Wij willen groot zijn in ons morele gelijk; Scenarist Jean van de Velde over Oeroeg en het koloniaal verleden

“Voor mij lag het accent in Oeroeg op het volwassen worden - van de jongens en van Indonesië. Wie groot wordt, is gedwongen keuzes te doen en dat betekent dat je brokken maakt.” Scenarist Jean van de Velde, zelf opgegroeid in Belgisch Kongo, bewerkte Hella Haasses beroemde novelle over Nederlands-Indië voor de film. “Wie veertig jaar na dato een politieke film maakt, heeft altijd gelijk en dat kan onbedoeld leiden tot bedrog.”

Hans Hylkema's verfilming van Oeroeg (scenario Jean van de Velde) gaat op 10 juni in première.

"Aan meesterwerken mag je veel veranderen, maar niet de verpakking, i.c. de titel' schreef Jean van de Velde op 3 mei 1988 in een brief aan filmmaker Hans Hylkema. Hij reageerde op diens filmscenario "De ogen van Oeroeg' naar Hella Haasses beroemde novelle. Toen het project opnieuw was afgewezen door het Produktiefonds, hadden Hylkema en zijn producent besloten Van de Velde om advies te vragen. Van de Velde ontwikkelde zich de afgelopen jaren doelbewust tot een professioneel filmscenarist. “Al jaren wordt er geklaagd over een crisis in de Nederlandse film,” legt hij uit. “En dan gaat het gesprek niet over de artistieke film, want die heeft hier een behoorlijk peil. Het is de commerciële film van niveau waar het in Nederland aan ontbreekt en daar wilde ik op inspringen. Met opzet heb ik uiteenlopende projecten aangegrepen, om te kijken of het mogelijk was consequent garant te staan voor een film die verder gaat dan de anekdote. Ik stel me niet in dienst van glad en lekker, ik wil meer najagen dan guttegut wat hebben we gelachen, of hèhè wat was dat spannend. Wat het onderwerp ook is, er moet worden gezocht naar een emotionele waarheid.”

Het begon in 1987, toen Van de Veldes hulp werd ingeroepen voor het definitieve scenario van Pieter Verhoeffs Van geluk gesproken. Vervolgens, meestal wanneer eerdere scenario-pogingen faalden, schreef hij de ene film na de andere. Zo spande Van de Velde zich in voor de laatste versie van het script voor De onfatsoenlijke vrouw van Ben Verbong en schreef hij De hittegolf, de thriller die dezelfde regisseur op dit moment filmt. Het script voor de televisieserie die gemaakt zal worden op basis van Hella Haasses historische roman Mevrouw Bentinck is van zijn hand net als het op Ambon gesitueerde vervolg op Soldaat van Oranje. Ook adapteerde Van de Velde Boudewijn Büchs De kleine blonde dood voor verfilming, waarna hij zelf de regie voor zijn rekening nam. En hij schreef het ingenieuze scenario voor Oeroeg.

Jean van de Velde (1957) had Oeroeg, in 1948 verschenen als boekenweekgeschenk, "uiteraard' gelezen voor zijn eindexamenlijst. Het impressionistisch geschreven verhaal roept de vooroorlogse, koloniale verhoudingen in Nederlands-Indië op aan de hand van de vriendschap tussen de Hollandse planterszoon Johan en Oeroeg, kind van Javaanse bedienden. Het filmscenario dat hij onder ogen kreeg, was nadrukkelijk politiek genspireerd: “Johan had het bij het foute eind, Oeroeg bij het goede en aan het eind van de film kwamen ze tot overeenstemming. Die overeenstemming was me te gemakkelijk, want ik vind dat een film een graat overdwars in je keel moet laten steken. Er moet een knoop in blijven zitten. De film trekt tot en met het slot aan de uiteinden, en daarmee haalt hij de knoop alleen maar vaster aan.”

Vogelkooitje

Op de vraag waar die knoop dan zat in De kleine blonde dood reageert Van de Velde onverstoorbaar: “De hoofdpersoon heeft van zijn vader geleerd om geen gevoel toe te laten. Hij doet dat wel, hij geeft zich over aan de liefde die hij voelt voor zijn zoontje, en wordt meteen gestraft: omdat hij kiest voor zijn kind moet hij euthanasie op hem plegen. Dat is de knoop van De kleine blonde dood.” Het klinkt mooi, zoals je het vertelt, zeg ik, maar zo onderging ik dat niet toen ik die film zag. “Misschien heb ik het in de regie te zichtbaar willen maken,” antwoordt Van de Velde terwijl hij door me heen uit het raam kijkt. “Büch schrijft toegankelijk, simplistisch zelfs. Op diezelfde manier wilde ik filmen: helder en niet ingewikkeld over die extreme, gecompliceerde gevoelens.” Een vervaarlijker knoop was volgens mij de in het oog springende gelijkenis met Paul Verhoevens Turks Fruit. Van de Velde wijt dat op besliste toon aan het toeval: “Het was geen poging tot recycling, daar zou ik me nooit voor lenen”. Alle voorbeelden die de filmkritiek gaf in de verschillende recensies, wijst hij af als beroepsdeformatie: “Toen ik in de jury van de Nederlandse Filmdagen zat, zag ik ook de meest wilde gelijkenissen. Na enkele dagen kijken durf je dan te zweren dat er in alle films een veelbetekenend vogelkooitje zit.”

Het gesprek komt weer op Oeroeg, en op Van de Veldes twijfels over een nadrukkelijk politieke blik in een film: “Politieke elementen moeten terloops worden verwerkt, als onderdeel van scènes die een ander doel dienen. Want wie veertig jaar na dato een politieke film maakt, heeft altijd gelijk en dat kan onbedoeld leiden tot bedrog. In de documentaire Indonesia Merdeka van Roelof Kiers zat een Indonesische intellectueel die vriendschappelijk omging met Nederlanders. Hij vertelde terloops hoe hij alleen ging zwemmen in een meer, toen hij niet samen met zijn vrienden het zwembad binnen mocht. Gebruik je die mededeling in een speelfilm, dan kun je er gemakkelijk een politieke lading aan geven. Maar dan kleur je wat die man vertelt in met opstandigheid die hem zo te zien destijds niet plaagde.”

Enthousiast was Van de Velde over Hylkema's aanpak van de roman. Met de laatste bladzijden als uitgangspunt, vertelde zijn script in een nieuw verhaal hoe Johan als jonge officier terugkeert naar Java, om deel te nemen aan de strijd van Nederland tegen de rebellen. Wat Johan meemaakt krijgt kleur door de op Haasses boek gebaseerde flashbacks naar zijn jeugd en in het bijzonder naar Oeroeg, met wie hij speelde, leerde en groeide op zijn vaders theeplantage Kebon Djati.

Van de Velde stemde al snel toe het definitieve scenario te zullen schrijven, en construeerde een wonderlijk knap filmverhaal. Hij handhaafde Hylkema's idee van het vervolgverhaal en scherpte dat aan. Niet de laatste bladzijden maar de laatste regels zijn het begin van de de film. Snel leest Van de Velde de twee slotzinnen van het boek voor: "Ben ik voorgoed een vreemde in het land van mijn geboorte, op de grond vanwaar ik niet verplant wil zijn? De tijd zal het leren'. Dan zegt hij: “De film laat zien wat de tijd heeft geleerd. Dat Johan niet terug kan. Dat "Indië' niet meer bestaat. Dat de mensen er niet meer van hem kunnen houden zoals vroeger, ook al is hij er honderdduizend keer geboren. Toch is het land met net zo veel recht van Johan als van Oeroeg. Hij is er letterlijk en figuurlijk gevormd. Het is voor hem het "landschap van de ziel' zoals Hella Haasse het zo mooi noemt, en het vertegenwoordigt voor hem een paradijs van onschuld. Alleen vertelt de koloniale geschiedenis een ander, schuldig, verhaal. In iedere flashback klinkt een valse toon die een scheur in dat paradijs markeert - en Johan wordt verdreven.”

Dieselcentrales

Van de Velde kent het gevoel om per navelstreng verbonden te zijn met zo'n veraf gelegen landschap van de ziel. Hij heeft maar één televisiebeeld nodig van een schraal gebied met een stoffige weg of het dient zich onmiddellijk aan. Tot zijn elfde jaar woonde hij in Belgisch Kongo, waar zijn vader dieselcentrales bouwde voor elektriciteitswinning. Voor het schrijven van Oeroeg kon hij putten uit wat hij persoonlijk gevoeld, meegemaakt en gezien heeft. De verbittering die Johan, terug op Java, aantreft bij oude vrienden van zijn vader bijvoorbeeld: “Mijn vader heeft 32 jaar van zijn leven doorgebracht in Afrika, daar lag zijn thuis. Toen hij na de onafhankelijkheidsstrijd weg moest, onderging hij dat als een verbanning.” Een ander soort koloniale Nederlanders is tot zijn spijt vrijwel uit de film verdwenen: “Er was een scènetje met de aankomst van de tweede echtgenote van Johans vader. Voor ze haar beautycase optilt, veegt ze tersluiks het handvat schoon met haar zakdoekje. Zulke mensen heb ik goed gekend - ze hebben zó de pest aan dat land, het zit vol met muggen en beesten, het weer is vreselijk en die blauwen zijn niet te vertrouwen. Die houding maakt hen diepongelukkig want ze zitten gevangen in een omgeving waar ze volkomen ongeschikt voor zijn. Je moet iets ontdekken wat je aanspreekt in zo'n nieuw land, anders kun je alleen maar weggaan.

“In Oeroeg heb ik ook de macht van de vanzelfsprekende hiërarchie kunnen verwerken. Die is nauwelijks te verbreken. Ik weet nog goed hoe mijn vader besloot om een zwarte arbeider tot voorman te benoemen. Na drie weken moest hij hem die positie weer afnemen. Niet omdat hij zijn werk niet goed deed, maar omdat zijn collega's zijn autoriteit niet accepteerden. Ze zeiden letterlijk dat ze geen opdrachten hoefden te accepteren van iemand met dezelfde huidskleur. De verhoudingen waren zoals ze waren. Eer dat in twijfel werd getrokken, heeft er heel wat moeten gebeuren. Wij hadden thuis ook "boys', waar de kinderen zeer vriendschappelijk mee omgingen. Zij kregen onze afdankertjes, net als Oeroeg en zijn familie. Scènes als die waarin Johan een stropdas aan Oeroeg schenkt (" 't Is toch een ouwe') ontstonden bijna vanzelf. Dat de boys opraapten wat wij lieten vallen was logisch, ik heb dat toen nooit een seconde vreemd gevonden. En denk maar niet dat zulke verhoudingen verdwenen zijn: op een filmset staat een crew-lid automatisch op als de regisseur geen stoel heeft. Alleen zijn de repercussies niet te vergelijken wanneer hij het niet doet.”

De perversie van die muurvaste meester-knecht-verhouding benadrukt Van de Velde met een zelfbedachte verklaring voor de dood van Oeroegs vader. In de roman sterft die doordat hij bij een nachtelijke zwemescapade de kleine Johan redt van de verdrinkingsdood. In de film blijkt dat hij in het water omkwam doordat hij het horloge van Johans vader nadook. Niet omdat hem dat was opgedragen, maar zomaar, automatisch. "Het bevel zat hem in het bloed' constateert iemand die erbij was verdrietig. Van de Velde: “Het begon ermee dat ik die passage in het boek niet begreep: hoe kon die man Johan redden en zelf verdrinken? Als je een kind op een vlot tilt, ben je er zelf toch al bijna uit? Bovendien verdroeg ik niet dat Johans vader niet zijn eigen zoontje achterna zou springen. Toen kwam het idee van het horloge. Johans grootvader kreeg het ten geschenke van een Indische vorst, Oeroegs vader redt het voor Johans vader en Johan geeft het tenslotte terug aan Oeroeg - Indonesië wordt terugbezorgd bij de rechtmatige eigenaar.”

Autobiografie

Een half jaar nadat hij het scenario had voltooid, ontdekte Van de Velde autobiografie in wat hij had verzonnen: “Ik was met mijn moeder naar een bijeenkomst voor oud-Kongo-kolonialen en werd aangesproken door een echtpaar. "Je vader heeft mijn trouwring nog opgedoken', zei de man. "We waren pas getrouwd. Die ring was te wijd en hij gleed af bij het zwemmen.' Terug in de auto vroeg ik het aan mijn moeder: pa? zwemmen? Ik kon het me niet voorstellen. Nee, natuurlijk niet, zei ze, en ze vertelde dat hij de boy net zo lang naar die ring had laten duiken tot hij hem had. Daarna is hij hem zelf terug gaan brengen bij die mensen.”

Meer nog dan Haasse in haar roman verstrengelde Van de Velde de jeugd van de twee jongens. “Voor mij lag het accent in Oeroeg bij het volwassen worden, van de jongens, en van Indonesië. Wie groot wordt, is gedwongen keuzes te doen en dat betekent dat je brokken maakt.

“Kinderen zijn elkaars natuurlijke bondgenoten,” legt hij uit. “Ze kunnen oprecht onbevangen met elkaar omgaan. Toen mijn dochtertje een Surinaams meisje uit haar klas beschreef, verwees ze niet naar haar huidskleur, ze had het over "die met die vlechtjes'. Zolang ze nog kinderen zijn, wil Johan op Oeroeg lijken. Die weet waar de spinnen zitten, die zorgt voor avontuur. Als bijna volwassen mannen realiseren ze zich de verschillen. Johan wil met Oeroeg blijven omgaan, maar dan moet die voldoen aan zijn niveau. Het Westen bepaalt de norm, dat zie je overal in de Derde Wereld. Is er een receptie dan hijst iedereen zich in herenkostuums met stropdas. Een blanke in een kaftan of andere lokale kledij zie je nooit.”

Het breekpunt tussen de jongens situeerde Van de Velde in de bioscoop, met een mooi onderkoeld voorbeeld van dagelijks verraad: Johan geeft valselijk voor niet naar de bioscoop te gaan omdat hij geen zin heeft om, samen met de inlanders op de achterkant van het filmdoek naar Tarzan in spiegelbeeld te kijken. Oeroeg heeft dat door en realiseert zich dat hij andere belangen heeft dan zijn vriendschap met Johan. Die zal altijd zijn meerdere blijven. Hij sluit zich aan bij de rebellen. Korte tijd later vertrekt Johan naar Holland om te studeren. Direct na de Tweede Wereldoorlog keert hij zo snel hij kan terug naar zijn geboortegrond. In het uniform van de Nederlandse Landmacht.

Veel Nederlandse soldaten die kort na de Bevrijding "naar Indië' gingen om te vechten, waren vrijwilligers. Johan meldde zich volgens Van de Velde aan als excuus om zo spoedig mogelijk "thuis' te komen. De meesten van zijn maten deden dat omdat ze, onder meer van propaganda-films, de indruk hadden gekregen dat ze voor Indiërs konden betekenen wat de Canadezen voor de Nederlanders waren geweest. Van de Velde: “Ze vertrokken als helden en hebben zich moeten realiseren dat ze misschien de moffen wel waren.” Speelfilms over deze periode zijn er niet, op De schorpioen van Ben Verbong na, waarin ingewikkeld wordt gerefereerd aan Nederlandse wapenhandel met Indonesische vrijheidsstrijders. Bij Verbong werd er een ruit ingegooid - de strijd in voormalig Nederlands-Indië is nog altijd taboe.

De film Oeroeg windt geen doekjes om de manier waarop werd opgetreden tegen de revolutionairen en de inlandse burgerbevolking, maar Van de Velde heeft niets gemerkt van weerstand. “Hans Hylkema is opgebeld door verontruste veteranen, verder bleef het stil. Misschien komt het nog, maar ik ben er niet bang voor. De incidenten die ik heb beschreven, ontleende ik aan dagboeken en autobiografische geschriften over die tijd. Die staan vol met gruwelijker incidenten dan ik had kunnen bedenken. Die gewezen militairen maken zelf nergens een geheim van. Niet zo lang geleden hoorde ik nog op de radio een huilende man vertellen hoe hij bij een verhoor iemand had gedood.”

Vietnam

Hylkema verfilmde de scènes die Van de Velde schreef op een voor Nederlandse begrippen ongekende manier. De inval in een klein dorp, het in vlam zetten van de rieten daken, de angst, de dode vrouwen en kinderen, ze doen denken aan Amerikaanse films over de manier waarop in Vietnam werd huisgehouden. Maar Oeroeg is niet met zulke films te vergelijken, al was het maar omdat al het kwaad is geconcentreerd in één luitenant en die vindt de dood. Van de Velde beaamt dat een Nederlands Platoon in Indonesië vooralsnog onmogelijk is. “Wij willen groot zijn in ons morele gelijk. In de kwestie Indonesië was ons ongelijk evident en het lijkt of we dat nog altijd niet aankunnen. De Duitse bezetting mag van voor tot achter worden uitgebuit met de ene film na de andere, want die is ons overkomen. Maar Indonesië, nee. Daar hebben onze jongens gevochten omdat ze dachten dat het om een goede zaak ging, daar ga je geen vermaak uit halen. Amerikanen zijn nooit te beroerd om het achterste van hun dwalingen te exploiteren. Overal maken ze films over. Zij hebben een Watergate-film, maar wat weten wij van onze politici? In Nederland lukt dat nauwelijks, omdat filmverhalen altijd samenhangen met de privé-sfeer. Wij respecteren de façade, ook van faits divers die het hele land in beroering brengen. In de VS zijn de rechten van een gebeurtenis al verkocht voor de crimineel veroordeeld is. Over de ontvoering van Gerrit-Jan Hein komt er geen film, ook al bevat die geschiedenis alle elementen voor een scherpe schets van een bepaalde maatschappelijke sector van Nederland. En waar zijn de films over Prins Hendrik, over Greet Hofmans?”

Van de Velde zelf heeft niet lang geleden een scenario voltooid naar het, weer autobiografische, vervolg dat Erik Hazelhoff Roelfsema schreef op Soldaat van Oranje. Het verhaalt over diens toetreden tot, en op Ambon vechten voor, de RMS. De voorlopig op elf miljoen gulden begrote film is er nog lang niet, maar Van de Velde ziet het al voor zich: “Dat heb ik zo spannend gemaakt en alles zit er in: de Molukkers in Nederland, de treinkaping. Dat zal nog eens controversieel zijn. Dan gaan de ruiten pas echt in.”

    • Joyce Roodnat