Opinie

    • Youp van ’t Hek

Fiets

“Durf je als Turk aan een Duitser nog een vuurtje te vragen?” mijmerde ik gisteravond in de Utrechtse schouwburg en voelde een schokje door de zaal gaan. Dat was ook de bedoeling. Een gek van zestien steekt in Solingen een huis aan, vrouwen en kinderen vinden de dood, de wereld huilt en ik heb deze week mijn dochter leren fietsen op het Amsterdamse Amstelveld.

Anna was bang en trots tegelijk, ik rende achter haar aan en dacht onderhand aan mijn eigen fietslessen. Ik ben de zevende van acht kinderen en dan leer je het gewoon spelenderwijs.

“Niet loslaten”, schreeuwde ik toen tegen mijn broer en Anna riep nu hetzelfde tegen mij.

Zij is nu bijna vijf en ik reken snel uit dat ik het dus geleerd moet hebben in '59 of '60.

Dreigde er toen ook zoveel?

Of maak ik me meer zorgen dan nodig?

Zie ik alles veel te zwart?

“Als ik kan fietsen krijg ik van mama een fietsslot, zodat ik de fiets mee naar school kan nemen”, vertrouwde ze mij vlak voor het slapen gaan toe.

“De fiets moet op slot anders wordt hij meegenomen door boeven”, fronste ze haar kleine wenkbrauwtjes en liet daar onmiddellijk op volgen:

“Hoe word je boeven?”

Ik vond het te ver gaan haar uit te leggen dat je dan last hebt van een cellentekort en dat je daar ook last van houdt.

Mijn hart scheurde een beetje bij het zien van de rouwplechtigheid bij het huis in Solingen. Het is toch een piepklein Kristallnachtje en een lichte huiver waaide door de spelonken van mijn ziel.

Europa brandt, er wordt etnisch gezuiverd, mensen vluchten huilend de bergen in of staan tevergeefs te kloppen aan de grens. Met eelt op ons netvlies kijken we naar het laatste journaal en slapen er niet één seconde slechter door. In Duitsland is er een partij die de holocaust ontkent, de Britse jeugd is dramatisch somber over de toekomst en wil het liefst massaal emigreren, Frankrijk rukt zichzelf naar rechts en ik bemerk alleen maar een hoge mate van onverschilligheid om me heen. Bij iedereen, inclusief mijzelf. Niemand gaat de straat op om te protesteren voor de zich herhalende geschiedenis. Voor het kampioenschap van Feyenoord krijg je wel honderdduizend mensen op de been.

“Hoe was je vakantie op Aruba?”

“Ik was naar Miami, lul!”

“Oh sorry.”

Zal ik mezelf maar dooddansen met een kilo XTC in mijn harses of zal ik mijn eigen lijf trakteren op een doe-het-zelf-piercingsetje en een paar gloeiende oorringen door mijn tepels jagen?

Dan vragen je vrienden na het weekend: “Ben je nog lang blijven hangen op de club?”

Als ik een beetje door house schuif ik lekker de WAO in voor de rest van mijn leven.

Buiten in de tuin hoor ik mijn dochter huilen. Ze krijgt haar fiets niet op slot. Het is te moeilijk. Als het haar eindelijk gelukt is laat ze het sleuteltje erin zitten en ik probeer haar uit te leggen dat dat niet echt verstandig is, maar volgens haar heb ik er niets van begrepen.

“Anders raak ik het kwijt en dan kan ik mijn fiets niet open krijgen.”

Het komt dus toch nog goed.

    • Youp van ’t Hek