BROADWAY BLUES

Een passie voor New York door Rudie Kagie 105 blz., SUA 1993, f 24,90 ISBN 90 6222 243 9

Het hart van de wereld door Nic Cohn 332 blz., Amber 1993, vert. Tilly Maters en Eugène Dabekaussen (The Heart of the World, 1992) f 34,90 ISBN 90 5093 200 2

Manhattan mag inmiddels het Torremolinos van de geletterde middenklasse worden genoemd. Een onafgebroken stroom reizigers uit de oude wereld kiest daarbij de richting van het ooit chique Chelsea Hotel om zich een lang weekend bohémien te voelen. ""In New York, daar kennen ze mij tenminste niet'', klinkt het dan, hoewel dat natuurlijk evenzeer geldt in Appelscha. Toch blijkt New York zoveel aandacht wel te kunnen verdragen. Er is, journalistiek gesproken, nog steeds genoeg te halen. Alleen: iedere nieuwe publikatie over New York dient alle vorige te overtreffen, en dat is geen geringe opgave.

Die wetenschap zal inmiddels ook Vrij Nederland-redacteur Rudie Kagie hebben, wiens stukken over Manhattan onlangs zijn gebundeld in het boekje Een passie voor New York. Hij zet dan ook hoog in: ''Als er een stad in de wereld is die zich met het woord "heftig' laat omschrijven, dan is het New York,'' luidt de eerste zin. Met dat verpletterende cliché treft hij direct al een onzuivere toonhoogte, hetgeen te betreuren valt van de ervaren journalist die met De Eerste Neger een paar jaar geleden toch zo'n leuk boek schreef. In dit nieuwe werk gaat het helaas glissando naar beneden: ""Het is een rotstad en een heksenketel'', mogen we lezen. Of: ''Kort nadat Peter Stuyvesant het eiland Manhattan in 1626 voor zestig gulden van de Indianen kocht, groeide New York uit tot de immigrantenstad die het nog steeds is.'' Bovendien: ''De hitte hangt als een klamme deken over de stad.'' En wat hebben ze er veel wolkenkrabbers!

briljant stylist toont Rudie Kagie zich in Een passie voor New York niet, kortom. De informatie die hij in zijn hoofdstukken opneemt, is doorgaans wel de moeite waard - al kun je daarvoor ook The Rough Guide van New York kopen, iets dat de auteur ongetwijfeld ook heeft gedaan. Bij lezing van Kagies boek proef je de hardwerkende reporter die zijn research serieus neemt, ogen en oren de kost geeft, maar al die beelden vervolgens niet scherp op papier krijgt. ""Elke nieuwe dag verschaft een nieuwe grabbelton aan indrukken, emoties en mogelijkheden...'' - het staat er echt.

ZELFBEHEERSING

Schrijven over New York kan anders. Zeker als de in Londen geboren Ierse journalist Nik Cohn achter de tikmachine kruipt. Stijl is voor hem geen probleem.

Zijn recente boek The Heart of the World, dat zojuist als Het hart van de wereld in Nederlandse vertaling verscheen, is een toonbeeld van stilistische zelfbeheersing. Cohn beschrijft nauwgezet de anderhalf jaar die hij in een groezelig hotel vlakbij Times Square in het hartje van New York doorbracht - en hoe hij vandaaruit Broadway als slagader van de stad binnenstebuiten keerde. Zelden zo'n bonte portrettengalerij van sukkelende schlemielen meegemaakt. Het is als een Kwartetspel van Het Volle Leven, dat in dit boek kaart voor kaart op tafel wordt gelegd.

Ontmoet Sasha Zim, de Russische taxichauffeur die in zijn vrije momenten soep eet bij Plum Blossom, in afwachting van een spannende shoot out tussen rivaliserende Chinese gangs. Of de sympathieke travestiet Lush Life, op zoek naar klanten wanneer anderen slapen. En de aan de drank geraakte effectenmakelaar Liquor Jack, geknakt door de crash op Zwarte Maandag, maar eigenlijk aan lager wal geraakt ""omdat hij competitie wel goed kon verdragen, maar geen yuppen guerrilla-oorlog''. Dan is er de boze Hell's Angel (""It's disfuckinggusting'') die zijn ergernis over het oprukken der galeries richting centrum niet wil verhullen. Maak kennis met Matty (""de grootste leugenaar en eerlijkste man in de Newyorkse politiek'') Troy - ooit runner up binnen de Democratische Partij, en nu gokverslaafde, wiens beste quote luidt: ""Ik stond eens een week lang op de voorpagina van de Daily News, omdat ik op de foto was gezet met George McGovern en Ted Kennedy. Niemand weet dat ik alleen maar heb gezegd: "Heren, de auto staat hier'.''

Zo maken deze moderne miserabelen Broadway tot wat het is, schrijft Cohn: niets minder dan het centrum van het universum. De geschiedenis van "The Great White Way', genoemd naar de helle straatverlichting (ook wel bekend als: "the Glittering Gulch', "the Fabulous Floodway' of "the Heavenly Hell'), maar ooit begonnen als indianenpad, monteert hij er losjes doorheen. The Heart of the World is dan ook een boek zoals dat nog niet over New York was geschreven.

INLEVINGSVERMOGEN

Cohn vestigde met dit werk definitief zijn faam. In deze krant verscheen reeds een interview met hem (CS 18-9-1992) en vorige week kwam de auteur aan het woord in The Observer, omdat hij zojuist de "Thomas Cook Travel Book Award' 1993 voor zijn boek heeft gewonnen. Zevenenveertig jaar oud - en voormalig popjournalist - vertelt Cohn: ""Niet ergens geweest zijn, belet mij nog niet het beschrijven ervan. Niet iemand gesproken hebben, zegt nog niet dat ik geen verslag van die ontmoeting kan doen.'' Hij heeft, kortom, de gave zijn inlevingsvermogen te laten versmelten met de werkelijkheid.

Wat bijvoorbeeld te denken van zijn in 1976 voor New York Magazine geschreven reportage "Tribel Rites Of The New Saturday Night'. Een dermate verrassend stuk over de opkomst van de disco-cultuur, dat producent Robert Stigwoood onmiddellijk besloot een film over het onderwerp in elkaar te draaien. Dat werd "Saturday Night Fever' met John Travolta in de hoofdrol. Cohn is er rijk van geworden - alleen: hij had het gehele artikel uit zijn duim gezogen. Het was hem niet gelukt de benodigde contacten te leggen met de opgeschoten trendsetters in dansclub Odyssey 2001 (""vervelende etters waren het eigenlijk: negentienjarigen blijven dezelfde, in ieder land, in iedere nieuwe generatie'') en daarom baseerde hij zijn personages op een reportage die hij tien jaar eerder in Londen had gemaakt.

Het viel niemand op.

Voor The Heart of the World was fictionaliseren helemaal niet nodig. De karakters waren zo al sterk genoeg. ""In het boek zijn twee namen veranderd, met het oog op de wet,'' memoreert Cohn in The Observer, ""Voor het overige is alles wat ik heb beschreven ongelooflijk, verbluffend echt.'' Dat is mooi, maar niet belangrijk - wie kan het iets schelen of Lucius, de schoenenpoetser van Wall Street werkelijk zei: ""Aha, de granaatappels zijn uitverkocht! Dat betekent dat de Dow Jones-index weer omhoog schiet.'' Se non è vero, è ben trovato.

Dat vond Rudie Kagie evenzeer, want in zijn bundel Een passie voor New York verhaalt hij van een ontmoeting met Nik Cohn. En meteen is het verschil in trefzekerheid pijnlijk duidelijk: ""Uit de putdeksels in het oneffen wegdek waaien rookpluimen over de hoofden van de mensenmassa.'' De lezer moet en zal weten dat we in de "urban jungle' zijn.

Tijdens het rendez-vous bespreken beide journalisten hoe New York in de negentiende eeuw nog een hele puriteinse stad was, totdat de showman Phineas T. Barnum in 1850 besloot er een soort pretpark van te maken. Direct daarop openden theaters, cafés en restaurants hun deuren op Broadway, waarmee de met zijn 35 kilometer langste straat van New York zijn magneetfunctie verkreeg. Met Times Square als zondig epicentrum.

TONY CURTIS

Dat beeld prikkelt ieders fantasie. Ook van Sasha, de Russische taxichauffeur. In zijn woonplaats Novokuz had hij veertien maal de film "Sweet Smell of Succes' gezien, met Tony Curtis in de hoofdrol. De Russische vertaling luidde: "De Dode Zielen van Broadway'. Daar moest hij dus naar toe, concludeerde Sasha. De realiteit viel tegen. Maar de liefde voor Broadway, die is gebleven. ""Broadway,'' zegt hij, terwijl hij een slurp van zijn kippesoep neemt, ""is de moeder van alle Broadways over de gehele wereld, de moeder van de lichten op Piccadilly Circus en van Place Pigalle en Teatralny Ploschtchad. De Great White Way is de grootste witte weg.''

Nic Cohn kan zoveel stelligheid alleen maar beamen. Broadway is voor hem de uiterste consequentie van het sprookje over de jongen die het ouderlijk huis verlaat om in de grote stad te gaan wonen. Het was uiteindelijk een vriend die suggereerde voor een beoogd reisboek niet op wereldreis te gaan, maar het juist te zoeken in de microkosmos van Broadway - waarna Cohn aan het lopen ging.

Zijn constatering dat bij het klimmen van de straatnummers de materiële welvaart evenredig toenam, deed hem in zijn werkkamer besluiten alleen het zuidelijk deel, tot aan de 37ste straat, in zijn boek op te nemen. Daarboven werden de personages steeds alledaagser. Zo schreef Cohn zijn prachtig ingehouden Broadway Blues. Geen van zijn 371 bladzijden is overbodig. En dat kan niet van alle boeken over New York worden gezegd.

    • Rob van Scheers