Aftocht van Ter Veld was onvermijdelijk

Toen haar duidelijk werd dat de PvdA-fractie haar politieke doodvonnis had geveld, wilde ze het lijden niet verlengen. Staatssecretaris Elske ter Veld nam zelf het initiatief en stapte op. Hoe politieke val en persoonlijk drama samengingen.

DEN HAAG, 5 JUNI. De ministers van het kabinet Lubbers-Kok zitten op vrijdagochtend in de Trêveszaal voor hun reguliere kabinetsberaad als staatssecretaris Elske ter Veld onverwachts het woord vraagt. De vergadering, die weinig opwindends in petto leek te hebben, krijgt ineens een verrassende wending. Ter Veld heeft een persoonlijke mededeling: kort tevoren heeft ze bij haar minister, De Vries, haar ontslag ingediend.

Premier Lubbers kijkt om zich heen en vraagt of iemand over deze mededeling het woord wenst te voeren. Vele blikken gaan in de richting van PvdA-leider en vice-premier Kok. Deze blijft zwijgend voor zich uitkijken. Het wordt stil in de ministerraad, op wat verontwaardigd gefluister van minister Maij-Weggen (CDA) na. Lubbers besluit de vergadering even te schorsen. Zijn derde kabinet is de staatssecretaris van sociale zaken kwijt. Ter Veld begeeft zich richting perscentrum Nieuwspoort om ook de rest van Nederland van haar vertrek op de hoogte te stellen.

Om kwart over twaalf betreedt Ter Veld het zaaltje van Nieuwspoort, in gezelschap van minister De Vries. Ze komt met opgeheven hoofd binnen en treedt de wachtende pers manmoedig tegemoet. Maar de glimlach op haar gezicht is verkrampt. Minister De Vries kijkt, als altijd, somber en tuurt stocijns voor zich uit. Ondanks haar ogenschijnlijke zelfvertrouwen is aan Ter Velds stem te horen dat haar politieke ondergang haar zwaar heeft aangegrepen. Zij legt uit dat een staatssecretaris die niet meer op de steun van haar geestverwanten in de Tweede Kamer kan rekenen, maar één ding kan doen: opstappen.

Terwijl ze haar uitleg herhaalt voor diverse radio- en televisie- microfoons komt PvdA-Kamerlid en strijdmakker uit het verleden Jeltje van Nieuwenhoven binnen - een van de weinigen in de partij die tekenen van medeleven tonen. Dan breekt de façade van Ter Veld. Ze barst in tranen uit en zoekt troost bij Van Nieuwenhoven. Achter de val van de PvdA-politica schuilt een persoonlijk drama.

Een vraaggesprek in deze krant, vorige week zaterdag, was de druppel die de emmer deed overlopen. Daarin beklaagde Ter Veld zich over de slechte relatiedie er al geruime tijd bestond tussen haar en de Tweede-Kamerfractie van de PvdA. De partijtop vreest na die publikatie dat het slecht met Ter Veld zal aflopen. In het fractiebestuur groeit de weerstand tegen haar. Dat de staatssecretaris nu toch openlijk blijk geeft van haar ongenoegen wordt gezien als woordbreuk nadat een wapenstilstand was afgesproken waarin beide partijen zouden zwijgen. De minderheid in het fractiebestuur - drie van de zeven leden - die al eerder tevergeefs op het aftreden van de staatssecretaris had aangedrongen, slaat om in een meerderheid. Het fractiebestuur voelt zich gebruuskeerd door uitlatingen van Ter Veld over bijvoorbeeld de WAO-maatregelen, waarover ze in het interview suggereert dat die mogelijk niet hard genoeg zouden blijken te zijn.

Ter Veld voelt aan dat de temperatuur oploopt. Dinsdag na Pinksteren heeft ze een kort gesprek met premier Lubbers en vraagt hem of zij volgens hem onder de gegeven omstandigheden nog kan aanblijven. Lubbers schetst de situatie als “zorgelijk”, maar stelt vast dat haar beleid niet ter discussie staat. Het is een zaak tussen Ter Veld en de PvdA-fractie, concludeert hij. Hij vindt dat zolang de fractie niet heeft aangegeven dat Ter Veld moet opstappen, zij daartoe ook geen initiatief moet nemen.

Die avond spreekt Ter Veld met PvdA-fractieleider Thijs Wöltgens. Hij maakt haar duidelijk dat het ongenoegen binnen het fractiebestuur in korte tijd is geëscaleerd en vraagt zich hardop af of de staatssecretaris onder deze omstandigheden nog wel in staat is haar werk te doen. Naar buiten toe laat Wöltgens noch Ter Veld iets blijken van de opgelopen spanning. Ze doen alsof de kou uit de lucht is en wederzijds beterschap is beloofd.

Maar Ter Veld dringt intussen aan op een gesprek met het voltallige fractiebestuur, in aanwezigheid van partijleider en vice-premier Kok. Dat gesprek volgt donderdagavond. Dan wordt op pijnlijke manier duidelijk dat zij van de fractieleiding op geen enkele steun hoeft te rekenen. Fractieleider Wöltgens concludeert, na alle bezwaren te hebben aangehoord, dat de kloof onoverbrugbaar is geworden en de vertrouwensbreuk een feit is. Wöltgens heeft Ter Veld politiek opgegeven.

De staatssecretaris wendt zich tot haar partijleider, die haar altijd had gesteund en kort geleden nog afwijzend had gereageerd toen de fractie aandrong op haar vertrek. Maar ze vangt dit keer bot bij Kok. De partijleider is tot de conclusie gekomen dat haar positie dramatisch is verzwakt. Hij adviseert Ter Veld daaruit de consequenties te trekken. “Als er tegen mij zoveel bezwaren waren geuit, had ik mijn koffers al gepakt”, zegt Kok. Maar de afspraak wordt gemaakt dat de staatssecretaris er nog een nacht over zal slapen. De PvdA-top heeft dan nog de hoop dat het vertrek van de bewindsvrouw over het weekeinde kan worden heengetild, om publicitair de regie te kunnen behouden en na te denken over een opvolger.

Vrijdag blijkt de ochtend niet wijzer te zijn dan de avond tevoren. Ter Veld besluit nog dezelfde dag af te treden en wil dat vertrek ook zelf kenbaar maken. Aan haar minister, aan het kabinet, aan de koningin en aan de buitenwereld. Ze overvalt daarmee Kok, Wöltgens en de jarige partijvoorzitter Rottenberg. De partijtop is ineens de regie kwijt, de gebeurtenissen krijgen hun eigen dynamiek.

Een kabinetsdelegatie - Lubbers, Kok, De Vries, Dales, Van Amelsvoort - heeft die ochtend voor de aanvang van de ministerraad een afspraak met een delegatie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten onder leiding van hoofddirecteur Klaas de Vries, onder meer om te praten over de bijstandsmaatregelen en het Jeugdwerkgarantieplan. Kok gaat er nog vanuit dat ook Ter Veld bij dat gesprek aanwezig zal zijn.

Dat blijkt een naëve veronderstelling. Ter Veld arriveert weliswaar op de afgesproken plaats - een zaaltje van de Rijksvoorlichtingsdienst op het Binnenhof - maar ze voelt er als vertrekkend staatssecretaris niets voor een gesprek te houden over maatregelen die ze toch niet meer mag uitvoeren. Ter Veld betreedt het zaaltje, hartelijk welkom geheten door een dan nog niets vermoedende premier Lubbers, maar het blijkt te gaan om een verzoek de vergadering even te schorsen. Zij wil afzonderlijk overleg voeren met haar partijleider om hem op de hoogte te brengen van haar besluit: ze treedt af. Kok ergert zich zichtbaar. Het wordt hem duidelijk dat hij de gebeurtenissen niet meer in eigen hand zal kunnen houden. Het kabinet zal 's middags nog wel praten over de bijstandsvoorstellen, op het moment dat Ter Veld al is afgetreden.

Onvermijdelijk ontstaat het beeld van een door interne twisten verscheurde PvdA. Opnieuw worden er vraagtekens gezet bij Koks leiderschap. Maar ook de positie van fractieleider Wöltgens is in het geding. Hij is immers de trait d'union tussen de PvdA-fractie en het kabinet en juist op het gebied van de communicatie blijkt het andermaal volledig mis te zijn gegaan.

Wöltgens is die ochtend voor een werkbezoek in Zeeland. Net nadat hij de kerncentrale in Borssele heeft bezichtigd, wordt hij op de hoogte gesteld van Ter Velds besluit. De fractieleider vertrekt niet naar Den Haag, maar gaat voor een afgesproken spreekbeurt naar Middelburg. Partijvoorzitter FelixRottenberg, die deze dag eigenlijk voor de viering van zijn 36ste verjaardag had gereserveerd, gaat wel hals over kop naar het partijbureau op de Nicolaas Witsenkade in Amsterdam. Voor de "regisseur' van de partij valt er weinig te regisseren. Eerder die week had hij vastgesteld dat het vertrek van Ter Veld onvermijdelijk was. Waar staatssecretarissen als Simons (volksgezondheid) en Wallage (onderwijs) bij majeure politieke operaties nog wel een draagvlak binnen de partij weten te verwerven, is dat bij Ter Veld niet meer het geval.

De partijleiding verkoopt het aftreden van Ter Veld als een “chirurgische ingreep”, zoals het in PvdA-kring wordt genoemd, nodig geworden omdat de werkverhouding tussen de fractie en de staatsecretaris onherstelbaar was beschadigd. Maar in werkelijkheid is haar beleid het struikelblok. De WAO, de bijstand voor jongeren, de uitkeringen voor weduwen: het zijn harde ingrepen voor de PvdA-aanhang waardoor Ter Veld uiteindelijk de personificatie van impopulaire maatregelen werd. Een veel gehoorde klacht was dat de koppige Ter Veld niet deed wat de fractie wilde. De "communicatiestoornis' moet de verdeeldheid maskeren die er eigenlijk over het beleid bestaat. De fractie heeft zich tot het einde toe verzet tegen het oorspronkelijke WAO-besluit van het kabinet en heeft nog steeds niet ingestemd met de recente maatregelen om de bijstand voor jongeren te beperken.

De PvdA-top hoopt na de "putch' tegen Ter Veld een nieuw begin te kunnen maken. De partijleiding wilde van Ter Veld af omdat zij niet met een "bungelende' staatssecretaris het belangrijke verkiezingsjaar wilde ingaan. Maar voor de opvolger van Ter Veld is het probleem niet wezenlijk anders. Hem of haar wacht een karrevracht aan dossiers, zoals het loodsen van de WAO door de Eerste Kamer en andere, bij de PvdA-achterban impopulaire voorstellen. Met het vertrek van Ter Veld is het basisprobleem voor de PvdA niet verdwenen: het ontbreekt de partij aan een gemeenschappelijk idee hoe het verder moet met de sociale zekerheid.