DAF al veel eerder "technisch failliet'

ROTTERDAM, 5 JUNI. Het drama rondom truckfabrikant DAF speelde achter de schermen veel eerder dan de buitenwacht wist. Het bankensyndicaat van DAF stond al in april vorig jaar op barsten. Sommige banken wilden toen de kredietverlening beëindigen. Externe deskundigen noemden het bedrijf op dat moment al “technisch failliet”.

Bij wijze van compromis besloten de financiers toen DAF nog enkele maanden te gunnen voor het sluiten van een strategische alliantie met Mercedes Benz. Zelfs toen eind november het Duitse concern definitief als redder afviel, luidden de banken nog niet alle alarmbellen. Zij gaven het Eindhovense bedrijf alsnog een kans sterk afgeslankt alleen voort te bestaan. Maar in januari van dit jaar bleek dat de truckfabrikant niet meer te redden was. De Britse banken kregen de schuld, maar “in feite wilde niemand nog meer geld in het bedrijf steken”, zegt een bankier terugblikkend op het debâcle. “Het geld spoot eruit, tachtig miljoen per week en er kwam geen stuiver meer binnen. We waren bang dat we binnen de kortste keren nog eens honderden miljoen aan liquiditeitssteun moesten verlenen.”

DAF kwam begin jaren negentig in ernstige problemen nadat de Britse markt dramatisch inzakte. Uit gesprekken met betrokkenen blijkt dat er ook andere oorzaken waren voor het debâcle: de overname van de Leyland-bestelwagenfabriek beschouwen betrokken topmanagers als een misser. Bij de financieringsmaatschappij DAF Finance was sprake van een fundamenteel verkeerde financieringsstructuur.

Het onderzoek van curatoren naar de oorzaak van het faillissement wijst onder meer in de richting van Spanje. Daar werd al in 1990 duidelijk dat op de activiteiten van DAF Finance grote verliesrisico's bestonden. In plaats van omvangrijke voorzieningen te treffen, zoals gebruikelijk bij te verwachten verliezen, gaf moederconcern DAF NV in die periode garanties af ter waarde van circa 140 miljoen gulden.

Daardoor werd de balans van DAF ontzien. Deze methode is ook in België en waarschijnlijk eveneens in Italië toegepast. DAF had eind '91 in totaal voor 777 miljoen gulden aan garanties verstrekt voor buitenlandse financieringsdochters. Als DAF in plaats van garanties in 1990 voor Spanje voorzieningen had getroffen, had dat geleid tot een groter verlies over dat jaar.

Vast staat dat in Spanje sprake is geweest van belangenverstrengeling. De directeur van de Spaanse verkoopmaatschappij van DAF was een tijdlang tevens directeur van de lokale financieringsdochter. Daarmee bestond het risico dat bij het verstrekken van financieringscontracten voor verkochte bedrijfsauto's niet de gebruikelijke, zorgvuldige criteria in acht werden genomen. Ook in een aantal andere landen bestond een dergelijke belangenverstrengeling. De DAF-top heeft altijd ontkend DAF Finance gebruikt te hebben om omzet te kopen.