Centrale effectenmarkt nadert einde; Afschaffing vloerplicht volgt bestaande praktijk

AMSTERDAM, 5 JUNI. Op de marmeren tegelvloer van de Amsterdamse effectenbeurs kwamen de afgelopen jaren steeds meer nissen leeg te staan. Officieel vermelden de beursreglementen echter dat banken en commissionairs (effectenhandelaren), net als de hoeklieden, hun mensen op de beursvloer moeten hebben. In de praktijk gebeurde dat echter steeds minder en waren alleen de hoeklieden - die voor handelaren orders uitvoeren en een prijs vaststellen - nog te vinden onder het grote koersenbord. De vroegere commissaris voor de notering Van Outersterp belde nog wel eens naar afwezige effectenhuizen met de mededeling dat ze mensen moesten sturen. Soms kwam er dan iemand, of niet - en dan moest de betrokken instelling in enkele gevallen een boete betalen.

Zo bleek duidelijk de sleet in de eeuwenlange traditie van "de centrale markt' in Amsterdam. Aan de allengs minder bezochte samenkomsten komt definitief een einde, nu de zogenoemde "vloerplicht' van de Amsterdamse effectenbeurs verdwijnt. Banken en commissionairs hoeven vanaf 1 januari 1994 niet langer meer fysiek aanwezig te zijn op de vloer van het beursgebouw aan Beursplein 5, terwijl de hoeklieden wellicht drie jaar later voorgoed verdwijnen.

De afschaffing van de vloerplicht volgt op de uittocht van de beursvloer die weer een gevolg is van de automatisering van de effectenhandel. De handelaren van de banken geven er de voorkeur aan vanachter de beeldschermen in hun dealingrooms te bellen met andere banken: op de vloer hadden ze alleen maar last van van het geroezemoes van de hoeklieden. Het was ook een bezuiniging: sommige banken hadden tien tot vijftien mensen op de vloer die heen en weer liepen met orderbonnetjes. Door invoering van het handelsondersteunend systeem (HOS) op de beurs konden de banken die mensen weghalen. Bovendien besparen de banken nu de jaarlijkse kosten van het huren van een nis: circa 12.000 gulden. Inclusief kosten voor telefoon en aansluiting bij het HOS loopt dat bedrag op tot 28.000 gulden.

Terwijl in de dealingroom van ABN Amro in Amsterdam Zuid-Oost honderden handelaren werken, heeft Nederlands grootste bank op de beurs slechts vijf handelaren. Ook de Rabo Bank heeft nog een paar handelaren, maar ING Bank laat zich helemaal niet meer zien op de beursvloer. ING-dochter Oudhof heeft, gezien haar geringe omvang, met drie, vier handelaren nog een stevige delegatie op de beursvloer. ABN Amro-dochter Mees Pierson daarentegen laat het met welgeteld één handelaar eigenlijk afweten.

Het definitieve einde van "de vloer' is een gevolg van de zwakkere positie van de Amsterdamse beurs. Steeds meer handel in Nederlandse effecten lekte de afgelopen jaren weg naar de Londense schermenbeurs Seaq en naar de onderlinge telefonische effectenhandel. Uit onderzoek dat McKinsey eind vorig jaar in opdracht van de beurs verrichtte bleek dat het marktaandeel van Amsterdam bij grote transacties van institutionele beleggers, zoals pensioenfondsen, was geslonken tot 33 procent. Amsterdam bleek zijn positie als centrale markt waar de koersen worden gedicteerd te hebben verloren.

De Amsterdamse beurs heeft kostendrukkende maatregelen genomen om op die ontwikkeling in te spelen, maar ondermijnde daarmee de positie van de beursvloer verder. Het beursbestuur maakte in februari dit jaar plannen bekend om de handel in de 25 tot 30 meest actieve aandelen te splitsen in twee systemen. Voor de grote wholesale orders van institutionele beleggers (pensioenfondsen, verzekeraars) gaat begin volgend jaar een aparte schermenbeurs van start, terwijl de kleinere (particuliere) retail orders via de hoekman op de beursvloer zullen lopen. Vooruitlopend op deze veranderingen begint de obligatiehandel deze maand met een handelssysteem dat de Londense methodiek kopieert.

Verder praten optiebeurs en effectenbeurs over een fusie, met als een van de belangrijkste punten het samenbrengen van beide beurzen in één gebouw. Door het vertrek van banken en commissionairs is er in het huidige beursgebouw volop ruimte voor effectenbeurs, optiebeurs en financiële termijnmarkt samen. Gunstige bijkomstigheid is daarbij dat het huurcontract voor het huidige gebouw van de Optiebeurs aan het Rokin eind dit jaar afloopt.

Een Commissie van Wijze Mannen buigt zich nu over de manier waarop de hoekmansbedrijven - financieel - moeten worden gecompenseerd voor verlies of zelfs stopzetten van hun activiteiten. Duidelijk is in ieder geval dat een fors aantal van de 200 werknemers bij de hoekmansbedrijven zal moeten verdwijnen.

Volgens hoeklieden is nog onduidelijk of de komende verandering van het handelssysteem succesvol zal zijn. Ze wijzen daarbij op de ervaringen van de Londense beurs, die in 1987 de traditionele beursvloer en de hoeklieden (specialists) in één keer afschafte. Dat leidde ertoe dat particuliere beleggers met hun kleinere orders nauwelijks meer op de elektronische schermenbeurs terecht konden. De Londense beurs overweegt nu toch weer een systeem van specialists voor die kleinere orders in te voeren.

Om te voorkomen dat de Amsterdamse hoeklieden over enkele jaren moeten terugkomen, krijgen zij nog drie jaar de gelegenheid een plaats te verwerven op wat een moderne en efficiënte beurs moet worden. Slagen zij daarin, dan kunnen ze toch nog een traditie bewaren die terugvoert tot 1602 - het jaar waarin handelaren in aandelen Vereenigde Oostindische Compagnie elkaar voor het eerst troffen in een centraal beursgebouw te Amsterdam.