De tuin als big business; Pelgrimage naar de Chelsea Flower Show

De Chelsea Flower Show is een soort combinatie van de Frankfurter Buchmesse en Santiago de Compostela. Net als de Buchmesse wordt Chelsea bezocht door ervaren professionals, maar zoals Santiago is het vooral een bedevaartsoord voor grote drommen pelgrims die zich aan de heilige pracht en praal komen vergapen, vermoeienis en ontberingen trotserend in boetedoening voor een zondig leven.

De Chelsea Flower Show is het grootste tuinevenement ter wereld: het aantal bezoekers wordt nu, nadat het in vroeger jaren uit de hand begon te lopen, beperkt tot 170.000 mensen, onder wie de koningin van Engeland; het organiseren ervan neemt 18 maanden in beslag (op dit moment zijn ze dus al een half jaar bezig met die van volgend jaar). Op de Chelsea Flower Show staat de grootste tent ter wereld: 3,5 acre (ca. 16000 m2). Niemand die goed bij zijn hoofd is zal zelfs maar overwegen er heen te gaan: de zaak wordt uitmuntend gecovered door de BBC en een blik op de verhitte menigten in die tent zou je voorgoed van tuinieren doen afzien. Neem een zitstok en sandwiches mee, adviseerde Nigel Colborn de dag voor de opening in de Sunday Telegraph, draag gemakkelijke schoenen en probeer niet alles te zien.

Van deze adviezen volgde ik alleen dat over de schoenen op. Maar hij had gelijk, het is onmogelijk om alles te zien. Hij had ook gelijk dat het "the gardening industry gone mad" is: nooit in mijn leven heb ik iets dergelijks gezien. Zoveel planten, zoveel tuinen, kassen, serres, gereedschap, banken, stoelen, parasols, vijvers, boeken, gadgets: de tuinindustrie is werkelijk een big business. En alles is perfect, de planten zijn onberispelijk - allemaal tegelijk bloeiend, of hun normale tijd nu januari is of augustus - kunstig gearrangeerd en stram in hun voordeligste houding. Als je die tent voor het eerst binnengaat is de ervaring eenvoudig verpletterend, het is de totale onwerkelijkheid.

Opgezweept door de geuren - een benevelend mengsel van vers gras en het parfum van een miljoen bloemen - stortte ik mij er in, met volstrekte veronachtzaming van de route die ik zorgvuldig van tevoren had uitgestippeld. Daar waren al de beroemde namen - Bloom's van Bressingham, Nottcuts, Hilliers, David Austin: het is iets als het zien van de originelen van schilderijen die je alleen kent uit boeken met reprodukties - maar dan of je alle originelen zag van alle schilderijen, en allemaal tegelijk. Gelukkig maar dat de planten niet te koop zijn (tenminste niet tot de laatste dag - toen ik al weer hoog en droog in Nederland terug was zag ik op de BBC aangrijpende beelden van de laatste bezoekers, langs het Embankment strompelend met hun buit, een soort Birnam wood in volle bloei); anders zou ik me zeker ook te buiten zijn gegaan.

Sommige bloemen, zoals latyrus en lupine, worden op een typische Flower Show-manier tentoongesteld: in vazen en trapsgewijs. Zo heeft de auricula een specifieke eigen opstelling, het auricula-theater, met veel zwart fluweel (in één geval niet te onderscheiden van een katafalk) en antieke potten. Maar de meeste planten worden "natuurlijk' tentoongesteld, alsof ze in een tuin stonden, met veel mos om de potten te maskeren. Een hoek van een stand leek precies op mijn eigen tuin; het bleek een demonstratie te zijn van wat je kunt doen met droge schaduw (alleen de bergenia, daarover verschil ik van mening - ik denk dat hun schaduw niet zo droog was als hij er uitzag).

Het ongetrainde oog (of in elk geval het mijne) heeft de jammerlijke neiging de lelijke dingen het eerst op te merken. Er was een weerzinwekkende uitstalling van Kaapse viooltjes, plus wat angstaanjagende begonia's en een betreurenswaardige nieuwe Nicotiana, genaamd Salmon Pink. Hetzelfde kan gezegd worden over een mauve latyrus, die zeer tot mijn verdriet "Sarah' bleek te heten. En Choisya ternata "Sundance' is bepaald geen aardige plant; waarom iemand felgele bladeren zou willen terwijl er mooie glanzende groene bestaan, is mij een raadsel.

Het waren eigenlijk de cottage garden stands, waarvan er zeer veel waren, die de mooiste planten hadden. Het zogenoemde cottage gardening is nog steeds zwaar in de mode, vaak met een scheutje Gertrude Jekyll ter wille van de horticulturele authenticiteit (een van de stands had zelfs een personificatie van haar ingehuurd, zij leek wat désoeuvrée met haar zware zwarte kledij, dikke bril en laarzen; je vraagt je af wat zij in werkelijkheid gedacht zou hebben van sommige op haar genspireerde moderne tuinen, mijlenver verwijderd van haar reusachtige en nauwkeurig gecoördineerde gemengde borders) en hier en daar een paar wilde bloemen. De massa's aquilegia's (Aquilegia "Nora Barlow', dubbel rood en crème moet wel de populairste zijn) en vingerhoedskruid waren overweldigend. Veel stands hadden een mooie porseleinblauwe Corydalis flexuosa, die mij veel genoegen deed, want ik heb er ook zo een in mijn tuin. Verder waren er exemplaren van een fraaie Verbascum genaamd "Helen Johnson' van een prachtige kleur, een soort verbleekt abrikoos. Ik voelde ook nogal voor Euphorbia dulcis "Chameleon'; vrij klein, met mooie bruine bladeren en roodachtige bloemen.

Ook voor medicinale kruiden schijnt veel belangstelling te zijn; deze gaan merkwaardig genoeg vaak vergezeld van waarschuwingen over hun mogelijke gevaren. De beschrijvingen van hun vermogens zijn altijd zeer indrukwekkend: Meadowsweet (Filipendula) bevat salicylzuur, Pennyroyal (polei) Mentha palegium is goed als insectenbestrijder (""Do not use in self-medication'') en Angelica (engelwortel): ""werkt als luchtverfrisser in de auto en voorkomt wagenziekte''. In mijn ogen - kruiden zijn niet bepaald de interessantste planten om naar te kijken - waren de etiketten het interessantst.

Aangezien het nog vroeg in het seizoen is, was er maar één stand met groente, zeer smakelijk uitgestald, met een roze aardappel genaamd "Romano' die er zelfs in de vroege ochtend uitzag of je hem rauw kon eten. Groente is een bekende ruimteverslinder, maar nu kan niemand meer zeggen dat zijn tuin te klein is voor fruitbomen: ook deze hindernis is nu opgelost met de Apple Step-Over M27 Spartan. Deze appelboompjes zijn ongeveer 50 cm hoog, je kunt er letterlijk overheenstappen (of vallen) en het ziet er uit als een lage heg. Je kunt de appels liggend plukken, maar uitschieten met de motormaaier kan je de oogst kosten.

Een van de mooiste stands was die van de Alpine Garden Society, bestaande uit een soort miniatuur boslandschap. Het bevat vele planten die in mijn boslandschap hara-kiri hebben gepleegd, zoals Cornus canadensis en de Trilliums. Alles was miniatuur, een piepkleine hosta genaamd "Hydon Sunset' waarvan de bladeren ongeveer 5 cm lang waren, een miniatuurlelie, Lilium nanum, en verkleinde akeleien en thalictrums.

De tuininrichtingen buiten de tent waren wat teleurstellend: of ze bevatten het absolute maximum aan ingenieurswerk - terrassen, trappen, platvormen, priëlen, vijvers, fonteinen, jacuzzi's, pergola's, sculpturen - en probeerden tegelijkertijd alles voor iedereen te zijn: de kleine tuin, de lage onderhoudstuin en de wilde bloementuin, of anders waren ze als tuin volstrekt onherkenbaar. Er was een stuk wild boslandschap, heel fraai, met een namaak rune en een beekje. ""Gunnera, irissen, rozen en trossen zantedeschia hebben hardnekkig jaren van verwaarlozing overleefd'', zo heet het in de catalogus; wie zou zijn eigen tuin zo willen beschrijven? Een andere "verwaarloosde' tuin (onderscheiden als "The Best Garden of the Show') was ""een bijna vergeten deel van een grote tuin die afdaalt tot aan de zee''; dit bestond letterlijk uit een stuk strand met veel wilde duinplanten. Misschien waren dat reacties op al die gereconstitueerde York stone split-level terrastuinen; maar ze hebben er tenminste één eigenschap mee gemeen, ze zijn ook laag in onderhoud.

Lopend langs Eastern Avenue, waar de tuin-gadgets zijn te vinden, was het of ik Gardeners' World binnenstapte. Daar lagen nu al die wonderdingen die je op de televisie ziet, een eigenaardig mengsel van de meest recente technologie en imitatie Victoriana. En imitatie Oudheid: je kunt zelfs gereconstitueerd-marmeren kopieën van delen van het Parthenon kopen (inderdaad, de Elgin marbles), en een Venus, een Meleager en een Pan uit het British Museum. Duur zijn ze wel (de 1 meter hoge Venus kost ¢8 1275 en een reliëf van het Parthenon ¢8 850), en ook wel wat zwaar, maar het museum verstuurt ze franco als luchtvracht.

Het bewijs dat ze daar mensen hebben die aan alles denken, werd geleverd door de List of Rabbit-proof Plants: van Acanthus tot Yucca, via chrysant, gipskruid, pioen en sedum zijn dit honderd planten die "reasonably rabbit proof" zijn. ""Konijnen kunnen ze uitgraven als ze pas geplant zijn, maar dat ze ze opeten is onwaarschijnlijk.'' De kopers van de lijst wordt verzocht om namen van konijnbestendige planten in te zenden teneinde aan de lijst te worden toegevoegd. Deze is verkrijgbaar voor 20 pence en wordt verspreid door Wells & Winter, Mereworth, Maidstone, Kent ME18 5NB, die ook handige rubber dopjes verkopen om bovenop staken te zetten, zodat je er niet je ogen aan spietst wanneer je je over een plant buigt om er aan te ruiken.

Als je dat bij mij over de rozen doet zie je voornamelijk insecten. Dat komt omdat ik onbekend was met het boekje van de Henry Doubleday Research Association, Gardening with beneficial insects for natural pest control. Ik had 's winters wat spek voor de mezen bij de rozen moeten hangen, want daarmee vestig je hun aandacht op de insecten die aan de voet van de planten overwinteren. Ik zou brandnetels en venkel hebben moeten planten, die tezamen meer dan 100 soorten luizenetende insecten aantrekken. Waarom mijn rozen dat zelf niet doen is mij overigens onduidelijk.

Deze Vereniging publiceert ook diverse boeken over organisch tuinieren, een catalogus van hulpmiddelen daarbij (waaronder een "wormery' en organisch slakkenpoeder, en het eetbare equivalent van de Plant Finder, genaamd The Veg Finder. Het bevat verwijzingen naar meer dan 3000 soorten groente; wie serieus genteresseerd is in sla (zoals die konijnen van daarstraks) kan kiezen tussen 186 verschillende soorten. Het adres is The Henry Doubleday Research Association, National Centre for Organic Gardening, Ryton-on-Dunsmore, Coventry CV8 3LG.

Zo draafde ik onafgebroken niezend door de Chelsea Flower Show: wat een verademing om met mijn laatste krachten de Low Allergen Garden van de National Asthma Campaign te bereiken. Dit was een geplaveide tuin, om de goede reden dat veel mensen allergisch zijn voor gras. Er was ook een vijver met een waterval (fonteinen zijn niet wenselijk, die projecteren de astma-veroorzakende schimmelsporen de lucht in) en vijverplanten, die geen allergieën veroorzaken. Helaas hadden ze geen lijst van alle planten in hun tuin (die niet lelijk was, geheel in de kleuren van de Campagne, blauw en geel). Waar de mensen het meest allergisch voor zijn is bomen waarvan het stuifmeel door de wind wordt verbreid (dus niet vruchtbomen) en alle gewone grassoorten. Als bodembedekker bevelen zij een mulch van grind aan (""veel andere mulches worden langzaam afgebroken door schimmels die op den duur astma kunnen veroorzaken'').

Dezelfde aanbeveling doet de Metropolitan Police, die ook een stand heeft op de tentoonstelling; deze is niet gewijd aan het vermijden van astma maar van inbrekers. De politie zou wensen dat we grind strooiden in plaats van gazons en terrassen aan te leggen, want dan kun je de boosdoeners horen aankomen. Dit herinnerde mij aan een huis dat wij hadden in Ierland, midden in de lege uitgestrektheid, ook omringd door grind. In het holst van de nacht, vooral wanneer je alleen in huis was, hoorde je langzame en nadrukkelijke stappen in dat grind: geef mij maar gras.

Breng een inbraakalarm aan in je schuur en op je dure loden tuinbeelden; hou je gereedschap binnen, zodat de inbrekers er niet je huis mee kunnen openbreken, en verschans je achter hagen van doornige planten: hulst ("spiked leaves'), gunnera ("abrasive foliage'), pyracantha ("thorny stem'), Rosa "Frau Dagmar Hastrup' ("very thorny stem'), Juniperus x media "Old Gold' ("prickly foliage'), Pinus mugo "Hughus' ("long sharp needles'). Na dat gedaan te hebben kan Doornroosje veilig gaan slapen in haar laag-onderhoud cottage-garden, om na 100 jaar gewekt te worden door de voetstappen van de prins in het grind.

    • Sarah Hart