Zegwaard hoeft geen sanering te betalen

DEN HAAG, 4 JUNI. De Delftse afvaltransporteur W. Zegwaard hoeft geen 2,3 miljoen gulden te betalen aan de Staat der Nederlanden voor de sanering van stortplaatsen in Delft en Delfgauw. Dit vonnis heeft de rechtbank in Den Haag gisteren gewezen in de civiele procedure die de Staat had aangespannen tegen Zegwaard.

De landsadvocaat had namens het ministerie van VROM de rechtbank gevraagd Zegwaard te veroordelen tot betaling van 2,3 miljoen gulden schadevergoeding wegens het illegaal storten van met huisvuil vermengd chemisch afval op beide stortplaatsen. De Staat begon deze schadevergoedingsprocedure in 1989 onder het motto: de vervuiler betaalt. De claim was gegrond op de Interimwet Bodemsanering.

In het vonnis wijst de rechtbank de schadeclaim af. Volgens de rechtbank heeft de Staat niet hard kunnen maken dat de stortplaatsen verontreinigd zijn en is er geen sprake van gevaar voor de volksgezondheid.

“Na vier jaar procederen beschouw ik dit vonnis als een begin van eerherstel. Ik ben nu van de Staat af, maar de Staat nog niet van mij. Ik zal nu op mijn beurt de schade die ik geleden heb op de verantwoordelijken gaan verhalen,” zei W. Zegwaard in een reactie op het vonnis. Of de Staat in beroep gaat tegen het Haagse vonnis wordt volgende week beslist, aldus een woordvoerder van het ministerie van VROM.

In mei van dit jaar werd Zegwaard nog wel door het gerechtshof veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf wegens poging tot oplichting van de provincie Zuid-Holland. Door een valse voorstelling van zaken probeerden de Zegwaard-bedrijven ontheffingen te krijgen van de Verordening Bedrijfsafvalstoffen. Op andere punten, zoals het leiding geven aan een criminele organisatie die het oogmerk had chemisch afval te mengen met huishoudelijk afval, werd Zegwaard toen vrijgesproken.