HITLERS BOM

In zijn lezenswaardige artikel 'Hoe Hitler zijn atoombom misliep' (Zaterdags Boekenbijvoegsel, 15 mei 1993) bespreekt Dirk van Delft het boek "Heisenberg's War.

The Secret History of the German Bomb', geschreven door Thomas Powers. Blijkbaar Powers' opvatting weergevend, zegt Van Delft dat Houtermans en von Weizsäcker zich realiseerden dat in een werkende reactor uranium-238 stapsgewijs zou kunnen worden omgezet in plutonium. Hierover het volgende. Houtermans (H) en Von Weizsäcker (vW) hebben inderdaad op een alternatief voor het gebruik van uranium-235 gewezen, maar als meer dan een aanwijzing in de richting van plutonium mag dit toch niet worden gezien. Zo gaat Powers wel wat ver als hij stelt dat vW in zijn rapport van juli 1940 over Eka-renium een tweede, gemakkelijker weg (dan via U-235) naar de atoombom had gevonden (""....and there was a second, easier way to build a bomb. With his paper on ''eka-rhenium'', Weizsäcker had found it.'', zie blz. 20, 21 van zijn boek). In dit rapport merkt vW op dat het met thermische neutronen splijtbare U-235 slechts in zeer geringe hoeveelheid in natuurlijk uranium voorkomt (0,72%), terwijl het daarin rijk aanwezige U-238 (99,27%) niet met thermische neutronen splijtbaar is. Hij oppert dan de mogelijkheid dat het U-238 toch voor energiewinning m.b.v. thermische neutronen zou kunnen worden gebruikt. Deze neutronen zouden dan tot zodanige mutaties van het U-238 moeten leiden dat het eindprodukt wel splijtbaar is. In zijn rapport zegt vW te verwachten dat bij een eerste mutatie het isotoop Uontstaat dat volgens Hahn een halfwaardetijd van 23 minuten bezit. Daaruit zou dan Eka-Re ontstaan (inmiddels bekend als neptunium). Over dit laatste element merkt vW op dat het waarschijnlijk zeer lang levend is en vermoedelijk door a-verval overgaat in Pa235. Noch het een, noch het ander is juist: het Eka-Re is niet zeer lang levend, maar bezit een halfwaardetijd van 2,3 dagen; het gaat niet door a-verval over in Pa, maar door b-verval in Pu(plutonium).

Conclusie: in het door Powers geciteerde rapport doet vW wel een stap in de goede richting, maar deze bracht hem nog niet bij plutonium. Powers laat zich overigens in een desbetreffende noot (blz. 493 van zijn boek) bescheidener uit over de betekenis van vW's rapport.

H kwam er dichter bij dan vW. In zijn rapport van augustus 1941, opgesteld toen hij in het laboratorium van Manfred von Ardenne in Berlijn werkte, behandelt H reacties die optreden als een U-kern neutronen vangt. Er ontstaan dan eerst Uen daarna, door ß-verval, Eka-Re. Vervolgens speculeert H over wat er nu verder kan gebeuren. Hij neemt aan dat het Eka-Reook weer ß-actief is en ziet dan twee mogelijkheden. Ofwel zet zich het verval van Eka-Revoort via een reeks van kortlevende actieve isotopen, ofwel eindigt het verval met het ontstaan van een langlevend produkt. In het laatste geval zal het ontstane langlevende isotoop met atoomgewicht 239 door thermische neutronen kunnen worden gespleten. H voegt daaraan toe dat het aldus ontstane product niet meer met uranium identiek is. Het kan daarom chemisch worden afgescheiden wat een groot voordeel is t.o.v. het proces van isotopenscheiding.

Conclusie: H kwam dichter bij plutonium dan vW. Maar verder dan de veronderstelling dat ook het Eka-Reweer ß-actief zou zijn, en de zinnige speculatie dat het verval zou kunnen eindigen met een langlevend produkt dat chemisch kan worden afgescheiden, kwam ook dit rapport niet.

Ten slotte: dat Duitsland geen plutonium binnen handbereik heeft gehad, laat staan voor een atoombom, blijkt ook uit de uitlatingen van Duitse wetenschappers die in 1945 in Engeland genterneerd zaten (Gerlach, Hahn, Harteck, Heisenberg, von Weizsäcker, Wirtz en anderen). De gesprekken die zij daar voerden werden afgeluisterd. I.h.b. van belang zijn hun reacties op het nieuws van de atoombom op Hiroshima (6.8.1945). Zo blijkt uit opmerkingen van Harteck, Gerlach en Hahn dat zij eerder aan element 93 (neptunium) dan aan 94 (plutonium) dachten. Op een vraag van von Weizsäcker of de geallieerden in staat zouden zijn geweest element 93 of 94 te maken antwoordde Wirtz dat hem dit zeer onwaarschijnlijk leek (niettemin hadden begin 1941 Seaborg c.s. in Berkeley het nieuwe element plutonium aangetoond. Het werd gebruikt voor de tweede atoombom, die op Nagasaki viel).

    • J.H.J. Oelering Arnhem