Amerikaanse Arabieren heten geen Jack meer

De tijd dat Arabische immigranten in de Verenigde Staten zich zo snel mogelijk assimileerden is voorbij. Nieuwkomers hechten er juist aan hun eigen cultuur te behouden.

DEARBORN, 5 JUNI. Charlie en Don, twee gespierde vijftigers en Amerikaanse brandweermannen van Libanese afkomst, zitten tegenover elkaar aan de koffie en bespreken hoe streng de Arabische immigranten in Dearborn, de stad van Henry Ford, zijn geworden. Toen zij als kinderen van Libanese islamitische ouders in deze aan Detroit grenzende autostad met grote aantallen Arabisch-Amerikanen opgroeiden, hadden zij maar één wens: zo snel mogelijk Amerikaan worden. Onder de nieuwe generatie Libanese immigranten is die drang tot assimilatie minder sterk, want de drug- en schietcultuur in sociaal ontwrichte arme wijken biedt weinig dat tot assimileren noodt.

Charlie vindt het wel goed dat immigranten een deel van hun eigen cultuur mogen behouden. “Nu is het goed om Khalil te heten”, zegt Charlie. “Toen was het Charlie, Jim en Jack.” Maar in veel opzichten gaat het hem te ver. In zijn oude moskee voelt Charlie zich niet meer thuis. “Mijn vader heeft aan die moskee gebouwd. Nu heb ik er niets meer te vertellen. Ze hebben alle regels veranderd. Vrouwen moeten gesluierd gaan. Ze dringen hun levensstijl gewoon op”, zegt hij. “Iemand zei tegen me dat ik er niet hoorde, omdat ik met een christelijke vrouw was getrouwd. Toen zei ik dààg met het handje en ben ik nooit meer teruggekomen.”

De islam groeit niet alleen in Dearborn maar overal in Amerika. Volgens schattingen zijn er al drie tot vier miljoen moslims. In tegenstelling tot Nederland heeft de islam grote aanhang onder de Amerikaanse middenklasse. Er zijn Arabisch-Amerikaanse zakenlieden, dokters, advokaten en brandweermannen.

Als het grootste Arabische centrum van Amerika dient Dearborn als een soort gewenningsoord voor Arabische nieuwkomers. De Arabische immigranten vinden er een eigen infrastructuur, die door hun voorgangers is opgebouwd. Het is niet alleen te zien aan de talloze Libanese of Palestijnse gourmet-restaurants en winkels met honinggebak maar ook aan het snel groeiende aantal islamitische scholen en moskeeën en een zelf gebouwd sociaal opvangcentrum, Access. Er zijn tot in Washington toe antidiscriminatie-groepen, die begin dit jaar voorkwamen dat alle Amerikanen van Arabische afkomst werden geassocieerd met het bombardement in het World Trade Center, al zijn ze op het gebied van buitenlandse politiek te verdeeld om de effectiviteit van de Israel-lobby te bereiken. Er is zelfs een Arabisch-Amerikaanse Kamer van Koophandel.

Maar de Arabisch-Amerikanen van de tweede en derde generatie komen in botsing met de nieuwe immigranten, die meestal van het platteland komen en de islam ook als afscherming zien tegen de negatieve kanten van de hedendaagse Amerikaanse cultuur. Dit heeft zich in vroeger wanordelijke tijden ook bij andere religieuze groepen voorgedaan.

In de eerdere generaties Arabische immigranten overheersten de christelijke Syriërs, Iraakse Chaldeeërs en Libanezen, nu komen er hoofdzakelijk moslims uit Zuid-Libanon, de Westelijke Jordaanoever en Jemen. In Dearborn en omgeving wonen tegen de 300.000 Amerikanen van Arabische afkomst. Ook voor moslims was assimilatie gedurende de afgelopen tientallen jaren de aangewezen weg. Maar de nieuwkomers in Dearborn houden vast aan hun oude cultuur. Het multi-culturalisme, dat zo ontstaat, is niet gericht tegen de Amerikaanse hoofdstroom maar tegen een vervallen, stedelijk niemandsland.

In de tijd dat Charlie en Don opgroeiden, waren Dearborn en Detroit een benijdenswaardig wereldcentrum. Industrie-arbeiders gleden in lange, brede Chevrolets naar hun fabriek. De Arabische immigranten konden meteen in de reusachtige, lokale Rouge Ford-fabriek werken, die toen 90.000 mensen in dienst had. Nu zijn er nog maar 8.000 auto-arbeiders en ongeschoold werk is schaars. Eén op de twee immigranten in Dearborn is werkloos. En de Amerikaanse, puriteinse strengheid, die Charlie en Don kenden uit hun jeugd, is verdwenen. “Ik kan me nog herinneren dat er in de jaren vijftig een televisiekomiek werd ontslagen, omdat hij het woord "watercloset' had gebruikt. Nu discussiëren ze op de televisie over de vraag of vrouwen, dan wel mannen condooms moeten aandoen”, zegt Don. Als het daar bij bleef, was er weinig aan de hand. Maar ook Dearborn wordt geplaagd door aids, bendes, schietpartijen tussen twaalfjarigen, zwangere veertienjarigen, drugsverslaving en gebroken gezinnen.

Uit angst dat hun dochters ontsporen laten veel Arabische ouders in Dearborn hen op vijfjarige leeftijd al sluiers dragen, wat in hun geboorteland ongebruikelijk is. Maar hier zijn de strakke leefregels een front tegen de verloedering. Geconfronteerd met de gevolgen van de vele echtscheidingen in de omgeving vertrouwen gemmigreerde ouders het Westerse huwelijk uit liefde niet. Arabische vrouwen, die door hun man zijn verlaten, keren met hun kinderen vaak weer terug in de boezem van de familie. Hun dochters gaan terug naar Zuid-Libanon om daar te trouwen en om hun man mee naar Amerika te nemen, zoals dat twee generaties eerder gebeurde. De op de middelbare scholen gebruikelijke dates, ofwel afspraakjes, zijn verboden. “We willen niet dat onze kinderen ten onder gaan”, zegt Charles Alwan, een shi'iet van de tweede generatie. Onder shi'ieten in Dearborn spelen Iran en de overleden imam Khomeiny een grotere rol dan onder shi'ieten in Los Angeles, niet zozeer in buitenlandse politiek als wel moreel. “De opleving van de islam gaat samen met het morele verval in de Westerse samenleving”, zegt Kay Siblani van de Arab American News.

Ook zwarte Amerikanen hebben de islam ontdekt als effectieve tegencultuur tegen het verval in hun arme wijken. De islam mist de belastende schuld van de erfzonde en maakt daarom trots. Eenderde van de moslims is afro-Amerikaans. De zwarte moslims voeren in hun wijken een ware Kulturkampf, die soms lijkt op die van Amerikaanse christelijke fundamentalisten. Ze maken zich zorgen over de distributie van condooms op school, drugs of abortus door tieners zonder goedkeuring van de ouders. Samen met Arabische moslims, strenge christenen en orthodoxe joden kwam de zwarte Imam Abdul El Amin in opstand tegen de vrije verkoop van drugparafernalia in winkels. Hij demonstreerde voor een lokaal televisiestation tegen bepaalde programma's en tegen pornografie. “We brachten de immoraliteit in de samenleving aan het licht”, zegt El Amin.

Veel Afrikaanse slaven waren moslim, toen ze naar Amerika kwamen maar eenmaal op de plantage of in het landhuis moesten ze afstand doen van hun cultuur en godsdienst. Er is altijd een klein groepje Amerikaanse moslims overgebleven. Maar de zwarte Elijah Mohammed zorgde omstreeks de jaren dertig voor een wederopleving van de islam in Amerika en hij verzon er zelf racistische elementen bij. Na zijn dood viel de beweging uit elkaar. Louis Farrakhan nam de radicale vleugel over en Elijah's zoon, Warith, keerde terug naar de niet-racistische sunnitische islam. Farrakhan, een begenadigd spreker die antisemitische uitspraken niet schuwt, heeft eigen stormtroepers in donkere maatpakken, die drugswijken schoonvegen. El Amin behoort tot de grotere gematigde vleugel van Warith, onder wie een aparte, Amerikaanse islam ontstaat. De gelovigen in Amins moskee dansen op muziek, zoals in een zwarte kerk. In tegenstelling tot de shi'iet Alwan, vindt El Amin in tegenstelling tot Amerikaanse shi'ieten dat Salman Rushdie het recht heeft om een boek te schrijven zoals hij dat wenst.

Speciaal in arme wijken bieden de leefregels van islam houvast. Alcohol en drugs zijn verboden evenals bezoek aan de als onrein beschouwde Mc Donalds, Burger King of Kentucky Fried Chicken, waar veel armen uit gemakzucht dagelijks eten en door vitaminegebrek ondervoed raken. Het aantal moslims in publieke scholen is nu zo groot geworden dat er in Dearborn geen varkensvlees meer wordt verwerkt in de schoollunches. Zowel zwarte als Arabisch-Amerikaanse moslims richten nu een netwerk van eigen scholen op, naar analogie van het succesvolle, relatief goedkope katholieke schoolcircuit, waar geen wapendetectoren nodig zijn en waar hogere cijfers worden gehaald dan op publieke scholen.

Ondanks de werkloosheid in Dearborn is het percentage werkende Arabisch-Amerikanen over het algemeen hoger dan het gemiddelde. Wie in Dearborn het diploma Amerikaanse samenleving heeft gehaald, wil zijn maatschappelijk succes vieren in de meer heterogene en uitgestrekte voorsteden. Daar onderscheiden moslims zich steeds minder van andere Amerikanen. Dearborn blijft alleen dienen als cultureel centrum.