Het sterven

De man staat recht tegenover het dier. Linkerknie gebogen om snel weg te kunnen stappen, linkerhand laag met de rode doek. De rechterarm op schouderhoogte geheven. De punt van het zwaard, die licht gebogen is, wijst recht naar voren. Naar de stier, die beide poten naast elkaar in het zand heeft gezet, zodat zijn schouderbladen ruimte op zijn rug vrij maken. Even beweegt de doek. De ogen van de stier bewegen mee. Maar zijn lichaam blijft aan de grond genageld.

De verschillende fasen van het stieregevecht worden suertes genoemd en suerte betekent ook "geluk' of "toeval'. Dit is de suerte final of suerte supremo. Tijdens de beweging die gaat komen neemt de torero voor het laatst een risico en dat risico is maximaal. Hij moet zich over de horens van de stier heen buigen om een plek achter de derde, liefst zelfs achter de vijfde ruggewervel te bereiken waar hij zijn zwaard kan planten zonder dat het afketst op het bot. En tegelijkertijd moet hij naar links uitwijken om zichzelf in veiligheid te brengen. Een perfecte doodsteek kan hem roem en trofeeën brengen. Na een rommelige finale is alles wat eraan voorafging opeens niets meer waard. De man haalt diep adem en hij spant zijn rug aan om meer kracht te zetten. Zelfs als het publiek tot dusver rumoerig was, houdt het zijn adem in. Wie een zwakke maag heeft kan nu beter niet meer verder lezen.

Want de gedroomde, vloeiende beweging waarin man en stier elkaar raken en de stier vrijwel onmiddellijk ter aarde stort lukt vaker niet dan wel. Soms botst het zwaard op bot en dringt niet naar binnen of maakt het een wond van slechts een paar centimeter en glijdt daarna de huid weer uit. Dan moet alles opnieuw, soms wel twee of drie keer, terwijl het publiek steeds luider protesteert tegen de wanvertoning. Heel vaak is de steek wel goed maar niet dodelijk. Dan begint de stier te wankelen, rennen de helpers toe om hem duizelig te maken met gezwaai van hun capes en moet de torero zijn kop omlaag duwen voor hij met een ander zwaard, dat voorzien is van een dwarsbalkje, het ruggemerg doorhakt.

Maar ook die extra behandeling verloopt niet zonder complicaties. Heel veel dieren willen eenvoudig niet dood. Ik heb de afgelopen weken stieren zich verdwaasd zien omdraaien om met het zwaard in de ribben weg te lopen. Er was er één die naar de schutting wankelde en zijn kop ertegenaan duwde om zich te verbergen. Een ander begon aan een lange tocht langs het houtwerk en verfde met zijn bebloede flank de witte treeplank rood. Een derde viel voor dood neer maar vloog met zijn laatste krachten woedend weer overeind toen de torero het applaus van het publiek al in ontvangst stond te nemen en een van de helpers hem met een mesje van de laatste levensgeesten wilde beroven. Chamaco, de Nigel Kennedy van het stierenvechten, weigerde gisteren zoals de meeste van zijn collega's beteuterd te blijven toekijken toen een van de kittige kleine stieren van de markies van Domecq erg lang deed over zijn sterven; hij trok het beest aan zijn staart omver. En bijna iedere avond zijn er wel dieren die na het ontvangen van het zwaard hun poten spreiden, hun nek strekken en in lange golven bloed begin te kotsen. Op zo'n moment verdwijnt bij mij iedere gedachte aan ritueel of kunst en geeft het stierenvechten een eendimensionale oerlaag bloot. Die bestaat alleen maar uit pijn, dood en ellende.

Ook een stier die snel en op het oog schoon sterft, overlijdt aan inwendige bloedingen. Het is heel onwaarschijnlijk dat de zwaardpunt rechtstreeks de aorta raakt. Wanneer hij lang staat te kokhalzen noemen sommige mensen hem "dapper, omdat hij zijn eigen bloed opdrinkt' en ook dat vind ik onbegrijpelijk. Maar als de stier zich, hoe dan ook, dapper heeft geweerd krijgt hij applaus wanneer de muilezels hem de ring uitslepen. Vlak daarbuiten staan de slagers al klaar om hem van zijn hoeven te ontdoen, op te takelen, te villen en in stukken uiteen te nemen. Het kadaver wordt schoongespoten, de ingewanden drijven in kuipen. Bij het uitgaan van de arena ziet het publiek al vijf kadavers hangen en ruikt het de metaallucht van vers vlees.

Hoe hij er uitziet op het bord en hoe hij smaakt, de toro de lidia? Zeer donker, want zeer doorbloed, en stevig, eigenlijk wel lekker. Heel anders dan het kistkalf dat nooit bewogen heeft. Ik denk niet dat slagers moordenaars zijn en vleeseters kannibalen. Ik houd dus wel van het doodgaan van dieren, als het maar niet te uitgebreid gebeurt.