Kritiek Lubbers op CAO-eisen van ambtenaren

DEN HAAG, 5 JUNI. Minister-president Lubbers vindt dat de ambtenarenbonden bij het stellen van CAO-eisen geen argumenten kunnen ontlenen aan de ontwikkelingen in de marktsector.

Hij noemde het gisteren na afloop van de ministerraad “een foutieve veronderstelling dat overal in het bedrijfsleven winst wordt gemaakt”. Lubbers wees erop dat de overheid op “zwart zaad” zit. En als er dan zonodig een vergelijking met het bedrijfsleven moet worden gemaakt, “kun je grote delen van de overheid indelen in de categorie verliesgevende bedrijven”. “Wij zijn een bedrijf à la Hoogovens en niet à la Unilever.” Lubbers vergeleek de overheid met een onderneming die voor de keuze staat de zaak draaiende te houden of meer geld aan salarissen te besteden.

Inmiddels heeft het college van B en W van Rotterdam laten weten dat de reinigingsdienst Roteb haar stiptheidsacties moet stopzetten. In een brief aan de ambtenarenbonden schrijven B en W dat de acties van de vuilophalers neerkomen op werkonderbreking of staking. De Roteb handelt “onrechtmatig” als de acties op dezelfde manier worden voortgezet, aldus het college. Welke stappen de gemeente wil ondernemen is nog niet duidelijk. In de brief wordt niet met de rechter gedreigd.

Het college vindt dat de Roteb moet opdraaien voor de kosten die de gemeente maakt als het huisvuil straks door particuliere ondernemers wordt verwijderd. Rotterdam verwijt de ambtenarenbonden dat ze op geen enkele manier zijn ingegaan op de CAO-voorstellen van de werkgevers, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

De vuilophalers van de Roteb laten afval langs de weg staan dat niet in plastic zakken wordt aangeboden. Zij beroepen zich op een verordening waarin het ophalen van afval wordt omschreven. Als het aan de bonden ligt gaan de stiptheidsacties maandag de vierde week in.

De provincie-ambtenaren hebben gisteren besloten volgende week vrijdag tot actie over te gaan als er binnen een week geen bevredigend loonbod komt van het Interprovinciaal Werkgevers Verband (IWV). De bonden eisen namens de 14.000 ambtenaren bij de provincies 2,5 procent loonsverhoging. Het IWV heeft 0,7 procent per 1 januari 1994 geboden en een uitkering van 6 procent van één maandsalaris, in oktober van dit jaar.