DE MACHT IS HIER ZOEK

Een recente personeelsadvertentie in een landelijk dagblad luidde: "Dertig Haagse kinderen zoeken een aardige inspirerende Juf of Meester voor de onderbouw." Een paar pagina's verder riep de Haarlem Business School, in samenwerking met Kingston University, belangstellenden op voor een cursus die "The Network MBA" heet. Twee werelden in een land.

Nederland is de laatste tien jaar heftig gemoderniseerd. Geen masterplan was te veelomvattend, geen pak te double breasted. Kingston heeft nooit een universiteit gehad, tot de Engelse opleidingen van hoger beroeps-onderwijs zich een paar jaar geleden universiteit mochten noemen. Toen konden zij hun status gaan verhuren aan Nederlandse beroepsopleidingen. Wie wil er juf of meester worden als een Network MBA voor het grijpen ligt?

Vernieuwing is sinds de late jaren zestig een obsessie van veel Nederlanders en Nederlandse instellingen geworden. Van alles is onherkenbaar vernieuwd. Alsof een reuze prop door de leiding moest worden gespoeld. Het gaf een massaal gevoel van bevrijding. Of was Verandering de melodie van ambitieuze rattenvangers van Hamelen, die meer gaven om macht dan om wat zij veranderden?

Nu vijfentwintig jaar later kan de rekening langzamerhand worden opgemaakt. Conclusie een: de revolutie is nog aan de gang. De Amsterdamse historicus M.C. Brands zei daarover eind mei in Elsevier dat de correctie-beweging tegen de geimporteerde mei-revolutie van '68 - anders dan in andere landen - in Nederland nooit op gang is gekomen. Zijn verklaring: "Aardgas, meneer. De economische dwang bleef ons bespaard."

Maar het is de vraag of dat alles is. er is onder de oppervlakte te veel gebeurd. Vernieuwing is een doel op zichzelf geworden. Dat heeft bijna alle gebieden des levens aangeraakt. De politieke cultuur is totaal veranderd. Het onderwijs (van kleuter- tot doctorandusvorming), de verhoudingen binnen gezin, bedrijf en kantoor, het verplaatsingsgedrag, de manier van omgaan met natuur en architectuur, de dagelijkse toepassing van de wet, de landsverdediging, het gezag van de overheid, er is zo veel omgewoeld, met zulke verstrekkende gevolgen voor miljoenen Nederlanders, dat de beschikbaarheid van gratis geld bij lange na niet de enige verklaring kan zijn voor de massale ontvankelijkheid voor zo veel veranderdrift.

Dat is conclusie twee: er moet een vrij diepe en algemene behoefte hebben bestaan de teugels los te gooien. Tenzij het volk het wel best vond wat de rattenvangers allemaal floten. Het begon ermee dat universiteitsbestuurders als criminelen voor de massa werden geroepen. Daarna moesten de baas, de ouders, en de wet er aan geloven. Ik en anders werden de codewoorden. Wie in '68 tussen de twintig en dertig was, kocht spijkergoed en een bijbehorend waardepatroon.

Wie die tijd vol fundamentalistische verwachtingen niet had meegemaakt, groeide vaak op zonder al die aversie tegen gezag maar profiteerde tegelijkertijd van de vrijere verhoudingen die waren afgedwongen. Nederlanders van alle generaties hebben hun levens intussen vol overtuiging ter hand genomen, zonder raadpleging van kerk, oma of partij. Die revolutie is geleidelijker verlopen, maar niet minder ingrijpend dan het verzet tegen de bestuurs-traditie van voor '68.

Een kwart eeuw later, vertoont de erfenis weinig samenhang. Er zit op het eerste gezicht geen logica in wat ging en wat bleef. Waarom accepteert iedereen nog steeds vroom de centraal gedirigeerde loonmatiging en de winkelsluiting, terwijl bijna niemand meer terugschrikt voor rode stoplichten en zwart werk?

Het Nederlandse stelsel heeft de Nederlanders niet kunnen bijhouden. Wij zijn gewend geraakt aan de gedachte dat iedereen kan meepraten over alles. Waar het niet of nauwelijks werkt, wordt dat zelden vastgesteld. Hier geldt: liever uitzitten dan uitvechten. Correcties zijn dus te weinig aangebracht. Bovendien zijn we gehecht geraakt aan de gedachte dat we iedereen een warm hart toedragen, zij het via de kassa van de groep. Iedereen mag langskomen. Om het eerlijk te houden schreef de wetgever een telefoonboek vol regels en uitzonderingen. Daarmee is een mate van collectieve goedgelovigheid afgekondigd waar we in ons eigen leven niet in geloven.

De Overheid werd een droomfabriek die overuren maakte, zonder zich te bekommeren om trivialiteiten als Vraag en Aanbod. Wie doet er wat aan? De eisen die de wereld binnen en buiten Europa stelt zijn steeds verwarrender. Iedereen weet dat het zo niet kan doorgaan. Stoere plannen zijn sinds de WAO-zomer van '91 bespreekbaar, maar dat wil niet zeggen dat zij worden aangenomen en uitgevoerd. Tussen "nodig" en "sociaal aanvaardbaar" gaapt een kloof, die in de politiek alleen met woorden en mystiek kan worden gedicht. De enquete van Buurmeijer c.s. onthult even veel over de ondervraagden als over de ondervragers.

De paradox verlamt iedereen. De verzorgingsstaat wordt onbetaalbaar. Maar het gaat nog steeds te goed met Nederland om ingrijpende maatregelen te kunnen uitleggen. Onze democratie is niet in acuut gevaar. De tanks staan veilig te roesten van Wladiwostok tot 't Harde. En toch raakt het vanzelfsprekend vertrouwen in onze democratische rechtsorde zoek. Het lijkt of een gestage stroom - goed opgeleide en positief ingestelde - burgers zich schoorvoetend voegt in de rijen van die minder door een subtiel staatsbesef geplaagde landgenoten die allang hun schouders ophaalde over De Politiek.

Richtingloos vooruit. Dat is de opdracht van de landsbestuurder in de jaren '90. Wie het blijmoedig en zonder kleerscheuren een paar jaar volhoudt is een staatsman. Achteraf zal pas blijken wat goed en wat minder goed was. En vooral wat op tijd was, en wat niet. erkenning door de massa is sowieso een kwestie van toeval, dat biedt troost voor wie een minder gelukkige hand had.

Wat zou er aan de hand zijn? Is de aardigste democratie op aarde door dit alles teruggeworpen op zichzelf? Heeft zelfs onze mengvorm van menselijk socialisme en overlegkapitalisme geen antwoord op de beproevingen van een grenzenloze wereld met verscheurende verschillen in welvaart en kansen?

Dit is toch een van de prettigste en aardigste landen van de Westelijke wereld. De kroonprins der kroonprinsen. CDA-leider Brinkman heeft meegedeeld dat hij nergens anders wil leven. Al weet hij dat de WAO, de Bijstand en de Ziektewet uit de hand lopen, en worden VUT en AOW, waar jaren voor is gespaard, onbetaalbaar. En al moeten kandidaat- gedetineerden vechten voor een plaatsje in de gevangenis. Gelukkig boeken zij vaak voortijdig uit, waardoor minder nieuwkomers hoeven te worden teleurgesteld.

Zou dat het probleem zijn? Is de burger knorrig dat de overheid faalt als dienstencentrum? Het staat ook een beetje gek, een staat die zijn oudste en meest primaire taken niet meer aankan.

Het zijn verkeerde waarnemingen, zal de kenner van het openbaar bestuur zeggen. De overheid is allang niet meer die klassieke slaperdijk tegen gevaren van buitenaf. De moderne staat is actief en flexibel, zij geeft, zij neemt, zij bemoedigt, zij waarschuwt, zij corrigeert. De Sturende Staat, uw Partner en Pastor.

Wat is er dan te klagen? De burgers zeggen hier dat zij redelijk tevreden zijn. Waarom roepen onze leiders toch steeds op tot bezinning? Waarom dringen de Hirsch Ballinnen en de Ritzens, maar ook de Lubbersen en de Brinkmannen bij herhaling aan op meer verantwoordelijkheidsbesef? Waarom bepleiten zij een versteviging van de ethische greep op het leven, juist nu een aantal klassieke moraal-dossiers - vrijheid van onderwijs, abortus, euthanasie, gelijke rechten voor mannen, vrouwen, etnische en seksuele minderheden - met touwtjes en elastiek zijn dichtgebonden?

Nee, het reveil van de jaren '90 richt zich niet op Hoge Morele Waarden, maar op een curieus alledaags besef van goed en kwaad. Wij moeten meer begripsvolle burgers worden, die weten dat alle aardige dingen niet van de overheid maar van ons zelf komen. wij moeten weer zorgzaam voor elkaar worden, net als vroeger in Het Dorp. En de Leiding niet hinderen bij het uitvoeren van Grote Werken. De Rijkshoofdjurist zegt zelf dat onze rechtsbescherming is doorgeschoten.

Wij moeten ook niet te veel loon in de hand eisen, en niet in de WAO blijven hangen. We vullen ons belastingbiljet hopelijk eerlijk in en verrichten toch wel met liefde alle afdrachten waartoe onze gemachtigden in de Sociale Verzekerings Raad, de Ziekenfondsraad en al die andere semi-democratische spinnewebben ons hebben verplicht? Afgestempeld door de Tweede Kamer, en met geheven vinger doorgelaten in de Eerste Kamer.

Het is een fors pakket moralistisch aangekleden praktijkopdrachten. Bij nadere beschouwing vooral van belang voor de Leiding. Die heeft omvangrijke politieke eigenbelangen, en regelbelangen van de staat. Die overheid moet zoveel tegelijk waarmaken dat het zonder extreme bereidwilligheid van de onderdanen nooit lukt. Nederland is een beheersprobleem van de eerste orde, een sociaal pretpark dat op 330 volt draait.

De Leiding heeft het moeilijk. We moeten niet klagen en niet afdingen en zeker niet gaan zitten narekenen wat er met ons geld gebeurt. Als we dat wel doen, dan zitten we te calculeren! Rekenen is voor burgers ethisch beneden de maat geworden. terwijl de Overheid in al haar gedaanten steeds schaamtelozer zit te cijferen en bovendien allerlei nevenmotieven heeft als zij in onze portemonnee kijkt.

We worden via onze huishoudbeurs voortdurend toegesproken en opgevoed, op steeds meer terreinen en subterreinen. Het gaat allang niet meer om het verbieden van doodslag, het erkennen van eigendom, of het meebetalen aan de defensie. De instructies beslaan bijna ons hele leven. Van kinderopvang tot homeopathische geneesmiddelen, onze trouwe overheid heeft er een mening over.

Samenleven is voor de Bijstandswet een beladen begrip met een struikgewas aan financieel relevante definities geworden. Het maakt niet uit wie met wie de tanden poetst, het gaat er om wie met wie een economische eenheid vormt. De gisteren afgetreden staatssecretaris Ter Veld wist als geen ander de weg in de onuitvoerbare amendementen die zij als Kamerlid aangenomen kreeg.

We zijn collectief doorgedraaid. De bemoeistructuur is overal aanwezig en lijkt soms pijnlijk op het bureaucratisch spookhuis van wijlen de Sovjet Unie - vanzelfsprekend zonder de bijbehorende fysieke terreur. Iedere bejaarde moet voor wonen, leven en sterven langs steeds weer andere loketten. 960.000 gezinnen krijgen individuele huursubsidie. In ruil voor staatsbemoeienis. We zijn het zo gewend dat het bijna niemand opvalt. Alleen klopt de staatskas steeds minder: de burger heeft zich behendig mee-ontwikkeld met de liefdadigheid-op-rekening-van-de-groep.

De lopende parlementaire enquete maakt, ondanks de autobiografische gene van de commissie, duidelijk wat iedereen kon weten: dat het kabinet in dit land niet de enige regering is, dat organisaties van werkgevers en werknemers en andere adviserende gremia vergaand meebeslissen over het sociaal-economisch beleid in ruimste zin. Zelfs als dat betekent niet- beslissen. Door te blijven overleggen over de overleg-economie.

Dat kan omdat een ijzeren wet kin de discussie over de overleg-economie met verve wordt genegeerd: hoe invloedrijker de Overleggers zijn, hoe meer het parlement het nakijken heeft. Dat is een kwestie van niet- communicerende vaten, hoe voller de een, hoe leger de ander. Het is een hardnekkig misverstand dat Jan en Alleman in al die schaduwrijke vergaderlokalen kunnen meebeslissen zonder dat regering en parlement een deel van hun rechten en plichten kwijtraken.

Waarom is dat zo gegroeid, en waarom wordt het nog steeds geaccepteerd? Zelfs nu steeds vaker het vermoeden gewettigd lijkt dat dit verschijnsel tijdig en effectief bijsturen van de verhouding tussen staat en economie belemmert. PvdA- fractievoorzitter Woltgens is een van de weinigen die zegt dat hij het primaat van de politiek in ere wil herstellen. Maar zijn geestverwanten in regering en vakbeweging hebben geen aanstalten gemaakt deze oproep van de Tweede Man in daden om te zetten. De vertrouwde verhoudingen zijn kennelijk verslavend.

De wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog maakte dit denk- en organisatiemodel voor de hand liggend. Men moest de handen ineen slaan. Corporatistische idealen van voor de oorlog en nieuwe Doorbraak- sentimenten er na legden de basis voor een christelijk-sociale coalitie die Nederland nog steeds in een stevige houdgreep heeft. Liberalen zijn daarin hoogstens handlangers geweest, soms binnen, soms buiten de regering, maar nooit in staat of bereid meer dan lippendienst te bewijzen aan de kritiek op de Overlegeconomie die gaandeweg acuter werd. Het hele sociaal-economische leven werd en wordt beheerst door de zucht naar "overleg". Het harmonie-denken was een zegen toen de eerste ziektewet-regeling en het ouderdomspensioen moesten worden opgezet. Maar het werkte steeds verlammender naarmate de grenzen van de verzorgingsstaat in zicht kwamen. Door de harmonie-dwang konden zulke kartel-beschermende regelingen als de Vestigingswet lang na de uiterste houdbaarheidsdatum in de winkel blijven liggen. Maar er is beweging, de ervaringseisen in het hondentoiletteerbedrijf zijn nu toch tot drie jaar teruggebracht.

De christen-sociale coalitie, die Nederland in zo veel naoorlogse jaren heeft geregeerd, was uiteindelijk een samenwerking tussen emanciperende en gedeeltelijk geemancipeerde groepen die op bescherming waren aangewezen. Althans door hun leiders geacht werden daarvoor in aanmerking te komen. Bescherming en betutteling door de eigen voormannen, en namens hen door staatsorganen, was een onderdeel van het pakket.

Ondanks uiterlijke wijzigingen wordt het sociaal-economisch bestel in dit land nog steeds beheerst door dezelfde instincten en beheersmechanismen als in de eerste jaren na de oorlog. Vrijheid van de individu is in die ideologie nog steeds een hedonistisch en te wantrouwen streven. "De mens mag tot het egocentrische geneigd zijn, wij helpen hem er wel collectief van af."

Ook al zijn de oude zuilen hun sociologische, religieuze en praktisch- politieke betekenis goeddeels kwijt, machtspolitiek leven zij voort. Dat geldt in alle grote en kleine schakelkasten van de overleg-economie. En het is te zien bij de oude"stromingsgebonden" omroepen, die van de regering - na een beetje onderlinge aanpassing per tv-net - tienjarige zendmachtigingen krijgen en hun eigen plannen en geschillen in eigen beheer mogen regelen. De publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie als model voor de publieke omroep. Van uw geld bestellen zij spelletjes om wat resteert van hun boodschap ongemerkt door uw keel te gieten.

In sommige opzichten is Nederland ook een heel gewoon land: het is een betrekkelijk vooraanstaande economie waarin macht wordt uitgeoefend. Het verschil met vergelijkbare economieen is alleen dat het tot de nationale cultuur behoort te doen alsof niemand echt macht heeft, laat staan uitoefent. De macht is zoek. De suggestie als zou het volk de macht bezitten, berust goeddeels op misleidend jeugdsentiment van degenen die in de jaren '60 opgroeiden.

In werkelijkheid is de macht verdeeld over een paar scharnier- gezelschappen waarin steeds dezelfde mannen terugkomen. Dat zijn niet speciaal de rijksten, of de hoogst geplaatsten, maar degenen die werkzaam zijn in de besluitvormingsindustrie. Hun groepscode is: dienstbaar doen en beslissingen afschilderen als objectief, gedepolitiseerd, onvermijdelijk, gedicteerd door de omstandigheden. De schijn van macht dient vermeden te worden.

Daar schilt de macht van de beroepsoverleggers in: zij bepalen de agenda van onvermijdelijkheden. Om de vrede te verzekeren kunnen die onvermijdelijkheden nooit snel en direct worden doorgevoerd. Het aantal te raadplegen personen en instituten is steevast groot. Dat verzekert rugdekking en vernevelde verantwoordelijkheden.

Zo komt de Stroperige Staat aan haar trage tempo. Dat is niet een betreurenswaardig nevenverschijnsel van een overigens subtiel en effectief systeem. De stroperigheid is een essentieel middel om ongezien macht uit te oefenen. De procedures zijn bekend en slaapverwekkend. De sleur is vertrouwd en heeft een functie: aan het gezicht onttrekken en onafwendbaar maken van de reele machtsuitoefening.

Niemand durft zich te binden, of verantwoordelijkheid te nemen. Zelfs niet voor zijn eigen woorden. Daarin doen burgers niet onder voor De Leiding. Kijk maar naar het grootste stopwoord van de jaren '90: Van. Geen gesprek zonder Van. Geen uitspraak op de radio zonder Van. Vager kan het niet. Je denkt iets, en zegt het, maar niet heus. Daarom denk ik wel eens van: Niemand heeft het in Nederland gedaan. En bijna niemand weet wat er gebeurt.

    • Marc Chavannes