil een burgemeester met een snor” - Dalla Chiesa heeft een brede zwarte walrussesnor. “We zouden meer van deze feesten moeten hebben”, zegt Dalla Chiesa. “Milaan moet weer gaan leven, ook voor de gewone mensen.”

Tegenover de winkeliers had hij een parallel getrokken met Madrid, dat in de jaren tachtig in de aandacht kwam door de stroom van culturele activiteiten. “De cultuur kan helpen de economie aan te trekken. Het imago van de stad is belangrijk.” De winkeliers hadden het beleefd aangehoord, maar de honderden jongeren barsten uit in een enthousiast applaus.

    • Marc Leijendekker